Goud was er nu eens niet op de shorttrackbaan, maar het zilver en brons op de 500 meter bij de mannen werd gevierd als een titel. De broers Jens en Melle van ’t Wout mochten samen het podium op.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Dat er woensdagavond in de olympische shorttrackhal minstens één medaille door een Nederlander gepakt zou worden, was al voor de finalerondes duidelijk. De broers Jens en Melle van ’t Wout maakten samen met Teun Boer deel uit van een vijfmansfinale op de 500 meter. De rekensom was simpel: in het slechtste geval zou er maar eentje het podium op mogen.
Zo veel Nederlanders in één finale was nog nooit voorgekomen op de Olympische Spelen en de drie traden aan voor een halve interland. Ze troffen enkel twee Canadese tegenstanders: wereldkampioen Steven Dubois en William Dandjinou, de man die tot de Spelen de shorttrackwinter domineerde.
Maar de 500 meter is geen teamwedstrijd. Het is man tegen man, ongeacht de nationaliteit. Alhoewel. Eén band is misschien sterker: de broederband.
Als Teun Boer in een botsing met Jens van ’t Wout en William Dandjinou het onderspit heeft moeten delven en Steven Dubois zijn snelle start beloond ziet met de koppositie, rijdt Melle van ’t Wout plots op de tweede plaats.
De oudere broer van de tweevoudig olympisch kampioen sluipt dichter naar Dubois, maar passeren lukt niet. Het blijft bij de tweede plaats. Dat het voelt als een hoofdprijs is aan het gezicht van Melle van ’t Wout af te lezen. Hij werd de afgelopen jaren geplaagd door blessures en wist aan het begin van deze winter nog lang niet zeker of hij de Winterspelen wel halen zou.
Als erachter Jens van ’t Wout zijn broer naar zilver ziet rijden, juicht hij alsof hij gewonnen heeft. Zelf heeft hij brons, maar de blijdschap is voor zijn broer. Voor het geluksgevoel omdat zij, nadat ze in hun kinderjaren in Canada de overstap hadden gemaakt van ijshockey naar de shorttrackbaan, nu samen op het olympisch podium zullen staan.
Voor het zover is, zoeken ze getweeën hun ouders op, die op de tribune zitten boven het podiumpje waar de coaches tijdens races staan. De broers klimmen op het bouwwerkje en kunnen zo net de kussen en knuffels van hun vader en moeder in ontvangst nemen.
Als ze weer naar beneden zijn geklauterd, pakt Melle van ’t Wout nog één keer, ten teken van zijn ongeloof, zijn hoofd met twee handen beet.
Voordat de 500-metermannen in actie kwamen, was het de beurt aan de aflossingsploeg bij de vrouwen. Die kwam voor de finale in dezelfde opstelling het ijs op als voor de halve finale van afgelopen zaterdag: de zussen Xandra en Michelle Velzeboer, Selma Poutsma en Zoë Deltrap.
Bondscoach Niels Kerstholt had besloten vast te houden aan het goed op elkaar ingespeelde kwartet dat deze winter de World Tour in Dordrecht won. Suzanne Schulting, vier jaar geleden lid van het gouden team en tweevoudig olympisch 1.000-meterkampioen, zette hij niet in.
Met nog zestien ronden te gaan ging het mis. Na een duw van Poutsma raaktw Michelle Velzeboer ietsje uit balans en bleef met haar rechterijzer achter de schaats van haar Canadese voorganger haken. Ze wankelde, leek heel even de balans te hervinden, maar schoof onherroepelijk de kussens in.
Nederland ging in achtervolging, maar het leverde niets op. Terwijl Zuid-Koreanen het goud vierden, de Italianen met het thuispubliek op de tribunes baalden dat ze het met zilver moeten doen en de Canadezen berustten in brons, gleed Xandra Velzeboer als slotrijdster van Nederland over de finish, het hoofd gebogen.
Na de val in de halve finale van de gemengde relay in de eerste week van de Winterspelen is dit – in een verder nagenoeg gouden wonderdroom – de tweede teleurstelling.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant