Home

Ga je naar een psycholoog of andere zorgverlener die geen contract heeft met je verzekeraar? Dan moet je dat straks helemaal zelf betalen

Bezuinigingen Patiënten die naar een zorgaanbieder gaan die geen contract heeft met hun zorgverzekeraar, krijgen nu nog een groot deel van de kosten vergoed. Maar het nieuwe kabinet wil daarvan af. „Mensen kunnen het straks niet meer betalen, klinieken gaan failliet.”

Een fysiotherapiepraktijk in Beverwijk.

„Het is paniek”, zegt Ger Jager van de Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze. „Mensen kunnen het straks niet meer betalen, klinieken gaan failliet. Het gaat allemaal kapot. Onverantwoord.”

Het aankomende minderheidskabinet van D66, VVD en CDA wil zo’n 10 miljard bezuinigen op de zorg. Deels door vanaf 2029 de vergoeding voor ongecontracteerde zorg te schrappen, zo staat in het coalitieakkoord. Vanaf dat moment hoeft de zorgverzekeraar niets meer bij te dragen en moeten patiënten de hele rekening zelf betalen – nu wordt nog een deel van de kosten (vaak 60-80 procent) vergoed. 

Ongecontracteerde zorg wordt geleverd door zorgaanbieders die geen afspraken hebben met verzekeraars – of met maar een beperkt aantal. Veelal gaat het om kleinschalige, vrijgevestigde praktijken in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de wijkverpleging, maar ook om medisch specialisten in grotere behandelcentra.

Het aandeel van die ongecontracteerde zorg groeit gestaag – zowel in omvang als kosten, zegt Zorgverzekeraars Nederland (ZN). In de wijkverpleging en de ggz gaat het om ruim 6 procent van de zorg, bij de medisch-specialistische zorg (planbare behandelingen zoals oogheelkunde, knie- en heupoperaties en dermatologie) om bijna 1 procent. In euro’s ging het bij elkaar in 2024 om ruim 800 miljoen, volgens cijfers van ZN.

‘Langer doorbehandeld’

De verzekeraars willen al jaren af van de ongecontracteerde zorg, omdat die „buiten het zicht en de sturing van zorgverzekeraars” gebeurt, laat een woordvoerder per mail weten. „Daardoor verdwijnt zorggeld zonder dat de premiebetaler erop kan vertrouwen dat het goed is besteed.”

Volgens de verzekeraars is soms sprake van overbehandeling: „Er wordt langer doorbehandeld dan noodzakelijk.” Ook behandelen deze aanbieders volgens de verzekeraars vaker lichte ggz-problematiek en die „capaciteit en middelen gaan ten koste van patiënten met een zwaardere zorgvraag”. Ongecontracteerde zorgverleners in de wijkverpleging declareren twee keer zoveel als gecontracteerde aanbieders, stelt ZN.

In een brief aan oud-informateur Rianne Letschert pleitte ZN eind vorig jaar dan ook voor het compleet afschaffen van niet-gecontracteerde zorg. Vorig jaar deden verzekeraars al een tussenstap, door geen restitutiepolissen meer aan te bieden. Daarmee kregen verzekerden alle ongecontracteerde zorg volledig vergoed, in ruil voor een hogere premie.

Ongecontracteerde zorg heeft inderdaad nadelen, zegt ook Marco Varkevisser, hoogleraar marktordening in de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ook hij heeft het over onnodige zorg en behandelingen die te lang doorgaan. „Deze zorgverleners kunnen zich ook onttrekken aan crisis-, avond-, nacht- en weekenddiensten, omdat ze daarover geen afspraken met verzekeraars hebben gemaakt. En verzekeraars hebben geen grip op de kosten en de kwaliteit van zorg.”

Juist in een tijd van groeiend personeelstekort, oplopende zorgkosten en stijgende –vraag moet zo efficiënt mogelijk worden omgegaan met het aanbod. Varkevisser noemt het coalitieplan dan ook „cruciaal. Het kan voor een individuele patiënt of zorgaanbieder als pijnlijk worden ervaren, maar het is noodzakelijk voor de samenleving als geheel.”

Juist goedkoper

Volgens ongecontracteerde zorgaanbieders klopt bovenstaand beeld over henniet. Ze behandelen óók mensen met een complexe problematiek, zegt Judith Veenendaal van de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen & Psychotherapeuten (LVVP). En ze zijn juist goedkoper voor verzekeraars, omdat verzekerden zelf een deel moeten betalen. De behandelingen duren volgens haar ook niet langer dan in de gecontracteerde zorg. Veel mensen vinden bij ongecontracteerde, innovatieve praktijken met specialistisch aanbod juist zorg die bij hen past, stelt MIND, de landelijke koepelvereniging van patiënten- en familieorganisaties.

Veenendaal wijst bovendien erop dat veel ongecontracteerde zorgaanbieders best contracten willen sluiten met verzekeraars, maar dat dat vaak lastig is. Verzekeraars eisen bijvoorbeeld dat aanbieders eerst een aantal jaar zelfstandig draaien voordat ze een contract mogen afsluiten, soms wel drie tot vijf jaar. In die tijd moeten hun patiënten dus een deel uit hun eigen zak betalen. Veenendaal: „Leg dat maar eens uit op een feestje: aan de ene kant lange wachtlijsten, aan de andere kant aanbieders die geen contract krijgen.”

Ze vreest – evenals Ger Jager – vooral voor de nieuwe, innovatieve zorgaanbieders. Jager: „Die krijgen vaak moeilijk een contract. En dan gaat de innovatie op slot.” Hoogleraar Varkevisser ziet dat gevaar ook: „Het mag niet zo zijn dat iedere vorm van kleinschalig, innovatief zorgaanbod de nek wordt omgedraaid. Dat is een legitieme angst.”

Er kleven meer nadelen aan een contract, zegt Veenendaal. Verzekeraars stellen vaak hoge administratieve eisen of ze betalen „idioot lage bedragen, onder de kostprijs”. En als eenmaal een contract is afgesloten, hanteren verzekeraars een omzetplafond, een maximumbedrag dat een zorgaanbieder mag declareren. Partijen zonder contract hebben dat obstakel nu niet.

‘Ophef en onduidelijkheid’

De vraag is: wat als het kabinet de vergoeding daadwerkelijk afschaft? Jager en Veenendaal verwachten dat veel patiënten overstappen naar gecontracteerde aanbieders waardoor die wachtlijsten verder zullen toenemen. Om dat te voorkomen, wil het kabinet dat verzekeraars „zorg uit het basispakket voldoende contracteren”, zo staat in het coalitieakkoord.

„Maar nergens staat dat ze daartoe verplicht worden”, zegt Jager. Het nieuwe kabinet lijkt daar ook beducht op en schrijft te kiezen voor „een overgangsperiode, met oog voor behoud van personeel”. Volgens Varkevisser zullen verzekeraars wel moeten: „Ze moeten voldoende ongecontracteerde aanbieders een contract aanbieden, anders voldoen ze niet aan hun zorgplicht.” Voldoen ze daar niet aan, dan kan de Nederlandse Zorgautoriteit bijvoorbeeld een waarschuwing geven, een boete opleggen of de verzekeraar onder verscherpt toezicht stellen.

De discussie rond ongecontracteerde zorg is niet nieuw. Sterker, ze speelt al sinds 2006, toen de Zorgverzekeringswet van kracht werd, „een open einde”, zegt Varkevisser. Het stelsel van het ziekenfonds (voor lagere inkomens en verplicht) en de particuliere ziektekostenverzekering (voor hogere inkomens en niet verplicht) verdween, alle Nederlanders moesten een verplichte basisverzekering afsluiten en zorgverzekeraars gingen onderling concurreren, net als zorgaanbieders. Idee was dat verzekeraars zorgaanbieders scherp konden houden en lagere prijzen afdwingen.

Maar in de Zorgverzekeringswet staat óók dat verzekerden recht hebben op een vergoeding als ze naar een aanbieder gaan waar de zorgverzekeraar geen contract mee heeft. Daarbij geldt het ‘hinderpaalcriterium’: de vergoeding mag niet zo laag uitvallen dat die verzekerden belemmert om een ongecontracteerde zorgaanbieder te bezoeken.

Het is echter vaak lastig te bepalen wanneer de vergoeding te laag is en wanneer niet en dat leidt geregeld tot rechtszaken. Varkevisser: „De ongecontracteerde zorg is niet goed geregeld in de wet. Het is continu onderwerp van discussie en zorgt van meet af aan voor veel ophef en onduidelijkheid.”

Varkevisser ziet risico

Afgelopen decennia heeft het ene na het andere kabinet geprobeerd in te grijpen, maar dat stuitte op politieke weerstand, rechtszaken en maatschappelijk tumult. In 2014 kwam minister Edith Schippers (VVD) in het kabinet Rutte-II (VVD-PvdA) nog het verst, maar haar plan strandde in de Eerste Kamer, waar drie PvdA-senatoren tegen het eigen fractiestandpunt stemden. Dat leidde toen tot een crisis, het kabinet overleefde ternauwernood.

Is het plan van het kabinet-Jetten kansrijker? „Het is een van de meest politiek controversiële maatregelen uit dit akkoord”, zegt Varkevisser. „Veel politieke partijen zijn hier angstig voor.” Zijn verwachting: „Dit komt niet zonder slag of stoot door het parlement.”

Jager zegt „het nut” van de maatregel niet in te zien: „Iedere zieke moet zelf zijn behandelaar kunnen kiezen. Dat is ook gewoon een principiële zaak.” Hij noemt het vooral „een machtsgreep” van de verzekeraars. Die kunnen straks hun wil meer opleggen aan zorgaanbieders.

Ook Varkevisser ziet dat risico. „Zorgverzekeraars krijgen een heel sterke positie en dat is ook nodig. Maar de Nederlandse Zorgautoriteit moet dan scherp toezicht houden of ze daar geen misbruik van maken, dat ze verantwoord omgaan met hun positie. Als dat niet gebeurt, moet je het ook weer terugdraaien.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief De Haagse Stemming

Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next