Home

Meer licht is niet altijd veiliger

Maandagavond wandelde ik door een semi-donker Noorderpark naar buurthuis Het Anker. Regelmatig had ik er aankondigingen gezien voor bingo, salsa of taekwondo, maar pas vorige week was ik voor het eerst binnen geweest, om een gratis emmertje op te halen voor groente-, fruit- en tuinafval. Na jarenlang hekkensluiter te zijn geweest op het gebied van afvalscheiding was Amsterdam begonnen aan een inhaalrace. „Wat een gedoe”, had de vrouw voor me in de rij verzucht. „Alles in één bak was wel zo makkelijk.”

Nu, drie dagen later, was ik weer in Het Anker. De plastic papegaai bij de bar, de Ajax-vlag: ze voelden inmiddels als bekenden. Het thema van de avond was veiligheid. Zo’n vijftig mensen – buurtbewoners, jongerenwerkers, politie – zaten in een kring om, op initiatief van de gemeente, te praten over overlast in en rond het park. Dealers, gebruikers: als je erop ging letten zag je ze steeds meer, net als de zilverpapiertjes waarop de crack werd verwarmd.

Of het er écht meer waren was moeilijk te zeggen, vertelde een agent met een bekertje koffie in zijn hand. „Het zijn geleidelijke verschuivingen. Maar mensen voelen zich onveilig, dus dan grijp je in.” Extra cameratoezicht rond het park, politieaanwezigheid en dus deze inspreekavond voor omwonenden. Zónder journalisten welteverstaan, zodat mensen vrijuit durfden te spreken – zodra het voorstelrondje begon zou ik me uit de voeten maken.

Net voor ik naar buiten glipte zag ik een bekend gezicht. Marjolijn van Heemstra, duisternisambassadeur en schrijfster van de roman Nachtgids. Vorige maand nog had ze me rondgeleid door nachtelijk Artis, de eerste dierentuin met het predicaat Urban Night Sky Place, een donkere vlek in de Amsterdamse nacht. We hadden de wolven horen huilen, ik was me rot geschrokken van een leeuw langs het pad waarvan ik te laat doorhad dat het een stenen beeld was. De schemering verandert ons van roofdier in prooidier, had Van Heemstra gezegd. Overdag zijn de lichtgevoelige kegeltjes in onze ogen dominant, net als bij haviken en sperwers. ’s Nachts nemen de staafjes het over, die ons perifeer zicht versterken: handig tegen loerende carnivoren.

De nacht zelf valt steeds vaker ten prooi aan de almaar toenemende lichtvervuiling. In Het Anker was Van Heemstra aanwezig om de duisternis te verdedigen. „Als het over veiligheid gaat krijgt het donker vaak de schuld. Dan krijg je de roep om meer lantaarnpalen, terwijl die averechts werken: het gebied eromheen lijkt dan extra donker, zodat je juist het overzicht verliest.” Meer licht leidt niet altijd tot meer veiligheid.

Op de weg terug naar huis zag ik hoe sterk het contrast was tussen de felverlichte paden en het donkere park. Tussen de struiken ontwaarde ik een hoekige gestalte, het bleek de schim van een kliko te zijn. Onder de lantaarnpalen lag zilverpapier. „Het is niet het duister dat ons slecht gezind is”, weerklonken Van Heemstra’s woorden in mijn hoofd. „Als we de nacht willen opeisen, moeten we eerst van onze angst voor het donker af.”

Geen gemakkelijke opgave, in een stad waarin we de duisternis minstens zo ontwend zijn als de gft-emmer.

Gemma Venhuizen is biologieredacteur en doet elke woensdag ergens vanuit Nederland verslag

Politie, recht en criminaliteit

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next