Nesrine Bouassab is 25. Ze discussieert graag, heeft een passie voor politiek en is dol op haar werk als verpleegkundige. Al loopt ze er tegen allerlei vooroordelen aan. ‘Ik heb veel collega’s moeten uitleggen dat moslims helemaal geen haat tegen Joden hebben.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
In wat voor gezin ben je opgegroeid?
‘In een gezin van vijf, mijn broer is 28, mijn zusje 19. We zijn een hechte familie, we proberen elke avond samen te eten. Door werk en studie is dat soms lastig. Vroeger aten we stipt om 17 uur. Heel vroeg, haha. Dat komt door mijn vader. Hij werkt in de bouw, begint vroeg en komt om 16 uur thuis, dan krijgt-ie honger. Mijn moeder houdt het gezin draaiende. Het is bij ons thuis altijd druk, gezellig, discussies aan tafel.’
Waar gaan die discussies over?
‘Over het nieuws, zo van: Trump wil Groenland, heb je het gelezen? Mijn vader haalde altijd meerdere kranten in de supermarkt. Als hij ze uit had, gooide hij ze op mijn bed. Nu lees ik digitaal, Nu.nl, NOS, en ik heb abonnementen op De Telegraaf en de Volkskrant. Ik wil mijn informatie van zoveel mogelijk plekken halen, om mijn eigen mening te vormen. Ik kan me echt verliezen in informatie zoeken en wetenschappelijke onderzoeken lezen over random onderwerpen.
‘En elke avond eerst het RTL Nieuws, daarna om 8 uur NOS. Mijn vader en ik beginnen die gesprekken, maar iedereen doet mee. Als m’n zusje iets zegt, vraag ik: wat is je bron? Het antwoord is altijd TikTok. Maar wat is de bron van TikTok? Dus nu zegt ze meteen: het was op NOS Stories.
‘Met vriendinnen discussieer ik ook graag. Soms laten we ChatGPT vragen bedenken. Is de prijs die je voor een appel betaalt eerlijk? Of wie is er verantwoordelijk als een zelfrijdende auto een ongeluk maakt?’
25 in ’26
In de serie 25 in '26 vragen we jongeren geboren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Wat voor kind was je?
‘Een beetje een wijsneus. Bij alles vragen: waarom? De juf verbeteren. Ik zat altijd in de plusklassen, extra rekenen, techniek of Chinees. En ik deed mee aan voorleeswedstrijden. Ik lees graag.
‘Als kind wilde ik dokter worden. Uiteindelijk koos ik hbo-verpleegkunde. Als verpleegkundige verzorg en ondersteun je mensen die in een verdrietige periode zitten, die een ander nodig hebben. Dat is wat me aantrekt in de zorg. Als arts kom je vooral bij patiënten om diagnoses te bespreken of een behandelplan, ik sta veel dichter bij de patiënt.’
Waar werk je?
‘In het VU ziekenhuis in Amsterdam, op de afdeling cardiologie. Dat is een kwartiertje met de scooter vanaf mijn huis. Ik heb altijd zin om naar mijn werk te gaan. Soms heb je onhandige diensten, een avond en dan meteen een ochtend of zo, maar dat hoort erbij.
‘Mijn andere passie is politiek: hoe werkt besturen, hoe komen wetten tot stand , hoe zorg je dat een samenleving blijft draaien? Als ik had geweten dat je twee hbo-opleidingen tegelijkertijd kon doen, had ik politicologie erbij gedaan. Nu volg ik een master innovatie in de zorg, met onderzoek en wetenschap.’
Wat doe je zoal in je vrije tijd?
‘Ik ben vrijwilliger bij de Young Leaders Community, een organisatie gericht op de emancipatie van Marokkaanse Nederlanders. Met trainingen en sprekers, bijvoorbeeld Nora Achahbar, Sigrid Kaag, Robert Dijkgraaf of Hajir Hajji van de Action. Zij begon als vakkenvuller en is nu de baas. En ook gewone, leuke dingen. Samen eten, lasergamen of klimmen.
‘Als Marokkanen staan we niet heel goed in beeld. Dat wordt in elk geval vanuit de politiek zo gezonden. We staan toch een soort van 1-0 achter.’
Hoe ervaar jij die 1-0-achterstand?
‘Daar was ik me al jong bewust van. Je merkt op school bijvoorbeeld dat je je extra moet bewijzen. Dat je lager wordt ingeschat. Dat mensen verbaasd reageerden: jij, in plusklassen? En dat je later, met het vinden van stages, vaak afgewezen wordt.
‘Jongens staan misschien zelfs 2-0 achter, vooral als ze een typisch Marokkaans uiterlijk hebben: een sikje of baardje met een opscheertje. Dan worden ze gelijk als probleemjongeren gezien.
Nesrine Bouassab is op 9 januari 25 geworden.
Woonplaats: Amsterdam
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 8. Ik kan heel serieus zijn, maar geniet ook van jong zijn, gewoon plezier hebben.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Mijn zusje uit 2006 is écht Gen Z, ik niet. Zij is ChatGPT, ik ben Spongebob.’
Waar ben je over zeven jaar? ‘Dan werk ik deels aan het bed en deels op een plek waar ik me meer met de organisatie bezighoud.’
‘Ik weet nog met de Maccabi-rellen, toen Joodse voetbalfans waren belaagd, vertelden een aantal vrienden met Marokkaanse achtergrond dat collega’s op hun werk hadden gevraagd: zat jij daartussen? Terwijl ze al jaren samenwerken, goede posities hebben. Ineens ben je dan ‘de Marokkaan’. Als ze doorvroegen was de reactie: joh, dat is een grapje. Maar het is geen grapje.
‘Door werk kwam ik in een steeds wittere omgeving, dan heb je allerlei micro-ervaringen. Discriminatie of racisme wil ik het niet noemen, ik weet het goede woord niet. Dat ik een patiënt overdraag en een aanwezige chirurg ineens zegt: wat kan jij goed Nederlands.’
Hoe reageer jij daarop?
‘Jij ook, zei ik. Toen zei iemand: maar hij is gewoon Nederlands. Hallo, denk ik dan, ik ben ook ‘gewoon Nederlands’.’
Raakt zoiets je erg?
Denkt even na. ‘Ik sta wel sterk in mijn schoenen. Als je opgroeit word je zelfverzekerder, weet je meer wat voor mens je bent en waar je voor staat, dus het raakt me minder dan vroeger. Maar ik vind het wel jammer dat ik bij wijze van spreken bijna mijn paspoort moet trekken: ik ben ook echt Nederlander, accepteer mij.
‘Als zichtbare moslima (wijst naar haar hoofddoek, red.) roep je bij sommige mensen reacties op. In de periode met het geweld in Gaza zeiden mensen vaak: jij bent natuurlijk voor de Palestijnen. Hoezo, denk ik dan. Of: je hebt zeker een hekel aan Joden?
‘Veel collega’s heb ik moeten uitleggen dat moslims helemaal geen haat tegen Joden hebben. Dat in Marokko ook Joden wonen en dat je er in elke grote stad een synagoge hebt. Dat Marokko niet alleen uit zand en moskeeën bestaat.
‘Een patiënte vroeg: wil je mij wel verzorgen? Ik ben Joods, maar sta niet achter Israël, zei ze. Dat vind ik erg. Ik leg dan uit: mevrouw, ik ben hier omdat u hulp nodig hebt, ik ben hier voor u als mens. Ik ga voor u zorgen en dat ga ik zo goed mogelijk doen, en dat zou ik ook doen als u wel pro-Israël was geweest.
‘Of een patiënt die, als ik binnenkom, zegt: ik stem op Wilders.’
Wat?
‘Ja, dat gebeurt vaker. Om me te ragebaiten, of zo. Daar doe ik niet aan mee. Ik zeg dan: wat fijn voor u, meneer. Wilders doet het goed in de peilingen, u zult wel blij zijn.’
Hoe reageerde hij?
‘Deze patiënt bleef het maar herhalen. Ik concentreer me gewoon op de prik die ik moet zetten en denk: wat wil hij nu eigenlijk, dat ik expres iets fout doe?
‘Of een patiënt die mij ziet lachen met mijn collega die overduidelijk gay is, en als ik dan later haar infuus aanbreng ineens zegt: maar jij bent toch moslim? Jullie haten toch homo’s? Nou, eh, nee.’
Het lijkt me vermoeiend om steeds vooroordelen te moeten ontkrachten.
‘Het klinkt misschien tegenstrijdig, ook als je kijkt naar de ontwikkelingen in de politiek, maar ik maak me minder zorgen. Dat heeft vooral te maken met vertrouwen in deze generatie: ik denk dat wij verandering kunnen brengen, niet in één of vijf jaar, maar wel op den duur. We zijn mondiger dan onze ouders, we zijn hier geboren, komen op hogere plekken en voelen: wij hebben net zoveel rechten.
‘In mijn werk breng ik door mijn achtergrond iets extra’s. Veel patiënten hebben een migratieachtergrond. In Nederland leren artsen heel direct tegen patiënten te zeggen dat ze uitbehandeld zijn, dat ze zullen sterven: ‘We zitten in de laatste fase, denk na over waar je dood wil gaan.’
‘Patiënten uit andere culturen reageren soms recalcitrant, weigeren hun medicatie te nemen en zeggen: nee, ik ga niet dood. Tegen een patiënt met een migratieachtergrond kun je beter zeggen: we kunnen niets meer voor u betekenen. Dat lijkt te impliciet, maar mensen begrijpen wat het betekent. Nu organiseer ik cultuursensitieve klinische lessen.’
Kom je vaak in Marokko?
‘Ik ben opgegroeid met de traditie die veel Nederlandse Marokkanen kennen: elke zomer met z’n allen in de auto naar het zuiden, de hele schoolvakantie weg. Nu gaan we korter. Altijd naar Tanger, mijn familie is Arabisch en komt uit die omgeving. Ik hou van de zee en de warmte.’
Lacht: ‘En op een gegeven moment willen we allemaal weer naar huis, naar Nederland. Zeker mijn vader, die vindt het fijn als alles goed geregeld is en mensen op tijd komen. Voor Marokkanen is tijd meer een richtlijn, zeg maar.’
Hoe ziet je leven er over een aantal jaar uit, denk je?
‘Dan ben ik hopelijk uit huis. Geen idee waar of hoe ik woon, de huizenmarkt is vrij kansloos. Of ik een partner heb of kindjes? Misschien, maar het is geen levensdoel. Soms hoor je mensen zeggen dat ze samen één zijn. Daar snap ik niks van. Als je mij vraagt waar ik over een paar jaar ben, denk ik aan werk, want dat is waar ik het meeste plezier uithaal.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant