Home

‘Morele revolutie’ is per ongeluk het interessantste dat Rutger Bregman heeft geschreven

In Morele revolutie zijn de Reith-lezingen die Rutger Bregman voor de BBC mocht houden gebundeld. Ze laten iets essentieels zien over Bregmans denken als publieke intellectueel – en daardoor ook wat hij over het hoofd ziet.

is schrijver en chef van Zondag, het essay- en boekenkatern van de Volkskrant.

Het slothoofdstuk van Morele revolutie, de gebundelde prestigieuze Reith-lezingen die Rutger Bregman voor de BBC mocht houden, is per ongeluk het interessantste dat Bregman heeft geschreven.

Niet omdat de lezingen gecensureerd zouden zijn door de BBC. De geplaagde omroep knipte de opmerking eruit waarin Bregman Donald Trump omschrijft als ‘de meest openlijk corrupte president in de Amerikaanse geschiedenis’.

Maar ‘per ongeluk’ omdat het tussen de regels door iets essentieels laat zien over Bregmans denken. Hij vertelt hoe hij als tiener bedacht dat zijn omgeving, zijn genen, zijn ervaringen – alles wat hem vormde – hem was aangereikt door krachten buiten hemzelf. Dus als je zo dacht, bestond vrije wil niet.

Later las hij Charles Darwin. Op een ochtend werd hij wakker ‘met een heldere, kille gedachte: ik geloofde niet meer’.

Een paar bladzijden later schrijft hij: ‘Sinds ik mijn geloof verloor, heb ik me afgevraagd wat daarvoor in de plaats kan komen.’

Dit zegt veel over wie Bregman is als publieke intellectueel. Hij is geen vrije denker, maar een probleemoplosser. Er is een gat, dat moet worden gevuld. Er is een Niets, dat moet een waarde krijgen. Je hebt een leven, dat moet betekenis hebben. Er is een wereldgeschiedenis, dat moet een optelsom zijn.

Ik zou meer over die vormende jaren van Bregman willen lezen, toen hij nog zocht, en het niet allemaal – zoals nu – zo ontzettend zeker weet.

Privileges inzetten

In zekere zin is Morele revolutie een herhaling van Bregmans Morele ambitie (2024) en in zekere zin is het beter. Het is minder geïmpregneerd met de harariaanse drang de hele wereldgeschiedenis uit te leggen, minder bezig zijn School for Moral Ambition te verkopen. Daardoor is het scherper, meer gericht, urgenter.

De problemen in de wereld gaan niet over links versus rechts, zegt Bregman, maar om ‘serieusheid versus luiheid, toewijding versus apathie, goed versus kwaad’.

Neemt niet weg dat hij graag links doorzaagt. ‘Het links van nu is, zeker in Europa, een club van ‘nee’ geworden. ‘Nee’ tegen groei. ‘Nee’ tegen bouwen. ‘Nee’ tegen ambitie.’ ‘Links staat vooraan om te cancelen, maar niet om compromissen te sluiten. Het heeft snel zijn oordeel klaar, maar mist overtuigingskracht’, ‘dus nu hebben wel de juiste pronouns maar geen progressief belastingstelsel’, ‘we hebben de beeldvorming, maar niet de resultaten.’

Je moet zeggen: dit klinkt een beetje alsof je iemand hoort praten die ‘links’ alleen van Twitter kent en geen idee heeft wat, bijvoorbeeld, een vakbond doet.

Links lijkt voor hem vooral beperkt tot de opiniestuk schrijvende elite. Nu maakt hij wat die elite betreft een goed punt: toen Trump in 2016 werd gekozen, staken hoogopgeleide elites schuldbewust de hand in eigen boezem en verweten zichzelf dat ze niet genoeg hadden geluisterd naar al die achtergebleven Trump-stemmers. Maar, schrijft Bregman, het ware verraad zat ’m niet ‘in hun gebrek aan ‘luisteren’. Of ‘empathie’. Het was niet dat ze zich te weinig bewust waren geweest van hun privileges, het was dat ze hun privileges te weinig hadden ingezet. Ze hadden verzuimd daadwerkelijk iets bij te dragen aan de maatschappij.’

Als ze hun rol hadden vervuld, waren die Trump-stemmers niet achtergelaten. Hier neemt hij een leiderschapscrisis waar, en je kunt het alleen met hem eens zijn; de economische en technologische middelen om vrijwel alle problemen in het Westen op te lossen zijn er. Maar blijkbaar niet de wilskracht of het organisatorische vermogen.

Leiderschapscrisis

Voor die leiderschapscrisis herhaalt Bregman zijn Morele ambitie-wens dat ‘de slimste koppen’ niet naar McKinsey of de Zuidas moeten gaan, maar hogesnelheidslijnen moeten gaan aanleggen of ziekten genezen.

We moeten efficiënt zijn, zegt hij, daadkrachtig, niet woke klagen maar pragmatisch aanpakken. Hier ziet hij voorbeelden in clubs die hij ‘samenzweringen van deugd’ noemt – zoals Britse abolitionisten eind 18de eeuw, of de egalitaire Fabian Society eind 19de. Zij wisten handig hun goede ideeën te verspreiden, en zo het handelen van de overheid te beïnvloeden. Want ‘ideeën doen er alleen toe als ze worden georganiseerd, geïnstitutionaliseerd en door de stormen van de geschiedenis worden geloodst’.

De ironie is dat deze samenzweringen van deugd, waar Bregman naar hunkert, heel nadrukkelijk bestaan: mensen die rond een idee bij elkaar komen en dat idee dan willen uitvoeren. De mensen noem je, luister goed, een politieke partij.

Alle problemen die hij signaleert, van belastingwetgeving tot de verdeling van welvaart, zijn door overheden op te lossen. Als de opiniemaker die hij is, richt Bregman zich zozeer op het beïnvloeden van de overheid dat hij vergeet dat je ook de overheid direct kunt infiltreren.

Dus dit is wat Bregman zou moeten doen: lid worden van de VVD. Dat is daadkracht. Op 1 januari dit jaar had de VVD 20.902 leden. Als Bregman, pak ’m beet, zestienduizend moreel ambitieuze jonge consultants en advocaten weet te mobiliseren om met hem mee te doen, dan hebben ze op elke ledenvergadering een meerderheid, en krijgen ze toegang tot parlement, ministeries, instituten, overheidsfinanciën. Dan krijgen ze reële macht. Karremans, Brekelmans, Hermans... Bregmans.

Rutger Bregman: Morele revolutie – De BBC Reith-lezingen. Uit het Engels vertaald door Hans Pieter van Stein Callenfels. De Correspondent; 104 pagina’s; € 15.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next