Home

Grootste exportproduct is deathcoreband met muziek ‘als een baksteen in je gezicht’

De deathcoreband Distant is de meest over de grens spelende band van Nederland, blijkt uit de laatste exportcijfers van Buma. Hoe konden ze zó groot worden, met muziek die je bij eerste beluistering in de paniekstand zet: vechten of vluchten.

is redacteur popmuziek van de Volkskrant.

De band Distant is niet bepaald een crowdpleaser, en geen laagdrempelige feestband. De ‘deathcore’ van Distant zet je bij een eerste kennismaking eerder in een soort paniekstand: vechten of vluchten.

Vraag de Rotterdamse gitarist Nouri Yetgin zijn eigen sound te omschrijven en hij komt met een treffende metafoor: ‘Ja, het is eigenlijk gewoon een baksteen in je gezicht.’

Het was nogal een eye-opener toen vorige maand bekend werd dat deze brute deathcorecombinatie, die verpletterende liedjes maakt met titels als Nothing Left to Hate, de meest in het buitenland spelende band van Nederland is.

Het stond er echt, in het jaarlijkse overzicht van de exportwaarde van de Nederlandse popmuziek, uitgevoerd in opdracht van Buma Cultuur: tussen de gebruikelijke dj-namen (Tiësto, Afrojack, Mau P en Franky Rizardo) wurmde zich ineens een ouderwets bandje in de topvijf van acts met de meeste buitenlandse optredens. Jongens met gitaren. En een drummer.

Een blik op het huidige tourschema van Distant maakte de openbaring nog groter. Distant is cónstant op tournee, vooral in Europa en de Verenigde Staten. Momenteel zit de band op een moordend speelschema van vrijwel iedere dag een show.

Een van de hardste muziekstijlen op aarde

De afgelopen twee weken uit het leven van Distant zijn een bizar rondje Europa: van Nürnberg naar Wenen, München, Boedapest, Praag, Karlsruhe, Zurich, Dornbirn, Milaan, Lyon, Barcelona, Madrid, Parijs en Haarlem. Met een enkele rustdag, ergens tussen Madrid en Parijs. Om bij te slapen in de bandbus.

Hoe kan deze voor velen waarschijnlijk onbekende band het met zulke extreme muziek zó goed doen over de grens? En wat verklaart de aantrekkingskracht van hun deathcore, een van de hardste muziekstijlen op aarde?

We kunnen het de bassist Elmer Maurits en gitarist Yetgin persoonlijk vragen in de aanloop naar hun optreden in het Haarlemse podium Patronaat, waar ze spelen in het voorprogramma van de Amerikaanse band Sylosis. En waar ze net de spullen uit hun gehuurde bandbus hebben geladen en klaar zijn voor de soundcheck.

Drummer René Gerbrandij is er nog niet, zeggen Maurits en Yetgin. Die wilde feestelijk gebruik maken van het feit dat ze een dag in Nederland zijn, en bij zijn vriendin langs. De drum-soundcheck wordt nu gedaan door de drummer van de Amerikaanse band Life Cycles, ook op het programma.

Genre in Nederland niet populair

Het reizende metalcircus waar ze nu in zitten, met vier bands op hetzelfde affiche, is één grote familie, zeggen Yetgin en Maurits. En daaruit is ook een belangrijk deel van het succes te verklaren.

Maurits: ‘We komen uit de Rotterdamse metalscene en zaten voor Distant ook in andere bands. Maar we waren allebei enorme deathcore-fans, en wilden tien jaar geleden een eigen deathcoreband beginnen.’ Yetgin: ‘Maar in Nederland was dat genre niet echt populair. We deden eens mee met een metal-battle en daar kregen we te horen: ja, prima hoor, en jullie klinken wel behoorlijk muddy enzo, maar er is hier niet echt vraag naar.’

Het genre van de deathcore, dat soms inderdaad lekker modderig kan klinken, kwam tot leven in de jaren nul, als mengvorm van punkachtige hardcore met technische deathmetal uit de jaren tachtig. Vooral in de Verenigde Staten werd die harde metalmix, met gepijnigde schreeuwvocalen, snelle riffs en blastbeats op de drums, groot bij een jong publiek: een ideale muzieksmaak om je mee af te zetten tegen je sportieve klasgenoten.

Maar Nederland bleef achter. Yetgin: ‘Hier leefde toen vooral de symfonische metal, blackmetal en hardcore. Wij zeiden: okay, jammer, maar wij doen dit toch. We gaan ons gewoon richten op het buitenland.’ Maurits: ‘Want als we ons op Nederland gaan focussen, komen we in de kelders terecht.’

Europese kelders

Niets mis met underground en vochtige speelplekken, maar Distant wilde meer. Maurits: ‘Voor mijn vorige bands had ik vaak zelf optredens geboekt. Ik kende de Europese metalscene vrij goed en ik wist waar de hotspots zaten.’ Hij ging weer rondbellen. ‘Ik ging de grotere bands in het genre aanspreken, zo van: hé, willlen jullie met ons touren? Dan boeken wij alles wel. Zo deden we onze eerste tournees. Wel door de kelders, maar dan die in heel Europa.’

In een kelder te Glasgow werd Distant klassiek ontdekt. Maurits: ‘Er stonden drie man in de zaal, maar ook een vrouw en die stond ons de hele tijd te filmen.’ Yetgin: ‘De volgende dag kregen we een mail van een eigenaar van een platenlabel. Die vrouw, dat was zijn vrouw.’

Distant bracht in 2019 een eerste album uit: Tyrannotophia, bij het label Unique Leader Records. En de band kon nog mooiere tournees in elkaar puzzelen. Maurits: ‘In de metal zie je vaak dat een band twee of drie support-acts heeft. Dat is heel strategisch: je kunt als kleinere band aansluiting zoeken bij andere bands en andere genres, die in sommige landen al een publiek hebben. De krachten bundelen, om de zalen wat voller te trekken. Soms staan wij als support onder een andere band, maar een volgende keer zijn wij de headliner en staan er weer andere bands onder ons. Je moet geen groot ego hebben, maar tactisch denken.’

Shirtverkoop

Er is een belangrijke wisselwerking tussen de landen en de continenten, zegt hij. ‘Toen we begonnen, spraken we bijvoorbeeld bands uit België en Luxemburg aan, om mee te spelen: zij bij ons, wij bij hen. Heb je zomaar een tourtje. Vandaag staan wij hier met drie Amerikaanse bands. We zijn nu in ons thuisland, en spelen straks in hun gebied.’

Yetgin: ‘En waar zij het publiek trekken, hopen wij ook mensen te overtuigen. En andersom. Bij deze tournee zeggen mensen na afloop vaak: ik kwam eigenlijk voor Replication, maar what the fuck, jullie zijn zó heavy. Jullie gaan mijn support krijgen. Ik ga een shirtje kopen.’

En zo ongeveer werkt de metaleconomie. Yetgin: ‘Als je per show twintig mensen hebt die je gaan volgen, dan komen die ook weer naar een volgende show. En ze nemen vrienden mee. Die dan ook weer shirtjes gaan kopen en je gaan volgen.’ Het is een viraal groeimodel.

Het genre van de deathcore groeide intussen ook, explosief. En volgens Maurits en Yetgin vooral dankzij corona. ‘Onze zanger Alan Grnja komt uit Bratislava, daar woont hij nog steeds. We kenden hem uit het circuit, uit andere bandjes en als tourmanager. Wij hadden nog niet echt een vocalist toen en vroegen hem eens mee te zingen. Het paste ook bij ons idee dat we groter wilden zijn dan Nederland.’

Corona

Distant was het dankzij die internationale connectie al gewend om op afstand nieuwe muziek te maken voor hun albums, met gedeelde bestanden via Dropbox. Maurits: ‘Toen kwam corona en moesten álle bands dat doen. Je zag veel bands sneuvelen, omdat ze niet met die situatie om konden gaan. Maar wij wel.’ Yetgin: ‘We werden toen vijf keer zo groot, ook omdat veel mensen door die corona op zoek gingen naar extreme muziek. Omdat die energie eruit moest.’

Een Amerikaanse deathcoreband als Lorna Shore werd zomaar een arena-act, en speelde vorige week in een uitverkochte en zinderende Afas Live in Amsterdam. Maurits: ‘Daar hebben wij ook vaak mee gespeeld.’ Als het aan Distant ligt, gaan zij het voorbeeld van Lorna Shore volgen. ‘Wij gaan ook die grote zalen uitverkopen. Dat is onze ambitie.’

Yetgin en Maurits zien hun werk in de band als een baan. Zij verdelen de managementtaken, en vooral dankzij de opbrengst van de merchandise houden ze soms ook wat over aan een tour. Bij de show in Patronaat ligt een tafel vol Distant-spullen: van shirts tot hoodies, broeken én zelfs een prachtig vormgegeven roman geschreven door Maurits en zanger Grnja, over de fantasy-werelden die de band bezingt op hun albums.

Yetgin: ‘De verkoop van die T-shirtjes geeft je net genoeg inkomsten, want met spelen alleen red je het niet.’ Het is een bekend probleem in de muziekindustrie, en zeker in de kleinere zalen: de gages zijn te laag en de onkosten te hoog.

Tweede leven

Maurits: ‘Daarom rekenen we alles door en betalen de tournees vooruit. Alles moet kloppen en we moeten volledige controle houden. Die bandbus bijvoorbeeld is al helemaal afbetaald. Zodat we aan het einde van een tournee misschien iets overhouden en dat weer kunnen stoppen in een volgende tour.’

Toch hebben ze naast hun bandbestaan nog een tweede leven; Yetgin ontwikkelt plug-ins voor gitaren, en heeft een eigen ‘signature’ gitaar uitgebracht met de bekende gitaarbouwer Koen van der Meij. Maurits heeft een wetenschappelijke achtergrond en geeft leiding aan een farmaceutisch bedrijf, dat betere medicatie tegen bloedkanker ontwikkelt.

Maurits: ‘Ik ben de enige die ook een gezin heeft, en heb eigenlijk ook twee fulltime-banen. Het enige dat ik niet heb, is vrije tijd. Maar ik ben gewoon niet iemand die ’s avonds om acht uur wil gaan Netflixen.’

De laatste albums Heritage en Tsukuyomi: The Origin van Distant zijn verschenen bij Century Media Records/ Sony. Distant speelt momenteel in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. In de zomer speelt de band op festivals als Graspop in het Belgische Dessel en Jera on Air in Ysselsteyn.

Source: Volkskrant

Previous

Next