Berlinale Er ontstond een rel op filmfestival Berlinale nadat Wim Wenders op een persconferentie zei dat filmmakers niet het werk van politici moeten doen . Er lijkt vooral moedwillig onbegrip en een jacht op clicks achter te zitten.
Regisseur en juryvoorzitter Wim Wenders tijdens de persconferentie voor de Berlinale.
Zijn films politiek? Een non-vraag: natuurlijk zijn ze dat. Maar op filmfestival de Berlinale veroorzaakte de vraag een absurd relletje dat al bijna een week doorsmeult. Het begon met een vraag – of eis – tijdens de persconferentie van Wim Wenders’ filmjury donderdag. De Berlinale verklaarde zich in 2023 solidair met Oekraïne en Iran, dus waar blijft Gaza? De jury moest zich direct uitspreken, vond de vraagsteller, want de Berlinale krijgt geld van de Duitse staat, en die steunt Israël.
Het Poolse jurylid Ewa Puszczynska bespeurde struikeldraad: met uitspraken over Gaza en Israël open je in Duitsland geheid de hellepoort. Het is onfair van een filmjury te verlangen dat ze zich hierover namens de Berlinale uitspreekt, antwoordde ze. Films moeten sowieso geen standpunten opdringen maar empathie kweken, waarna de kijker zelf zijn conclusies mag trekken. Juryvoorzitter Wim Wenders sloot zich daarbij aan: „Als we expliciet politieke films maken, begeven wij ons in de politieke arena. Film is het tegenwicht voor politiek, het tegendeel. We moeten het werk van de mensen doen, niet van de politici.”
Zo begon een links binnenbrandje op sociale media, en The Guardian blies dat gretig op tot een inferno. Had Wenders eerder niet gezegd dat elke film politiek is? En dat de Berlinale terecht het meeste politieke filmfestival ter wereld is? Nou dan. De Indiase auteur Arundhati Roy, die een film kwam inleiden, boycotte ‘gechoqueerd’ de Berlinale vanwege de „gewetenloze uitspraken van de jury” die „een conversatie over misdaden tegen de mensheid wil smoren”. Popster Charli XCX verklaarde dat ze de Berlinale bewondert „om zijn politieke films”. Iedereen had het er over. Er zijn al graffiti in Berlijn gesignaleerd: „Wim, jij lafbek!” Want links doet dat graag, elkaar op de brandstapel zetten.
Slaat het ergens op? Wim Wenders neigt tot melancholieke, meditatieve films, maar hem een conservatief ‘l’art pour l’art’-standpunt toeschrijven is malicieus. Ik stel me voor dat hij wilde zeggen dat film politieke slogans moet vermijden omdat het dan propaganda wordt. Dat kwam wat beroerd zijn strot uit, maar de goede man is tachtig.
Berlinale-directeur Tricia Tuttle schrijft deze week in een wijdlopige apologie van Wim Wenders dat lieden die het vrije woord zo hoog hebben zelf filmmakers verketteren als die een vraag weigeren te beantwoorden, als het antwoord de vrijewoordmensen niet bevalt of als het de cineasten even niet lukt een complexe gedachte in een snedige soundbite te vangen. En filmmakers? De Duits-Turkse regisseur Ilker Çatak, op de Berlinale met het zeer politieke Yellow Letters, vertelde me: „Wim wordt verkeerd begrepen, en welbewust.” Collega Emin Alper, op de Berlinale met genocideparabel Salvation, zegt dat het gedoe hem als Turk bekend voorkomt. „Als intellectuelen zich machteloos voelen, gaan ze elkaar te lijf. Maar waarom zou je die brave Berlinale boycotten? Ik mag hier over Gaza zeggen wat ik wil. Boycot liever de VS.”
Alper is mild: dit relletje is niet het werk van gefrustreerde intellectuelen, maar een jacht op clicks van de Duitse influencer Tilo Jung (145.000 volgers op Insta) en zijn YouTube-kanaal Jung & Naïv. Hij stelde Wim Wenders de gewraakte vraag en herhaalde die daarna triomfantelijk op elke persconferentie. Principe, provocatie of aandachttrekkerij? Geen idee, maar Jung scoort vast veel likes en volgers.
Conclusies? De filmwereld laat zich op deze Berlinale van zijn onbenulligste kant zien. En sociale media zijn Satans geschenk aan de mensheid.