Een gunstig energielabel is bij de verkoop van een huis duizenden euro’s waard. Maar het werkelijke energiegebruik speelt veel minder mee in de huizenprijs. Sterker nog: een huis met een hogere energierekening levert méér op in de verkoop.
is datajournalist van de Volkskrant en analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Hoeveel een huis kost, hangt – niet verrassend – vooral af van locatie, oppervlakte en woningtype. Maar uit nieuw onderzoek van het Kadaster blijkt iets opmerkelijks: bij verder exact vergelijkbare huizen wordt voor de woning met een forse energierekening juist méér betaald. Bij huizen met een 250 euro hogere gas- en stroomfactuur lag de verkoopprijs een halve procent hoger. Dat is snel 2.000 euro. Alleen in 2023, vlak na recordstijgingen van de gas- en stroomprijzen, leken kopers zich bewuster van de energielasten. Het effect was toen miniem.
Een slecht energielabel drukt de verkoopprijs wel. Als alle andere factoren gelijk zijn, is de verkoopprijs van een woning met energielabel G 19 procent lager dan die van een huis met energielabel A. Per vierkante meter werd voor huizen met een ‘goed’ label, A of hoger, in 2025 4.700 euro betaald. Dat is 500 euro meer dan voor een huis met een label D of lager.
Goed zichtbare verduurzamingen zoals een beter energielabel, zonnepanelen of een warmtepomp vertalen zich direct in een hogere opbrengst. De maandlasten voor energie zijn voor de koper minder inzichtelijk. Bovendien betekent een beter energielabel niet altijd dat de energiekosten lager zijn. Gemiddeld is dat zeker zo, maar ook ‘goede’ labels kennen uitschieters: een vijfde van de A-label-bewoners betaalt jaarlijks meer dan 2.000 euro voor stroom en gas.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant