Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Onderweg naar de huisarts plande ik alvast mijn begrafenis. Zelf dacht ik sowieso aan Till I Collapse van Eminem en enorme dumplings die zo min mogelijk op vochtige, gladgeschoren scrotums lijken. Ik had een zwelling in mijn lies, een soort vreemde bobbel, alsof iemand me in mijn kruis getrapt had en één bal omhooggeschoten was en niet meer naar beneden durfde. Dit vertelde ik ook aan de huisarts en trok daarna, nog voordat hij het me kon vragen, mijn broek naar beneden.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Hij trok handschoenen aan (handschoentjes bedoel ik, van latex. Bij ‘handschoenen’ denk ik toch aan iets robuusters, aan klushandschoenen bijvoorbeeld. Of wanten. Wat medisch zeer onverantwoord zou zijn. ‘De chirurg trok zijn snowboardwanten aan en ging aan de slag. Wederom overleefde zijn patiënt het niet.’) en ging voorzichtig met zijn vingers over de zwelling.
‘Wil je eens op je hand blazen?’ Dat deed ik. ‘Ja, dat dacht ik al’, zei hij, ‘waarschijnlijk is het een liesbreuk.’ Een liesbreuk klinkt een stuk stoerder dan het is. Het is namelijk niet een gebroken lies, maar een scheurtje in je buikwand. De bobbel die ik voelde en zag, was het gevolg van ingewanden die tegen het scheurtje aandrukken.
Wacht even, het wordt nog beter.
Het kan gebeuren dat een stuk darm door de breuk heen komt en dan ‘verga je van de pijn’, aldus de huisarts. Problematisch aan liesbreuken is dat ze niet vanzelf dichtgroeien. Wel kunnen ze groter worden. Grappig genoeg gaan ze dan minder pijn doen. Je kunt er operatief een soort ducttape overheen laten plakken, of, zolang de darmen binnenboord blijven, accepteren dat je nou eenmaal langzaam uit elkaar valt en openscheurt. Voor de zekerheid gaf de dokter me een doorverwijzing voor een foto en overleg met een chirurg.
‘Het is al best lang geleden dat ik voor het laatst in mijn ballen werd getrapt’, mijmerde ik uit het relatieve niets. De huisarts keek op van zijn computer en zei ‘hm’. ‘Waarschijnlijk’, ging ik verder, ‘was het ergens in mijn middelbareschooltijd.’ Even dacht ik na. ‘Trouwens, ik heb met voetballen natuurlijk nog wel eens een keer een bal in mijn kruis gekregen.’ Mijn huisarts knikte.
Daarna kwamen we te spreken over, hoe kan het ook anders, prostaatonderzoeken en wanneer je die moet laten doen. Hij vertelde over de PSA-test, waarbij een specifiek eiwitgehalte in je bloed gemeten wordt. Ik knikte geïnteresseerd.
‘Dat gaat eigenlijk altijd samen met een rectaal onderzoek.’ Hij had net zijn handschoenen uitgedaan en ik wilde hem de moeite besparen weer een nieuw paar uit het doosje te trekken. Dus dat onderzoek bewaren we wel voor een andere keer.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant