Home

Hoe coach Kerstholt een onverwoestbare shorttrackploeg smeedde: ‘Ik voel me vrij om me te uiten’

Nederland is het beste shorttrackland van het moment. Bondscoach Niels Kerstholt wordt overladen met lof vanwege zijn aanpak, al wil hij daar zelf weinig van weten. De rijders roemen de sfeer in het team. ‘Het is duidelijk dat we echt om elkaar geven.’

is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.

Vurig steekt Niels Kerstholt zaterdagavond in Milaan zijn hand op naar een manager in de interviewruimte. Jens van ’t Wout, die net zijn tweede olympische titel heeft binnengesleept, is klaar met zijn interviewronde langs diverse camera’s en staat gereed voor zijn laatste korte interviewsessie van de avond, met schrijvende pers. Hij is aan de beurt, meldt de manager. Kerstholt, terwijl Van ’t Wout geamuseerd toekijkt: ‘No, one second.’

De bondscoach wil zijn punt maken. Een punt dat hem zelfs even emotioneert. Hij krijgt lof, hij wordt geroemd om zijn aanpak. Hij is de succescoach van Milaan, met op dat moment drie gouden medailles binnen de nationale ploeg – twee dagen later zal daar nog het tweede goud voor Xandra Velzeboer bijkomen. Hij presteert beter dan zijn bejubelde voorganger Jeroen Otter.

Nu zegt Kerstholt (42): ‘Er is in het verleden vaak een soort vergelijk gemaakt. Ik háát dat. Als het tegenzit, downplay ik dat. Nu valt het goed en gaan mensen allemaal positieve dingen over mij roepen, maar denk ik: nee, dit is een gezamenlijke effort.’

Gedeelde euforie

Na vijf olympische shorttrackfinales staat Nederland op vier keer goud. Woensdag rijden de Nederlandse vrouwen de aflossingsfinale en staat voor de mannen de 500 meter op het programma. Xandra Velzeboer en Jens van ’t Wout schaatsen in Milaan het toernooi van hun leven. Wat is de verklaring voor het succes?

Wat opvalt, naast hun dominantie, is de groots gedeelde euforie van het team rond de baan. ‘Spierpijn’, zegt Itzhak de Laat maandagmiddag, met zijn armen in de lucht gestoken. Oftewel: al dat juichen eist z’n tol.

Na een middelmatig seizoen, waarin de Nederlandse shorttrackploeg weinig indruk wist te maken in de World Tour, op de aflossingsonderdelen en de 500 meter van Velzeboer na, is Nederland nu met afstand grootverdiener op de Spelen.

Rustig is de aanloop van de hechte ploeg evenwel niet geweest. Zo is de olympische selectie van Suzanne Schulting veelbesproken. Aan de capaciteiten van Kerstholt is de voorgaande jaren af en toe openlijk getwijfeld.

Dwarsverbanden

Nu vallen de puzzelstukjes voor het team in elkaar, zegt routinier De Laat. ‘Die stukjes waren altijd wel beschikbaar, maar het is zo moeilijk om ze in elkaar te laten vallen.’ Melle van ’t Wout, de zestien maanden oudere broer van Jens: ‘Bedankt Niels, zou ik zeggen.’ Alle rijders roemen de teamsfeer.

Na het halen van de finale gaven de vrouwen van de aflossingsploeg een televisie-interview. De aanblik op hun rug toonde vier sporters, gearmd tegen elkaar. ‘Het is duidelijk te zien dat onze teamsfeer veel beter is dan bij andere landen’, zegt Jens van ’t Wout. ‘Dat wij echt om elkaar geven.’

Er zijn in het team meerdere dwarsverbanden die dat nog eens versterken: met Xandra en Michelle Velzeboer bevat de kleine, tienkoppige olympische ploeg twee zussen. Met Melle en Jens van ’t Wout komen daar twee broers bij. Daarnaast heeft Melle een relatie met Selma Poutsma en is Zoë Deltrap de vriendin van Jens.

Maar kijk bijvoorbeeld naar de Canadezen, zegt De Laat, wijzend naar de shorttrackgrootmacht die naar Milaan afreisde met William Dandjinou en Courtney Sarault: dit seizoen overall de besten in de World Tour. De twee grootste favorieten voor olympisch goud staan in Milaan na vijf finales echter nog op nul titels.

Elke keer als Velzeboer en Van ’t Wout een finale haalden, keek het hele team toe, inclusief begeleiding. Na de winst sprongen ze steevast uitgelaten op de boarding, knuffelend en schreeuwend. De Laat: ‘Ik zie hier geen twintig Canadezen staan.’

De teamsfeer werkt positief voor prestaties, stellen ze. Jens van ’t Wout vertelt dat hij zich vrij voelt. ‘Dat is een groot verschil met de afgelopen jaren. Vrij om me te uiten, als ik me bijvoorbeeld een dag minder goed voel op het ijs.’

Kantelpunt

De basis van die verandering ligt volgens alle shorttrackers in een kamp bij de start van het olympisch seizoen, afgelopen april. Friso Emons: ‘Dat is een kantelpunt geweest voor ons als ploeg. Dat kamp heeft ons zo samengebracht, dat je dit de rest van het seizoen terugziet. Daar plukken we nu de vruchten van.’

In het verleden werden ergernissen vaak niet uitgesproken. Teun Boer: ‘We leerden daar iets meer over onze gevoelens praten.’

‘De sessies van Otter, maar dan in een nieuw jasje’, zegt Boer, verwijzend naar de voorganger van Kerstholt. Otter liet zijn ploeg in Alicante eens onder handen nemen door twee militaire drilinstructeurs in primitieve omstandigheden en met haast onmogelijke opdrachten. Ook verraste hij zijn schaatsers eens na een trainingskamp in de Pyreneeën: ze moesten zelf maar thuis zien te komen. Dus fietsten ze de 1.700 kilometer naar huis.

De uitdagende verrassingen van Otter moesten het teamgevoel versterken en schaatsers voorbereiden op het onverwachte. Nederland had als shorttrackland nog een stap te maken. In 2010, bij zijn aanstelling als bondscoach, stelde het Nederlandse shorttrack internationaal weinig voor. Er was niet veel geld, er waren nauwelijks faciliteiten.

Met Otters komst veranderde dat. In een paar jaar tijd groeide Nederland onder zijn leiding uit tot een shorttrackgrootmacht. Otter werd geholpen door een aantal extreem talentvolle sporters en zijn bevlogen visie. Om als natie te groeien in de sport, moest ingezet worden op de aflossing, vond hij. Dan zouden meer rijders internationaal uit kunnen komen. Zo geschiedde. Vervolgens groeiden ook de individuele successen.

Gouden medailles

Sjinkie Knegt werd in 2012 als eerste Nederlander Europees kampioen, twee jaar later pakte hij in 2014 olympisch brons; ook daarin was hij de eerste van zijn land. Hij was lang het uitgesproken en markante boegbeeld van de mannenploeg, werd in 2015 wereldkampioen in het allroundklassement en was de afmaker bij de aflossingsploeg die diverse wereldtitels veroverde.

Jorien ter Mors boekte haar grootste olympische successen op de langebaan, waar ze twee keer goud won, maar werd lange tijd getraind en geïnspireerd door Otter. Met Suzanne Schulting leverde de coach in 2018 verrassend de eerste Nederlandse olympische shorttrackkampioen.

Vier jaar later beleefde de Nederlandse shorttrackploeg de op dat moment succesvolste Olympische Spelen, met vijf medailles, waaronder twee keer goud voor Schulting: op de 1.000 meter en met de aflossingsploeg.

Otter op sabbatical

Van 2010 tot en met 2014 in zijn ploeg: Kerstholt, die Otter vier jaar geleden opvolgde. Na Beijing in 2022 kondigde Otter aan een sabbatical te nemen. Hij wilde een kijkje nemen in andere keukens, wilde meer tijd voor familie. ‘Als je te veel schouderklopjes krijgt, ga je misschien wel in je eigen succes geloven en dat is een dodelijke val, want ik wil ook in de toekomst het verschil maken’, zei hij.

Welke rol hij zou oppakken, was nog onduidelijk. Maar, zo meldde de KNSB: hij zou in mei 2023 terugkeren bij de nationale trainingsgroep en samen met Kerstholt werken aan de route naar Milaan 2026. Bij het maken van die keuze voor Kerstholt sprak de schaatsbond echter nooit met de shorttrackers zelf. Niet met Schulting, niet met Knegt; de grootste kampioenen, de boegbeelden van de sport, die plots hun oud-ploeggenoot als coach kregen.

Onhandig. Kerstholt moest strijden tegen de schaduw van zijn voorganger, kampioenen voelden zich niet gehoord. Toen Otter terugkeerde in de sport pakte hij zijn positie als bondscoach niet meer op, maar ging aan de slag bij NOCNSF. Kerstholts contract werd verlengd tot en met de Winterspelen van Milaan.

Hart op de tong

Af en toe was er onrust. Knegt, altijd het hart op de tong en nooit gehinderd door diplomatieke overwegingen, uitte openlijke kritiek op het trainingsprogramma. Schulting vertrok, mede door een zware enkelblessure die vooral problemen gaf tijdens shorttracktrainingen, naar het commerciële team van Jac Orie voor een avontuur op de langebaan.

Nadat de meervoudig shorttrackkampioene zich eind december had geplaatst voor de olympische 1.000 meter op de langebaan, reed ze op de NK shorttrack naar de 1.500-metertitel. Na die prestatie werd ze, op die afstand, ook als shorttracker geselecteerd voor de Spelen.

Haar uitverkiezing ging ten koste van een ticket voor vaste teamwaarde Diede van Oorschot. Kerstholt probeerde zich diplomatiek door de onrust die ontstond te bewegen. In Milaan prees hij de manier waarop Schulting zich na haar langebaanoptreden inzette om weer deel van de shorttrackgroep te worden.

‘Niels mag ook een keer de love krijgen, in plaats van de haat’, zegt Friso Emons maandag nadat hij zich met de mannenploeg heeft geplaatst voor de olympische aflossingsfinale. De Laat: ‘Hij krijgt ook het vuur aan de schenen als het tegenzit. Ik vind het mooi dat het, nu shorttrack-Nederland zo goed gaat, hij ook een keer wat veren krijgt. Het komt niet uit de lucht vallen dat we zo goed zijn.’

Vraag de nationale selectie naar het succes, en er worden een paar aspecten steevast herhaald. De schaatsers zijn topfit. Het zelfvertrouwen in de ploeg groeit. Er is een goede generatie topsporters.

Zo’n jaar geleden voerde Kerstholt een nieuw beleid in: elke overwinning wordt samen gevierd, om het groepsgevoel te versterken. ‘Dat is een belangrijke kernwaarde voor ons.’

Dat gaat met een speech en een draai aan een digitaal rad van fortuin, met daaraan prijzen verbonden. Dat kan variëren van een weekendje weg, een saunabon, tot tien keer opdrukken – dat laatste was het lot van Velzeboer na haar eerste goud.

Blind vertrouwen

Daarnaast wordt het trainingskamp in april in het Oostenrijkse Lofer dus als kantelpunt gezien. ‘Sinds dat kamp kan iedereen zichzelf zijn’, zegt Xandra Velzeboer. Er werd daar met de mannen van de luchtmobiele brigade gepraat over de cultuur binnen het team, over communicatie.

Kerstholt: ‘Zij staan met elkaar in loopgraven en moeten elkaar blind vertrouwen. Wij staan ook in loopgraven, voor ons gevoel. Wat misschien raar klinkt, maar ook wij moeten schouder aan schouder staan. Dat staan we.’

Achteraf denkt de bondscoach: dit had ik eerder moeten doen. Maar aan de andere kant is het succes van de ploeg er nu, nu de grootste prijzen verdeeld worden. ‘In zo’n week leg je alles op tafel’, zegt Kerstholt. Ook eventuele wrok die voorheen niet intern besproken werd, maar naar buiten sijpelde.

Het zit hem dwars als hij nu door de goede prestaties vergeleken wordt met zijn voorganger Otter. ‘Het is geen verplascompetitie. Het hoeft niet persoonlijk gemaakt te worden. Niet meer. We hebben allemaal bijgedragen. We zijn een heel klein shorttracklandje, een familie, met allemaal dezelfde beleving: deze sport is supervet. Dat willen we laten zien.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next