Home

Geweld, bomenkap en nieuwe nederzettingen: Israël verstikt de Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever

Kolonistengeweld Israëlische kolonisten stichten een nieuw gehucht. Palestijnse olijfbomen staan in de weg en worden gekapt. Wie protesteert, wordt in elkaar geslagen. En het Israëlische leger steunt de gewelddadige kolonisten volop.

De toegangsweg naar het Palestijnse dorp al-Mughayyir op de bezette Westelijke Jordaanoever, omringd door olijfboomgaarden.

De stank van verbrand rubber is van ver te ruiken. Een dag eerder staken inwoners van het Palestijnse dorp al-Mughayyir, op de bezette Westelijke Jordaanoever, autobanden in brand. De resten smeulen de ochtend erna nog, op het asfalt van de enige toegangsweg die het dorp (drieduizend inwoners) met de buitenwereld verbindt. Het gebeurt meerdere keren per week dat ze banden in brand steken. Het vuur en de rook moeten radicale Israëlische kolonisten op afstand houden.

Een groep van enkele kolonisten liep na middernacht in de richting van het dorp, vertellen dorpelingen. Ze hoorden schoten. Er kwamen tractors mee, ze wilden het Palestijnse land omploegen. Gisteren was het gelukt de groep tegen te houden. Maar vaak helpt het niets.

Steeds meer wordt het Palestijnse leven op de Westelijke Jordaanoever afgeknepen. Steeds kleiner wordt hun wereld. Het is te zien in al-Mughayyir. Kwetsbaar en geïsoleerd zijn de Palestijnen in dit dorp. De toegangsweg is vaak dicht. Als de gele slagboom van het Israëlische leger wél open staat, is het nog gevaarlijk. Bijna dagelijks worden de Palestijnen er aangevallen. Door Israëlische soldaten of door radicale kolonisten.

De toegangsweg is niet het enige probleem. De bevolking van het dorp leeft van het houden van schapen en de jaarlijkse olijvenoogst. Maar wie zijn schapen weidt op de heuvels rondom het dorp, loopt groot gevaar aangevallen te worden door kolonisten. Hetzelfde gebeurt in de olijfboomgaarden rondom het dorp, voor zover ze er nog zijn.

Vorig jaar is een groot deel van de boomgaarden verwoest door het Israëlische leger. De officiële reden: de veiligheid van vier buitenposten in de omgeving. Het zijn kleine, wilde nederzettingen op Palestijns gebied. Er komen er steeds meer, en ze verstikken het Palestijnse leven.

Inwoners van al-Mughayyir steken vaak autobanden in brand, om te voorkomen dat radicale Israëlische kolonisten het dorp binnenkomen.

De bevolking leeft van het houden van schapen en de jaarlijkse olijvenoogst. Maar veel olijfboomgaarden zijn verwoest.

Nederzetting op de plek van olijfboomgaard

Op het dakterras van Afaf Abu Alia (55), drie trappen omhoog, is de omsingeling pas echt te zien. Ze kijkt uit op een stuk land met omgezaagde stammen. Dat was, tot vorig jaar, haar olijfboomgaard, wijst ze. Daarachter, op de top van de heuvel, is pas geleden een nieuwe buitenpost gebouwd.

Al snel kwam het leger de bomen kappen, om de kolonisten vrij zicht te geven. Het zijn nu maar een paar caravans, maar binnen enkele jaren moet dit een volwaardige nieuwe nederzetting zijn. Haar bomen, de meeste tientallen jaren oud, zijn verdwenen.

Het is een wonder dat Afaf Abu Alia nog leeft. Vorig jaar oktober werkte ze tijdens de olijvenoogst op het land in een naastgelegen dorp. Omdat ze geen eigen bomen meer heeft, mag ze op het land van een andere boer werken. De helft van de opbrengst is voor haar.

Ze was in de vroege ochtend aan het plukken toen ze werd aangevallen door kolonisten. Het moment is gefilmd door een Amerikaanse journalist die er toevallig bij was, Jasper Nathaniel. Zijn beelden zijn huiveringwekkend, Afaf Abu Alia laat ze zien op haar telefoon.

Te zien is hoe Jasper Nathaniel in paniek zijn auto in vlucht, terwijl gemaskerde mannen met knuppels de olijfboomgaard in rennen. „Sla haar niet! Hé!”, roept hij nog. Een man rent op Afaf Abu Alia af, en knuppelt haar tegen haar hoofd, ze valt meteen bloedend op de grond en verliest korte tijd het bewustzijn.

Daarna vallen ongeveer tien gemaskerde mannen anderen aan met hun knuppels. Haar ellebogen, ribben, knieën, benen en hoofd werden zwaar geraakt. „Het wordt niet beter. Ik kan mijn handen nog steeds niet goed bewegen. Ik heb altijd hoofdpijn.”

Wat het filmpje niet laat zien, zegt Afaf Abu Alia, is dat er diezelfde vroege ochtend ook militairen van het Israëlische leger waren gekomen. Ze hadden de olijvenplukkers met traangas beschoten. Toen het leger wegging, kwamen de kolonisten.

Het bevestigt het idee dat alle dorpelingen hebben. Het leger, dat er officieel is om de orde te bewaken in delen van de Westelijke Jordaanoever, werkt samen met de kolonisten. „Het gaat bijna elke dag zo. Eergisteren nog is een man van zeventig aangevallen. Ze steken auto’s in brand en vallen het dorp aan. Het leger houdt ze niet tegen, maar begeleidt ze.”

Afaf Abu Alia (55) met haar kleinkinderen en andere familieleden in haar huis in al-Mughayyir.

Aandacht afgeleid door Gaza

Ruim twee jaar keek de wereld vrijwel alleen naar Gaza, waar door de Israëlische vernietigingsoorlog zeker 70.000 Palestijnse doden vielen. Maar juist toen er weinig aandacht voor was, namen het geweld en intimidatie door radicale kolonisten op de Westelijke Jordaanoever snel toe.

En het bleef niet bij geweld. De bouw van nieuwe buitenposten gaat veel sneller dan voorheen. Vorig jaar kwamen er 86 bij, een ongekend aantal.

Al-Mughayyir is er inmiddels door omsingeld, zoals vele Palestijnse gemeenschappen. Het aantal invallen door kolonisten en militairen neemt sterk toe. Inwoners vertellen dat ze niet meer buiten komen, zelfs niet op hun eigen veranda, uit angst om gearresteerd of aangevallen te worden.

Een dag na het bezoek aan Afaf Abu Alia valt het leger opnieuw binnen. Een jongen van veertien, Mohammed Saad Naasan, gooide stenen naar de militairen. Ze schoten hem op straat dood.

Een buitenpost, hoe klein ook, speelt een belangrijke rol in het beleid van de Israëlische regering-Netanyahu om ‘feiten op de grond’ te creëren. Net als de honderden bestaande Israëlische nederzettingen in bezet gebied, snijden deze buitenposten het Palestijnse land doormidden.

Het zijn meestal piepkleine gemeenschappen, maar een buitenpost is veel meer dan een paar caravans. Er moet een weg naartoe, er komt stroom, en de Palestijnse landbouwgrond eromheen wordt meestal in beslag genomen of verwoest.

Deze buitenposten zijn zelfs volgens het Israëlisch recht illegaal (het internationaal recht bepaalt dat álle nederzettingen in bezet gebied dat zijn). Maar de Israëlische minister Yisrael Katz van Defensie, lid van regeringspartij Likud, noemde de stichters van deze buitenposten „de pioniers van deze tijd”, en kondigde aan een groot deel een legale status te geven.

Een Israëlische uitkijktoren op de Westelijke Jordaanoever.

Streven naar Palestijnse staat is een illusie

De internationale gemeenschap houdt nog altijd vast aan het idee van een Palestijnse staat als oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict. Het staat in het Vredesplan voor Gaza van de Amerikaanse president Trump. Het staat ook, wederom, in het coalitieakkoord van het aanstaande kabinet-Jetten (D66, VVD en CDA): „Nederland zet zich in voor (..) een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse staat naast een veilig Israël.”

Maar een paar dagen rondrijden op de Westelijke Jordaanoever laat zien dat dat streven een illusie is. Snelweg 60, de weg die over de gehele Westelijke Jordaanoever loopt, laat de Israëlische ambities goed zien. Om de vijftig meter wappert er een Israëlische vlag. Afslagen naar Palestijnse gemeenschappen zijn afgesloten door wegversperringen en controleposten. Het plaatsje Sinjil, dicht bij Ramallah, de feitelijke hoofdstad van de Palestijnse Autoriteit, is verdwenen achter immense hekken.

Op snelweg 60, de weg die over de gehele Westelijke Jordaanoever loopt, wappert om de vijftig meter een Israëlische vlag.

Het plaatsje Sinjil, dicht bij Ramallah, de feitelijke hoofdstad van de Palestijnse Autoriteit, is verdwenen achter immense hekken.

De afslag naar het christelijke Palestijnse dorp Taybeh is afgesloten. Om daar vanuit Ramallah te komen, normaal een kort autoritje, moeten de Palestijnen nu een lange omweg nemen. De weg is gevaarlijk, vertelt Madees Khoury (39), bierbrouwer. „Ik ging graag uit in Ramallah, zag er vrienden en ging naar cafés. Nu durf ik als het donker wordt de deur niet meer uit. Ik zit elke avond thuis.”

Taybeh was tot voor kort een relatief veilige plek. Het leger liet het dorp met rust, kolonisten waren ver weg. Elk jaar in oktober organiseert Madees Khoury met haar familie een Oktoberfest, waar honderden buitenlandse bezoekers op afkomen.

De familie Khoury was in het midden van de jaren negentig uit de Verenigde Staten teruggekeerd naar Taybeh. Israël en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) hadden de Oslo-akkoorden gesloten. De familie dacht te gaan bouwen aan een nieuwe Palestijnse staat, en bouwde ambitieus aan een biermerk dat die nieuwe staat moest onderstrepen: Taybeh Bier.

Bierbrouwer Madees Khoury in haar brouwerij in Taybeh: „We worden langzaam verstikt.”

Gebied werd in drie delen verdeeld

Maar ‘Oslo’ bereikte op de Westelijke Jordaanoever precies het tegenovergestelde doel, zegt de Israëlische mensenrechtenactivist en onderzoeker Yehuda Shaul, van denktank Ofek (horizon). „De akkoorden hadden een pad naar vrijheid moeten bieden, maar werden juist een methode om de Palestijnen verder af te zonderen.”

Het idee was: de bezette gebieden worden, voor nu, in drie delen verdeeld: A, B, en C. In gebied A hebben de Palestijnen het helemaal voor het zeggen. In gebied B kregen de Palestijnen burgerlijk bestuur en regelde Israël de veiligheid. Gebied C viel onder volledige Israëlische controle. Naarmate beide partijen elkaars vertrouwen zouden winnen, zou het Palestijnse gebied uitdijen en zou Israël zich terugtrekken.

In werkelijkheid gebeurde het omgekeerde. Het Palestijnse gebied A bestaat uit enclaves, van elkaar afgesloten en praktisch niet bereikbaar. In gebied C zijn honderden nederzettingen en buitenposten gebouwd. Dat gebied is vrijwel geannexeerd door Israël.

Maar nu, zegt Yehuda Shaul, hebben kolonisten de ogen gericht op een nieuw doel: gebied B. De eerste buitenposten zijn her en der al gesticht en er wordt op nog grotere schaal landbouwgrond ingenomen.

Het strijdtoneel heeft zich daarmee verplaatst, zegt Shaul. „In grensgebieden proberen kolonisten daarom via geweld en intimidatie Palestijnen weg te jagen. Het leger werkt eraan mee, en de Israëlische regering ook. Alle omstandigheden zijn gunstig. Ze zien het als de kans van hun leven om zoveel mogelijk grond in te nemen.”

Al-Mughayyir en Taybeh liggen allebei deels in Gebied C en deels in Gebied B. Ze zijn daarom een logisch strijdtoneel voor kolonisten, zegt Yehuda Shaul. „In Israël wordt vaak naar ze gekeken als een zootje ongeregeld. Maar hun strategie is goed uitgedacht en volledig ondersteund door de regering.”

Israëlische vlaggen en hekken tonen hoe Israël de greep op de Palestijnse gebieden verder versterkt.

Israël verstevigt greep op bezet gebied

Vorige week nog kondigde de Israëlische regering aan de greep op de Palestijnse gebieden verder te versterken. Israël controleert in de Palestijnse steden voortaan het beleid rondom water, milieu en archeologische vondsten. Ook wordt het makkelijker voor kolonisten om Palestijns land te krijgen: een oude wet die de verkoop van Palestijnse grond aan niet-Arabieren verbiedt, wordt afgeschaft. Dat betekent dat kolonisten ook via onderhandelingen grond kunnen overnemen.

Afgelopen zondag kwam daar een nieuwe maatregel overheen. Palestijnen in Gebied C moeten voortaan kunnen aantonen dat ze hun huis of grond daadwerkelijk bezitten. Blijven ze in gebreke, dan verklaart Israël hun bezittingen tot staatseigendom. Volgens critici zal dit tot grootschalige onteigeningen leiden, omdat niet iedere Palestijn eigendomspapieren kan overleggen – zelfs al is de grond al generaties in familiebezit.

De Europese Unie en de Arabische wereld hebben beide Israëlische maatregelen scherp veroordeeld. Vooralsnog blijft het bij die afkeuring; Israël wordt niet verder onder druk gezet om zijn voortgaande annexatie van het bezette gebied te staken.

„We worden langzaam verstikt”, zegt Madees Khoury in haar enorme bierbrouwerij. „Kolonisten vallen de gemeenschap aan. Een groot deel van ons land mogen we niet meer op. Zodra we toch gaan, zien ze ons met hun camera’s en jagen ze ons weg. Een van onze wijngaarden is verwoest.”

Madees Khoury laat een enorme hal zien, met gloednieuwe, dure brouwketels en vergistingsvaten uit Duitsland en Italië. Ze noemt het liefkozend haar ‘boze plan’. „Zodra er vrede ontstaat, kunnen we de productie verdubbelen en nieuwe biermerken uitvinden.” De hoop op vrede heeft ze niet opgegeven, zegt ze. „Die laat ik me niet afpakken.”

Uitzicht vanaf het dakterras van het huis van Afaf Abu Alia, waar de verwoesting van het land goed te zien is.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Midden-Oosten

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next