De geschiedenis van de Olympische Spelen barst van de bijzondere verhalen. Elke dag vertellen we er eentje. Vandaag: de Nederlandse schaatsers en de dronken prins in het Zwitserse St. Moritz.
Eric Heiden en Johann Olav Koss behoren tot de beste schaatsers aller tijden. Heiden won vijfmaal goud op de Winterspelen in 1980 - een ongeëvenaarde prestatie - en borg direct daarna zijn schaatsen op. De Amerikaan was pas 21 jaar oud, maar vond het tijd voor een ander leven. Hij ging wielrennen en werd chirurg.
Ook Koss gaf er vroeg de brui aan. De Noor won begin jaren negentig vier gouden medailles en stopte op 25-jarige leeftijd met zijn sport. Hij stortte zich net als Heiden op een studie geneeskunde. In de meeste landen is een schaatscarrière nu eenmaal leuk en aardig, maar geen levensdoel op zich.
Dat is een ander verhaal in schaatsland Nederland. Hier gaan toppers als Kjeld Nuis (36) en Jorrit Bergsma (40) door tot ze erbij neervallen. Stoppen op je 21e terwijl je de beste schaatser ter wereld bent, is in dit land ondenkbaar.
Toevalligerwijs heetten de eerste Nederlandse olympische schaatsers ook Heiden en Kos. Siem Heiden en Wim Kos, welteverstaan. De twee deden mee aan de Winterspelen van 1928 in St. Moritz, waar ze geen potten konden breken. Op het ijs dan. Daarbuiten deden Heiden en Kos wel degelijk van zich spreken.
Een aandachtig toeschouwer bij de olympische wedstrijden van Heiden en Kos was prins Hendrik, de overgrootvader van koning Willem-Alexander. De prins nodigde de schaatsers uit voor een borrel. Na meerdere glazen champagne besloten Heiden en Kos hun dronkenschap te temperen met een wandeling door het sneeuwlandschap.
Eenmaal terug hoorden ze gerochel en geproest vanuit een sneeuwhoop. Het bleek prins Hendrik te zijn, in kennelijke staat. Hij kon niet meer op zijn benen staan en vertoonde onderkoelingsverschijnselen. Kos hield de wacht, terwijl Heiden het dorp in rende om een arrenslee te halen.
Zo vervoerden de schaatsers prins Hendrik naar zijn warme bed. Een dag later stonden Heiden en Kos klaar om de trein terug naar Nederland te pakken, toen ze werden benaderd door een adjudant van de prins. Die stopte ze zes sloffen sigaretten toe en verzocht de twee dit verhaal nooit naar buiten te brengen.
Wim Kos hield zich daaraan, mede doordat hij kort na de Spelen overleed aan tuberculose. Siem Heiden bereikte een gezegende leeftijd en vertelde het verhaal vele jaren later aan sporthistoricus Marnix Koolhaas, die het na zijn dood in 1993 naar buiten mocht brengen.
Source: Nu.nl sport