Home

Meer dan helft zorgmedewerkers krijgt te maken met agressie

Bijna 6 op de 10 mensen die in zorg en welzijn werken kregen in 2024 te maken met agressie van patiënten of hun familie. Het gaat om 57 procent van de werknemers van 16 jaar of ouder, ongeveer evenveel als in 2020. De cijfers komen uit een enquête onder medewerkers die het CBS uitvoerde voor het programma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn. Veel zorgmedewerkers hebben dus nog steeds te maken met schelden, schreeuwen, duwen of erger tijdens hun werk.

Verreweg de meest voorkomende vorm is verbale agressie. 48 procent van de medewerkers zegt dat patiënten of naasten hen uitschelden of tegen hen schreeuwen. Een kwart van de werknemers heeft te maken met pesten. Daarnaast meldt 21 procent dat zij te maken hadden met fysieke agressie. Discriminatie komt bij 16 procent voor en 14 procent geeft aan slachtoffer te zijn geweest van seksuele intimidatie. Bedreiging of intimidatie wordt het minst vaak genoemd, maar nog altijd door 10 procent van de zorgmedewerkers. Medewerkers kunnen meer dan één vorm tegelijk meemaken. Niet alle beroepen hebben in dezelfde mate met agressie te maken. Sociaal werkers en groeps- en woonbegeleiders zijn het vaakst de klos: 79 procent van hen ervaart agressie. Voor deze groep gaat het om vrijwel alle soorten agressie. Specialisten op maatschappelijk gebied, zoals maatschappelijk werkers en psychologen, melden relatief vaak bedreiging en discriminatie. Verzorgenden krijgen juist vaker te maken met fysieke agressie en seksuele intimidatie, bijvoorbeeld tijdens de directe zorg aan patiënten. Ook artsen, therapeuten, gespecialiseerd verpleegkundigen en andere vakspecialisten in de gezondheidszorg rapporteren veel agressie. Bij al deze beroepsgroepen ligt het aandeel rond 67 procent. Managers in de zorgsector melden in 56 procent van de gevallen agressie door patiënten of hun omgeving. Administratief personeel zit duidelijk lager, op 41 procent. Toch laat ook dat zien dat agressie niet alleen in de directe patiëntenzorg speelt. Aan de onderkant van de lijst staan schoonmakers en keukenhulpen, waaronder huishoudelijke hulpen: 30 procent van hen krijgt met agressie te maken. Pedagogisch medewerkers, die vaak in de kinderopvang werken, zitten op 36 procent. Bij deze groep gaat het vooral om schelden en pesten door ouders of andere naasten van de kinderen. Zij hebben minder vaak te maken met fysieke agressie dan medewerkers in de ouderenzorg, gehandicaptenzorg of geestelijke gezondheidszorg.

Werkdruk speelt een duidelijke rol bij de kans op agressie. Van de medewerkers die hun werkdruk als (veel) te hoog ervaren, zegt 68 procent dat zij agressie meemaken. Bij collega’s die hun werkdruk als goed beschrijven, ligt dat op 54 procent. Wie de werkdruk als (veel) te laag ervaart, komt uit op 51 procent. Ook ervaren medewerkers vaker agressie als ze vinden dat ze te weinig tijd hebben voor patiënten of cliënten. Van de werknemers die het (helemaal) oneens zijn met de stelling dat zij genoeg tijd hebben, meldt 75 procent agressie. Bij collega’s die wel genoeg tijd zeggen te hebben, is dat 57 procent. Toch zijn medewerkers die agressie meemaken bijna net zo enthousiast over hun werk als collega’s die hier niet mee te maken hebben. De betrokkenheid bij het werk blijft dus hoog. Wel zijn de mentale gevolgen merkbaar. Van de werknemers die agressie ervaren, voelt 19 procent zich opgebrand door het werk. In de groep die geen agressie meldt, is dat 12 procent. Ook frustratie komt vaker voor: 16 procent van de medewerkers die agressie meemaken, zegt zich gefrustreerd te voelen door het werk, tegenover 9 procent van de collega’s zonder agressie-ervaringen.

(Afbeelding ter illustratie: Grok AI / FOK.nl)

Source: Fok frontpage

Previous

Next