Het mooist aan het Nederlandse schaatsen is dat de gesprekken erover zo diep gaan dat er na een tijdje eigenlijk standaard goud wordt gedolven. Zo liep ik vorige week naar de ingang van de Milano Ice Skating Arena en hoorde ik achter mij een ouder Nederlands stel bloedserieus praten over een net niet ideale luchtdruk van 1003 hPa. Naast mij zag ik twee mensen knikken, waarna ze zeiden: ‘Goed punt.’
Door geen ander volk ter wereld wordt op zo’n hoog niveau over schaatsen gesproken als door Nederlanders. En dat toch al uitmuntende gesprek bereikt elke vier jaar een hoogtepunt wanneer de voltallige natie zich buigt over de olympische lotgevallen van de ploegenachtervolging, een discipline waarvoor Nederlandse schaatsers zo weinig interesse hebben, dat ze zelfs de naam ervan niet eens fatsoenlijk kunnen uitspreken. Altijd noemen ze de team pursuit ‘tiempsoet’, wat ik overigens ook wel weer begrijp, aangezien alles in hun leven in het teken staat van snel, sneller, snelst.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen afstand levert zo veel heerlijke schaatspraat op als de tiempsoet. Dat komt vooral doordat het onderdeel altijd plaatsvindt op het moment dat de gemiddelde schaatskijker verzadigd is van al dat goud en zilver en gejuich, en daarom een intrinsieke behoefte voelt eindelijk weer eens ruim baan te geven aan die oer-Hollandse drang in het openbaar een bondscoach af te zeiken.
De bondscoach, die dat spel altijd op magistrale wijze meespeelt, voedt die drang vervolgens door de tiempsoet al vanaf dag één te omgeven met schandalen. Vroeger hadden we bijvoorbeeld vedetten die weigerden met elkaar samen te trainen, omdat trainen iets is voor talentlozen. We hadden Jorrit Bergsma, die werd gepest door de rest van het team en daarom verdrietig vertrok. We hadden een kokende Jillert Anema die zei dat het allemaal een schande was en uiteindelijk hadden we altijd een mislukte finale.
De praatprogramma’s draaiden overuren en het was altijd fascinerend. Daarom was ik ook diep bedroefd toen Rintje Ritsma in 2022 bondscoach werd en beloofde alles anders te doen. Hij eiste ‘commitment’ van zijn schaatsers (dat is Lemmers voor inzet), wilde coûte que coûte een medaille halen en zei daarom: als je niet samen met het team oefent, mag je ook niet meedoen op de Spelen.
Even leek ons favoriete gezelschapsspel, zeiken op de tiempsoet, ons door de neus geboord te worden, maar gelukkig liep het anders, want al ver voor de Spelen zagen we hoe Marcel Bosker op een of andere onverklaarbare wijze een aanwijsplek kreeg ten koste van Tim Prins, iemand die wel gewoon hard kan schaatsen.
Vervolgens zagen we deze week dat Marcel Bosker, zoals voorspeld, inderdaad niet zo hard kon schaatsen, waarna hij uit het team werd gezet en we gelijk daarna werden getrakteerd op een boze Marcel Bosker die bondscoach Rintje Ritsma zilverpapier op zijn vullingen toewenste en woedend het stadion verliet.
Daarna zagen we een briesende Rintje Ritsma die Marcel Bosker verplichtte terug te komen. We zagen vervolgens hoe Marcel Bosker niet op tijd terug kon komen vanwege een Milanese file en als toetje zagen we uiteraard hoe de overgebleven schaatsers alsnog kansloos verloren.
Het was een fantastisch schouwspel.
De tiempsoet is een soort lagedrukgebied (1003 hPa) waardoor het gemoed van schaatsminnend Nederland altijd gelijk betrekt en het bij iedereen vanbinnen op verrukkelijke wijze begint te stormen. Op die manier is de tiempsoet alsnog goud waard.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns