Home

Spirituele ravefilm-regisseur Oliver Laxe: ‘Ik geloof dat alles al geschreven is, en goed geschreven’

Oliver Laxe | regisseur De mystieke film Sirât, over nomadische ravers, is een wereldhit. Nu is het de uitdaging aan regisseur Oliver Laxe om zijn eigen levensstijl eenvoudig en introspectief te houden. „Films maken is een erg neurotische manier om liefde te vragen.””

De gebutste en gehavende rave-nomaden in 'Sirât'. "Ik hou van ze, omdat ze met hun wonden leven", zegt regisseur Oliver Laxe.

Een rijzige gestalte, lang bruin haar, een baard, een ‘nomadische partyraver look’ van tribale fladderblouse en blauwe zonnenbril. In de tuin van hotel Resideal oogt regisseur Oliver Laxe (43) als Jezus die voor zijn wederkeer nog even ging shoppen bij Plazmalab. Dromerig. Vriendelijk.

Het is medio mei, gisteren vloerde Laxe de pers op het filmfestival van Cannes met zijn mystieke rave-film Sirât, waarin een vader op zoek naar zijn dochter een tribe van gekneusde en gehandicapte ravers volgt die de woestijn intrekken voor de ultieme rave. Terwijl elders een oorlog woedt – of is het de Apocalypse? – wordt het een lijdensweg vol nare surprises. De film wint de Juryprijs – zeg maar brons. Ook op het IFFR was Sirât een publieksfavoriet.

Wat zien we? Een pelgrimage? Een mystieke loutering waarin een zoeker in de woestijn afstand doet van het aardse om verlicht naar de beschaving terug te keren en het Woord te verspreiden? Wie weet; hoe dan ook is Sirât een sensatie die je op een groot doek moet zien, met techno van dj Kangding Ray die je vullingen doet rammelen. 

Sirât is Arabisch voor de brug over de hel van aarde naar paradijs: dun als een haar, scherp als een mes. Een filmtitel die „goed voelde, een naam vol licht”, aldus Laxe. „Sirât is de weg, je vindt het ook in de Tao. Een fysiek én metafysisch pad vol bochten en haarspelden, met afgronden aan beide zijden, vol moeilijke obstakels en uitdagingen. Zo zie ik de wereld.”

„Uiteindelijk helpt alles dat ons overkomt ons, als wij goed observeren. Ook ons verdriet, onze tragiek. De doden die in mijn film vallen, zijn voor vader Luis een vorm van genade: om te groeien, transcendentie te bereiken, zijn dochter beter te begrijpen. Weet je, ik ben één van die mensen die gelooft dat er geen blad aan een boom ritselt zonder reden. Dat alles al geschreven is, en goed geschreven.”

Olivier Laxe op de European Film Awards in Berlijn in januari.

Een festivaldarling

Dat Oliver Laxe een mysticus is weten we. Dat mystici vaak fenomenale films maken weten we ook. Hij werd in 1982 geboren als zoon van twee Spaanse conciërges in Parijs, volgde een opleiding reclame voor hij switchte naar de filmacademie Pompeu Fabra in Barcelona. Gedreven door vage onvrede verkaste hij daarna naar Marokko en maakte daar een metafilm over wezens die in opstand komen tegen hun filmmaker: Todos vós sodes capitáns. Die film werd in 2010 in Cannes vertoond, zoals alles dat Laxe sindsdien maakte. Hij is een echte ‘festivaldarling’. 

Mimosas (2016) was een western over een karavaan in het Atlasgebergte, gedraaid met echte nomaden. Fire Will Come (O Que Arde, 2020), over een destructieve pyromaan die naar zijn dorp in Galicië terugkeert, werd opgenomen met dorpelingen rond het gehucht Navia de Suarna, waar hij vanaf 2018 de hoeve van zijn grootmoeder restaureerde en een pastorale, pre-industriële levensstijl verkondigt. „Ik hou heel erg van geiten en schapen”, zegt Laxe. „We hebben een collectief voor geiten. Ze zijn ons verleden en onze toekomst.”

Hij werkt momenteel vooral veel aan zichzelf via Gestalt-therapie, zegt Laxe. Zijn ideaal van eenvoud en introspectie lijkt lastig te rijmen met de glitter en glamour die hem in Cannes omringen, zeker nu hij er plat du jour is. Hij voelt die contradictie ook. „Met films ben ik mijzelf aan het projecteren, terwijl ik een eenvoudig leven voorsta. Films maken is een erg neurotische manier om liefde te vragen. Maar als ik een film maak, voel ik me toch ook een klein kind dat met zijn speelgoed speelt. En als ik succes heb, krijg ik meer vrijheid om te spelen. Dat kan niet slecht zijn.”

Hij mocht ditmaal spelen onder de vleugels van de Spaanse filmlegende Pedro Almodóvar, die Fire Will Come zag bij de Goya’s – de Spaanse filmprijzen – en danig onder de indruk was. Laxe: „We raakten in gesprek en het klikte heel erg, ook al is hij nogal urbaan en ben ik die weirdo uit de bergen van Marokko en Galicië. Dus toen ik het script van Sirât klaar had, ging ik eerst naar Pedro. En hij vond het erg goed en hielp me. Meer dan helpen: de Almodóvars zorgden voor alles, ze vormen een hele warme familie. Ik ben zo verbaasd dat ze hun puurheid en menselijkheid niet zijn verloren door al hun succes.”

Al moet hij wel oppassen dat hij zich nu niet laat verleiden tot een professionele film, beseft Laxe. Hij werkte tot zover vooral met amateurs: in Sirât een ‘tribe’ gebutste, nomadische ravers die veelal ledematen misten. „Ik hou van ze, omdat ze met hun wonden leven”, zegt Laxe. „We zijn allemaal van binnen gebroken en proberen onze wonden te verbergen achter een geïdealiseerd imago van onszelf, weet je? Dat is ons neurotische defensiemechanisme. Zij hebben dat niet zo, zij verstoppen hun littekens niet. En al lijkt hun levensstijl misschien ook een beetje Peter Pan, er zit rijpheid in hun denken. Een echo van traditie die je kan afdoen als New Age, maar ik respecteer hun neo-tribalisme. Ik deel hun intuïtie dat we allemaal wachten op de Reset.”

De rave-nomaden trekken de woestijn in voor de ultieme rave.

‘Mensen zijn niet vrij’

Is nomadisch raven – op het Iberische schiereiland zeer populair – geen escapisme, vraag ik Oliver Laxe. Peter Pan-gedrag inderdaad? „Ik zie dat niet zo. De wereld gaat al heel lang ten onder en zij vertrekken, zij ontsnappen. Dat is geen escapisme maar overgave aan het pad. Het gaat niet om vrijheid. Mensen zijn niet vrij, wij hebben zoveel speelruimte als een viool in een vioolkist. Een mens is een trein op de rails, we hebben niet de keus om links- of rechtsaf te slaan. Wel hebben we de vrijheid te kiezen of we eerste of derde klas reizen. En dan hangt af van onze capaciteit tot acceptatie en overgave.”

En al die nare verrassingen die Sirât bevat? Die moeten ons wakker schudden in het donker van de bioscoop, zegt Laxe. „Als een soort rite de passage. Want zo is het leven. Het leven vraagt nooit: ben je er klaar voor? Nee, nare dingen gebeuren opeens. Zomaar.” Hij beoogt ook beslist geen shock-cinema in de stijl van Gaspar Noé, vervolgt Laxe. „Integendeel. Ik ben er niet op uit spelletjes met de kijker te spelen of hem pijn te doen. Ik wil in Sirât alleen de diepst mogelijke menselijke crisis tonen. En dat je juist dan snel een connectie maakt met je essentie. En dat je voor echte groei vaak door zo’n vreselijk proces moet.”

Sirât is bedoeld als mystieke ervaring, als trip. Laxe overdenkt zijn beelden niet, maar mixt ze intuïtief met geluid en muziek en verhaal. „Zodat in het hoofd van de kijker onverwachte connecties ontstaan. Want het leven is een kans te groeien en jezelf te overstijgen. We zijn geen willekeurige stofdeeltjes, verdwaald in de kosmos. Daar geloof ik niks van. Er zijn regels, en één daarvan is: je gaat omhoog of naar beneden. Ook voor mijzelf zijn mijn films een proces van zelfontdekking. Al betwijfel ik of kunst ons pad verlicht, het is meer een stok die de blinde door de wereld helpt. Een hulpstuk met beperkingen.”

Sirât kreeg twee Oscarnominaties: beste internationale film en geluid. En Oliver Laxe reist al het hele jaar de wereld over met zijn filmhit. De geiten moeten het even zonder hem doen.

Film

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next