Home

Nederland en de ploegenachtervolging: één up en vooral heel veel downs. Tijd voor revanche

In 2006 werd de ploegenachtervolging een olympisch onderdeel op de langebaan. Dinsdag wordt voor de zesde keer geschaatst om de gouden medaille op dit teamonderdeel. Hoe deed Nederland het in eerdere edities?

Ruim honderd jaar was het langebaanschaatsen een sport van het individu tegen de klok. Tot in 2006, twintig jaar geleden, het onderdeel ploegenachtervolging het debuut beleefde op de Olympische Spelen. Vanaf dat moment draaide olympisch succes ook om de kracht van het team.

Nederland is het grootste schaatsland dat er is. Toch is het huwelijk tussen Nederland en de ploegenachtervolging er een met één up en vooral heel veel downs.

2006, Turijn

Het olympische debuut van de toen 19-jarige, uiteindelijke schaatsgrootheid Sven Kramer is gekoppeld aan een blokje. In 2006 stond de ploegenachtervolging voor het eerst op het olympische programma. Nederland was topfavoriet voor het goud. Winst van het onderdeel zou een hiaat op het rijke palmares van Rintje Ritsma wegnemen, waarin een olympische titel ontbrak. Ritsma, nu bondscoach in Milaan, was destijds reserve op het onderdeel en deed mee aan zijn vijfde en laatste Olympische Spelen.

Hij stond op het middenterrein van de Oval Lingotto in Turijn. In de halve finale trad Nederland in de sterkste formatie aan tegen Italië, met Kramer, Erben Wennemars en Carl Verheijen. Maar toen stond Kramer op een blokje. Hij ging onderuit, nam Verheijen in zijn val mee, en topfavoriet Nederland was veroordeeld tot een strijd om het brons, die uiteindelijk werd gewonnen.

2010, Vancouver

Het trauma van Turijn had een diepe wond geslagen. ‘Sindsdien leeft in de individuele sport schaatsen het gevoel dat er in Vancouver in 2010 een collectieve rekening te vereffenen valt’, schreef de Volkskrant in 2008. In het versnipperde Nederlandse schaatslandschap moest eenheid komen, was het gevoel.

De KNSB maakte er werk van, met name bij de mannen. Er werd vanuit de KNSB een studie gemaakt naar de beste manier om af te lossen. Moest één man zich in de bocht laten afzakken of juist twee tegelijk? Schaatsers werden in Thialf met GPS-zenders gevolgd om op die vraag een antwoord te vinden.

Bondscoach Wopke de Vegt organiseerde gezamenlijke trainingsdagen voor een groep van zes mannen: Erben Wennemars, Wouter olde Heuvel, Carl Verheijen en Kramer van TVM, Mark Tuitert en Simon Kuipers van de concurrerende DSB-ploeg. Met Wennemars, Olde Heuvel en Verheijen reed Kramer in 2008 en 2009 naar de wereldtitel. Maar juist die drie adjudanten plaatsten zich niet voor de Winterspelen van 2010.

Bij de mannen werd Jan Blokhuijsen als nieuwe schakel ingebracht en kwam er meer druk te liggen op middellangeafstandsrijders Kuipers en Tuitert. De kwartfinale kwamen de mannen nog door, anders dan de vrouwen, bij wie Ireen Wüst, Renate Groenewold en Diane Valkenburg het aflegden tegen de Duitsers.

In de halve finale ging het mis bij Kramer, Tuitert en Blokhuijsen: de ploeg van de Verenigde Staten was rapper. De Vegt stond verslagen aan de rand van de baan.

Er was geen afstemming, geen duidelijke communicatie, mopperde Sven Kramer na afloop van de Spelen in een video die door zijn ploeg online werd gezet. En de bronzen medaille die in de troostfinale werd gescoord? ‘Dat heeft de waarde van oud ijzer. Daar heb je niets aan.’

2014, Sotsji

Het moest voor eens en altijd over zijn met de teleurstellingen van Nederland op de ploegenachtervolging. De verlokkingen van goud alleen waren de twee eerdere edities niet voldoende gebleken om het versplinterde schaatslandschap, met de verschillende commerciële ploegen, op één lijn te krijgen.

Voor Sotsji stelde KPN, toenmalig hoofdsponsor van de KNSB, een serieuze premie in het vooruitzicht voor de schaatsers die als team Nederland goud zouden bezorgen: 150.000 euro voor de mannen en 150.000 euro voor de vrouwen.

Die wortel zal niet de reden zijn geweest dat het in Rusland eindelijk lukte. Sowieso lukte die twee weken bijna alles voor de Nederlandse schaatsers. Er waren al 21 medailles gescoord, waaronder zes gouden, op het moment dat de achtervolgingsploegen aan de beurt waren.

Bij de vrouwen vormden Ireen Wüst (goud op de 3 kilometer) en Jorien ter Mors (goud op de 1.500 meter) in de finale de motor van de ploeg, bijgestaan door Marrit Leenstra. Zeven seconden sneller waren ze dan de Poolse vrouwen, die al lang blij waren met zilver. Lotte van Beek, die in actie kwam in de kwartfinales, deelde mee in het KPN-prijzengeld.

Jorrit Bergsma mocht ook aanspraak maken op een deel van de premiepot. Maar hij voelde zich als reserve zo genegeerd en weggekeken, dat hij besloot zich daags voor de finale terug te trekken. Hij behield liever zijn persoonlijke waardigheid dan om zijn bezwaren in te slikken en het geld te incasseren. Evengoed kwam zijn principiële beslissing hem op venijnige kritiek te staan.

Uiteindelijk stond er geen maat op de troika Sven Kramer, Koen Verweij en Jan Blokhuijsen. Het had drie Spelen geduurd, maar Nederland had eindelijk aan zijn status als hét schaatsland voldaan.

2018, Pyeongchang

Het startschot van de halve finale heeft net geklonken als de Noorse bondscoach Sondre Skarli van de rand van de olympische ijsbaan in Pyeongchang naar voren rijdt en iets van het ijs raapt op de plek waar de Nederlandse mannenploeg net vertrokken is. Het is een veer uit het klapmechanisme van een schaats van Jan Blokhuijsen.

De gouden ploegen van Sotsji waren vier jaar later vol vertrouwen naar de Olympische Winterspelen gereisd. Het mannentrio had Patrick Roest als betrouwbare schakel erbij gekregen. Bij de vrouwen had Antoinette de Jong de rol van Ter Mors overgenomen. Aan kracht was niets ingeboet, was de overtuiging.

Maar zonder klappende klapschaats voelde Blokhuijsen zich onthand. ‘Alsof hij op één been moest schaatsen’, was de conclusie van bondscoach Geert Kuiper nadat de Nederlanders in de halve finale waren afgetroefd door de Noren, die uiteindelijk goud zouden veroveren. Brons was voor Nederland een schrale troost.

Maar ook bij de vrouwen bleek dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor verder olympisch succes. Want de Japanse vrouwen bewezen dat er veel tijd te winnen valt door een ploeg die dag in dag uit met elkaar traint. Bondscoach Johan de Wit had in Japan rond Miho Takagi, haar zus Nana Takagi en Ayano Sato een perfect op elkaar ingespeelde ploeg gesmeed.

De Nederlandse vrouwen, Ireen Wüst, Marrit Leenstra en Antoinette de Jong, konden het tempo van die hogesnelheidstrein niet volgen en moesten na goud van Sotsji genoegen nemen met zilver in Pyeongchang.

2022, Beijing

‘Misschien hebben we zitten slapen en ons niet doorontwikkeld’, had Ireen Wüst een jaar eerder tegen de Volkskrant gezegd. Er was een nieuwe ontwikkeling op de ploegenachtervolging. Na jarenlang afwisselen van koppositie kwamen de Noren in 2021 met een nieuwe tactiek: van start tot finish in dezelfde opstelling, elkaar vooruitduwend.

Het bleek een doorbraak. Op de traditionele wijze rijden bij het wisselen steeds twee schaatsers in de wind: degene die de koppositie verlaat en de schaatser die overneemt. Daarnaast maakt de schaatser die zich buitenom terug laat zakken ook nog eens een langere route.

Het duwen vloeide voort uit een probeersel van de Amerikaanse ploeg, een jaar eerder. Drie middelmatige Amerikaanse schaatsers werden in 2020 vijfde op de WK. Door te duwen kan een zwakkere schaatser vooraan of in het midden worden opgesteld en blijft de formatie makkelijker compact.

In Beijing pakten de Noorse mannen de winst, Canada deed hetzelfde bij de vrouwen. Bij Nederland werd gemopperd op het gebrek aan samenwerking: waar andere landen met grote regelmaat samen trainden, gold dat voor Nederland, land van commerciële schaatsploegen en zwaarder wegende individuele belangen, niet.

Maar er kleven ook nadelen aan het duwen: het risico op valpartijen is groter, schaatsers moeten dicht op elkaar rijden. Zo ondervonden ook Joy Beune en Antoinette Rijpma-De Jong een paar dagen geleden bij de voorrondes voor de olympische finalestrijd die dinsdag plaatsvindt. Laatstgenoemde trapte op het ijzer van Beune, maar de kopvrouw van het Nederlandse team bleef staan en plaatste zich voor de medaillestrijd.

Beijing 2022
Winnaar: Canada
Nederland: 3de
Rijders: Groenewoud, Schouten, Wüst, Rijpma-de Jong

Pyeongchang 2018
Winnaar: Japan
Nederland: 2de
Ploeg: Wüst, Van Beek, Leenstra, De Jong

Sotsji 2014
Winnaar: Nederland
Ploeg: Wüst, Van Beek, Leenstra, Ter Mors

Vancouver 2010
Winnaar: Duitsland
Nederland: 6de
Ploeg: Groenewold, Voorhuis, Valkenburg, Wüst

Turijn 2006
Winnaar: Duitsland
Nederland: 5de
Ploeg: Groenewold, Van Deutekom, Wüst

Beijing 2022
Winnaar: Noorwegen
Nederland: 4de
Ploeg: Roest, Kramer, Bosker

Pyeongchang 2018
Winnaar: Noorwegen.
Nederland: 3de.
Ploeg: Blokhuijsen, Kramer, Roest, Verweij

Sotsji 2014
Winnaar: Nederland
Ploeg: Kramer, Verweij, Blokhuijsen

Vancouver 2010
Winnaar: Canada
Nederland: 3de
Ploeg: Kramer, Tuitert, Blokhuijsen, Kuipers

Turijn 2006
Winnaar: Italië
Nederland: 3de
Ploeg: Kramer, Ritsma, Verheijen, Tuitert, Wennemars

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next