Home

Texelse Bierbrouwerij kan dankzij warmtebatterij gasverbruik drastisch verminderen

De Texelse Bierbrouwerij gaat zijn gasverbruik flink verminderen door te elektrificeren met behulp van een warmtebatterij. Door zijn relatief kleine elektriciteitsaansluiting slim in te zetten, kan de brouwer zijn gasverbruik drastisch verminderen. Met dank aan het jonge bedrijf Suncom.

is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.

De brouwerij (onderdeel van Heineken) wil de productie verduurzamen, maar zit net als veel andere bedrijven met een probleem: de bestaande stroomaansluiting is veel te klein om op grote schaal stoom te maken. Stoom die essentieel is voor het brouwproces. Hierdoor leek een overstap van aardgas naar stroom onmogelijk.

De Utrechtse ‘scale-up’ Suncom vond een oplossing in de vorm van een warmtebatterij. Tijdens de stille uurtjes gebruikt de Texelse brouwer zijn relatief kleine stroomaansluiting straks om de batterij te ‘laden’ met warmte. Op momenten dat er volop wordt geproduceerd, kan de warmte uit de batterij worden gebruikt voor de productie van stoom.

Enorme Quooker

‘Je kunt onze installatie zien als een enorme Quooker-kraan, die op elk gewenst moment warmte levert’, zegt Henk Arntz, mede-oprichter van Suncom. Zo kan de brouwerij met veel minder aardgas toe. Naar verwachting wordt straks op jaarbasis 170 ton CO2-uitstoot bespaard.

Het vergroenen van warmte is belangrijk in de energietransitie: bijna de helft van alle energie wordt gebruikt om iets te verwarmen. Ook veel industriële processen draaien op warmte, vaak in de vorm van stoom. Die wordt nu bijna altijd gemaakt uit aardgas.

Bedrijven die net als de Texelse Bierbrouwerij hun warmteproductie willen vergroenen en van het gas af willen, doen dit meestal met elektriciteit. Maar hier zit een deel van het probleem: er zijn files op het stroomnet, waardoor de benodigde zwaardere stroomaansluiting vaak niet mogelijk is.

Geen recht op subsidie

Er is nog een probleem. Fabrieken met duurzaamheidsplannen maken vaak gebruik van de zogenoemde SDE++-subsidie. Maar die is er alleen voor fabrieken met een aansluiting groter dan 3 megawatt. De meeste fabrieken in de voedingsindustrie hebben een kleinere aansluiting, omdat hun productieproces vooral draait op aardgas. Hierdoor hebben ze in veel gevallen een relatief kleine elektriciteitsaansluiting van minder dan 3 megawatt.

Dus zitten deze ondernemingen vast: hun beschikbare vermogen is te klein om de productie te elektrificeren. En doordat ze geen gebruik kunnen maken van de SDE++-subsidie, kan de investering niet worden terugverdiend.

Arntz laat een grafiek zien waaruit blijkt dat het overgrote deel van de Nederlandse bedrijven in de drank- en voedselproductie een gemiddeld elektrisch vermogen gebruiken van 1,4 megawatt. ‘Van hen kan 90 procent hierdoor geen aanspraak maken op SDE’, aldus Arntz. Zonde, want het potentieel is groot, zegt hij.

Bovendien liggen dit soort fabrieken overal in het land. Als zij flexibel elektriciteit kunnen afnemen, helpen ze in de strijd tegen netcongestie en onbalans op het stroomnet – een ander probleem waar netbeheerders mee kampen.

Help hen te elektrificeren, en je lost een aantal problemen tegelijk op, betoogt Arntz: het gasverbruik daalt, netcongestie neemt af en overtollige groene stroom die anders wordt ‘weggegooid’ omdat er op sommige momenten geen vraag naar is, wordt nu lokaal gebruikt.

Kleinere fabrieken de dupe

Arntz ziet nog een rem op elektrificatie bij kleinere fabrieken: industriële grootverbruikers krijgen vaak een flinke korting op allerlei energiebelastingen, zoals nettarieven. Zij hebben vaak ook al een zware stroomaansluiting, waardoor ze van de SDE-subsidie kunnen profiteren. Voor hen snijdt het vergroeningsmes dus aan meerdere kanten.

Kleinere fabrieken betalen juist een veel hogere prijs per kilowattuur, en krijgen geen subsidie als ze van het gas af willen. En dan is er nog de trage vergunningsverlening, waardoor het proces veel tijd vergt. Gevolg: ‘Veel fabrieken blijven aan het gas hangen.’

De warmtebatterij die Suncom aan bedrijven als de Texelse Bierbrouwerij levert, speelde overigens lange tijd een bijrol in het bedrijfsmodel. Suncom is vooral bekend van de gebogen spiegels. Die vangen zonlicht op en bundelen het, waardoor de kracht tot wel honderd keer groter wordt. Hierdoor kan met ‘gewoon’ zonlicht direct stoom worden gemaakt. Ideaal voor fabrieken die willen besparen op hun gasverbruik.

In Spanje wordt het spiegelconcept door Suncom al succesvol toegepast bij drie fabrieken, een vierde volgt binnenkort. De batterij was hier aanvankelijk vooral bedoeld om de stoomproductie op gang te houden als er even een wolkje voor de zon schuift. Maar in Nederland, met zijn netcongestie en toch wat minder zonneschijn, bewijst juist de batterij haar dienst.

Al worden ook hier de spiegels ingezet, zoals bij snoepfabriek Napoleon in Breskens (‘het zonnigste plekje van het land’). Daar bereiken Suncoms spiegels samen met de batterij een energiebesparing van 40 procent.

De zon gaat dus nog altijd voor niks op. Maar wie het slim speelt, kan er nu ook iets aan verdienen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next