Mijn nicht (44) heeft een enorm drukke baan en is ook nog eens alleenstaand ouder van twee gezellige tieners. Om van dat alles bij te komen gunde ze zichzelf onlangs een weekje weg. En omdat ze haar dochters compleet vertrouwt, appte ze me pas een dag na vertrek of ik even poolshoogte kon nemen.
,,Voor de gezelligheid smiley smiley”, voegde ze eraan toe, wat betekende dat ik direct op pad moest om te controleren of haar bakvissen niet de hele wijk in de hens hadden gezet.
Eenmaal daar lagen ze gewoon op de bank met hun telefoon. Ik had ze een puberaal drinkgelag gegund, of op zijn minst een groot slaapfeest inclusief maskertjes en glaasje draaien maar nee, ze hadden net hun avondlijke bakje skyr met chiazaad op en gingen vroeg naar bed omdat ze de volgende dag zouden gaan joggen.
Op de terugweg belde ik mijn nicht om haar te feliciteren met haar doodsaaie nageslacht.
,,Halleluja”, mompelde ze.
,,Alles goed?”, vroeg ik voorzichtig.
,,Ik ontspan maar niet, en dat terwijl ik hier al bijna twee dagen ben.”
Ze was gaan wandelen, mediteren en had het ene na het andere rondje gedaan in de sauna maar niets hielp, ze was nog steeds bekaf en gestresst.
Tja. Een wijs persoon herinnerde mij onlangs aan de mooie Latijnse term otium, wat slaat op de tijd die je hebt voor jezelf, wanneer er ruimte is voor rust en verdieping. Het tegenovergestelde van otium is negotium, wat staat voor de verplichtingen van werk, privéleven en alle overige moetjes van het bestaan. Mij bekroop het gevoel dat mijn nicht zich zo druk bezig hield met otium, dat het eigenlijk gewoon negotium was: ontspanning bleek de zoveelste verplichting, met alle onrust van dien.
,,Wat moet ik dan”, verzuchtte ze toen ik haar dit vertelde. „Volgende week begint er weer een groot project, ik moet nu echt even opladen.”
,,Volgens mij doe je dat opladen niet voor jezelf”, zei ik behoedzaam, ,,maar om een goede werknemer te zijn.”
Toen was het even stil.
Enkele dagen later belde ze me met de triomfantelijke mededeling dat het haar eindelijk was gelukt om te ontspannen. Weliswaar op de boot terug maar goed, ze kon weer lachen.
Ondertussen zag ik een vlieg tegen mijn keukenraam beuken. Keer op keer gooide ze haar lijfje tegen het dubbelglas. Ze raakte steeds versufter maar het binnen was zo dichtbij, het einde onder handbereik, het kon nu echt niet meer aan haar ontkomen.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden