Jiri Taihuttu (28) was een flamencowonderkind, werd toen rapper en nu vaart hij weer een nieuwe muzikale koers. Met zijn band De Nachtwacht speelt hij een verfijnde samensmelting van jazz, rock en pop. ‘Ik zocht verdieping in muzikaliteit.’
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
Ik tel nog steeds de dagen sinds ik jou verliet. Ik heb je ziel beschadigd
En nu ik jou weer zie, speelt de geur van cederhout in mijn hart een melodie
(Uit Cederhout van De Nachtwacht)
Een liefdesbrief? Jazeker, bevestigt Jiri Taihuttu, die in een vorig leven nog als rapper Jiri 11 door het leven ging. Maar dan wel een voor zijn gitaar. ‘Ik miste mijn instrument. Als jonge tiener was alles wat ik buiten de normale dingen deed – school, familie en zo – voor en met de gitaar. Op elk uitstapje ging mijn gitaar mee en ik heb veel opgetreden met mijn vader (Gino Taihuttu, voormalig gitarist van de metalband Gin on the Rocks) en Eric (Eric Vaarzon Morel, flamencovirtuoos en conservatoriumdocent).’
Taihuttu studeerde zelfs als 10-jarig jochie flamenco aan het Conservatorium van Amsterdam. ‘Maar daarna, tijdens mijn rapcarrière, heb ik die gitaar nauwelijks aangeraakt.’
Dus vond een van de meest begaafde gitaristen van Nederland het wel zo gepast om allereerst in Cederhout, de opener van het onlangs verschenen album van Taihuttu’s nieuwe band De Nachtwacht, zijn excuses aan te bieden aan zijn verwaarloosde lieveling. De romance is nieuw leven ingeblazen.
Het voormalige flamencowonderkind, inmiddels 28, maakte vanaf 2015 naam in de Nederlandse hiphopscene met het Venlose Anbu. Een crew die het straatleven van een grensstadje, waar drugssmokkel welig tierde, gevaarlijke glamour gaf. In 2018 ging hij solo als rapper Jiri 11. Hij haalde met zijn debuutsingle Diamanten in de nacht de tweede plaats in de Single Top 100. En hij componeerde met vader Gino ook filmsoundtracks waaronder die van Hardcore Never Dies van zijn broer, de gelauwerde filmmaker Jim Taihuttu. O ja, hij kreeg daar in 2024 nog een Gouden Kalf voor.
Er was succes, waardering en bekendheid, maar na een paar jaar ook knagende onvrede. Hij wilde meer met zijn muziek. Dat verlangen kreeg vorm op het album De Nachtwacht, een verzameling songs die het vintage geluid van sophisticated jazzrock oproepen. Ergens tussen de cleane, verfijnde sound van de studiogenieën van Steely Dan en soepele yachtrock.
Taihuttu: ‘Ik zocht verdieping in muzikaliteit. Dan kun je een paar dingen doen. Je kunt jazz gaan maken, of klassiek, misschien zelfs metal. Maar ik ben bandjes in het genre van Steely Dan al zo’n vier jaar aan het beluisteren. Het is muzikaal redelijk diepgaand, tekstueel ook interessant en het luistert net lekker genoeg weg om poppy aan te voelen.’
Je kunt de hang naar een complexer geluid al horen op Ligt het aan mij (2022), de eerste track van Taihuttus debuutsoloalbum Icarus. Daarop zingt hij meer dan dat hij rapt, boven een keyboard dat met elke tel van akkoord wisselt en mooie dingen doet met een koortje. Een harmonische weelde die je zelden hoort in hiphop.
‘Toen wilde ik niet zozeer ontsnappen aan hiphop, ik wilde meer de horizon van het genre zelf verbreden. Maar nadat ik op twee platen een beetje die vibe had vastgehouden, merkte ik dat het de doorsnee hiphopfan een worst zal wezen hoeveel akkoorden je erin stopt. Die willen gewoon teksten horen op harde beats. Dat is hun recht. Ik kan hen niet forceren om er diepgang in te zoeken.’
Zelf raakte hij wel een beetje vervreemd van het genre en zijn context. ‘Ik had andere interesses dan de mensen om me heen. Hiphop is best wel een showerig genre. Je weet wel: dikke ketting, dikke auto. Toen ik 16, 17 was, was dat een droom waar ik volledig in meeging. Terwijl ik helemaal niets met auto’s heb. En na zes, zeven jaar, merkte ik dat ik dat ontgroeid was.’
Ja, hij had langer actief kunnen blijven in de hiphop, hij leefde er prima van. ‘Maar mijn artistieke keuzen moeten wel samenvallen met hoe ik me voel. Het zou nep voelen als ik nu nog steeds zou rappen.’
Sterker nog, de laatste optredens die hij heeft gedaan als rapper voelden al ongemakkelijk. ‘Die gast die daar op het podium stond, dat was ik niet meer.’
Het was een frustrerende tijd waarin de oude Jiri op het podium stond te rappen terwijl de nieuwe Jiri voorbereidingen trof om zijn kindje De Nachtwacht de wereld in te helpen. Audities houden voor gelijkgestemde muzikanten van de Rockacademie. Nummers schrijven en uitwerken met de band – Julian Weijers (bas), Dani Kaag (gitaar), Lars Hoezen (drums) en Tariq Pijning (keyboard) – en vervolgens opnemen. Er was zelfs een moment dat de twee Jiri’s elkaars pad kruisten. Aan het eind van zijn optreden van Pinkpop 2024 kwamen band en elektrische gitaar tevoorschijn en sloot hij zijn rapset af met poprocksongs, inclusief gierende gitaarsolo’s.
Wat de rapper van toen nog wel gemeen heeft met de zanger en gitarist van nu is een fascinatie voor de rafelranden van de nacht. Midnight Cruiser vertelt over de nachtelijke omzwervingen van een drugskoerier. De Nacht gaat over een stripper in een nachtclub en Huis van zwart en rood behandelt de belevenissen van een gokverslaafde in een casino. Echo’s van zijn verleden?
‘Niet als je daarmee oude verhalen van een wild hiphopbestaan bedoelt. Mijn eigen leven is wel heel erg veranderd maar mijn sociale cirkel is hetzelfde gebleven. De eigenaar van die club De Nacht, in Tilburg, is een van mijn beste vrienden, en drugskoeriers ken ik nog genoeg. Het grote verschil met toen en nu is dat ik niet meer bij die verhalen betrokken ben.’
Op Doolhof van het zuiden rapte hij al:
Ik kom van pijn aan m’n rug van ’t wiet knippen in het zuiden
Met die boys op stadion die die crackrocks in die plastic in hun mond verschuilen
Nu zingt hij in Cowboys op De Nachtwacht:
Maar heb je nieuwe kicks en een ketting van goud?
En is je outje fris en kijkt de buurt weer naar jou?
Oh, zo ben ik ook geweest, ik heb ook geleefd
Je kunt het verschil ook zien. De videoclips van Anbu zijn verzadigd van klassiek hiphophedonisme. Naast de leden van de rapcrew figureren de usual suspects als stapels papiergeld, flessen champagne, wapens en luxe auto’s. Spoel de film een paar jaar vooruit en zie hoe een grimmige Taihuttu in 2024 op zijn Instagramaccount onder begeleiding van dramatische orgelmuziek letterlijk zijn jonge, onbezonnen ik begraaft. De voice-over: ‘In de afgelopen tien jaar ben ik gegroeid. Ik ben een man geworden.’
Het ging met horten en stoten. In 2019 raakte hij in een depressie. Deels omdat hij werd ingehaald door het snelle leven dat hij leidde, maar meer nog door persoonlijke verliezen. Hij wil er niet over in detail treden, maar daar zaten nogal wat vrienden bij. De dood van videoclipregisseur Delano Brouwers, die in 2019 overleed aan kanker, greep hem nog het meeste aan.
‘Dat was een enorm gemis. De druppel die de emmer deed overlopen. En daar kwam corona overheen.’ Hij liet op sociale media niets meer van zich horen en verschanste zich door de corona-avondklok in isolatie en eenzaamheid. Het was, zoals hij het noemt, zijn ‘zielebreuk’, zijn val als Icarus.
Eind 2020 onthulde hij in een interview met VPRO’s 3voor12 dat hij in die periode extreem veel blowde en lachgas gebruikte. Na gestopt te zijn met blowen kreeg hij last van slapeloosheid en stress, wat weer haaruitval veroorzaakte en ervoor zorgde dat hij zijn kenmerkende dreadlocks verloor.
Er zat één lichtpuntje aan die periode.
‘Als je veel alleen bent, heb je ook veel tijd om na te denken. Ik ben mijn hele leven gaan evalueren. Wie ben ik eigenlijk? Is dat wel wie ik wil zijn? Wat wil eigenlijk doen met mijn muziek?’
Het roer moest om. Hij had zijn tweede album als Jiri 11 niet voor niets A Swan Song genoemd. Maar welke koers hij ging varen? Opmerkelijk genoeg kwam hij daar achter tijdens een 24-uursvlucht van Bali, waar hij zijn vader had opgezocht, naar Amsterdam.
‘In die uren was ik op mezelf teruggeworpen en wist ik opeens wat voor muziek ik wilde maken.’
Een verfijnde samensmelting van jazz, rock en pop dus, en dat na hiphop en flamenco. Taihuttu lijkt zich te kunnen uitdrukken in een brede waaier van muziekgenres. Ook al geeft hij niet zo veel om de hardcore gabber waarover zijn broer een speelfilm maakte.
‘Gelukkig hoefde ik voor de soundtrack van Hardcore Never Dies niet per se hardstyle of hardcore te maken. En het is ook maar de vraag óf je affiniteit moet hebben met een genre om het te kunnen maken. Voor mij persoonlijk hoeft dat niet. Ik kan elke soort muziek wel spelen, omdat muziek altijd mijn eerste taal is geweest. Niet dat ik verbaal achterlijk ben of zo, maar met de grammatica van muziek kan ik me makkelijker uitdrukken.’
Voorziet hij dat hij over een paar jaar dan weer een switch zal maken?
‘Ik weet het niet. Ik kan met deze muziek wel heel diep gaan. Het heeft meer uitdagingen. Ik kan me erin verliezen. Om deze muziek te maken moet je wel serieus zijn. Je kunt niet aan de slag met een paar boys die je van vroeger kent, die toevallig bas en drums spelen. Ze moeten wel bepaalde vaardigheden hebben.
Losbandigheid heeft plaatsgemaakt voor discipline. Hij haalt geen hele nachten meer door op straat of in de studio. ‘In hiphop komt nachtwerk veel meer voor. Met traditionele muzikanten begin je om elf uur en tegen zessen ga je weer naar huis om te eten.’ Hij denkt even na. ‘Misschien heeft het gewoon te maken met ouder worden.’
De Nachtwacht, De Nachtwacht. Noah’s Ark.
De Nachtwacht gaat vanaf 6/3 op clubtournee door Nederland en staat op de festivals Paaspop en Down The Rabbit Hole.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant