Kunstenaarsfamilie Met een ruime keuze van prenten en tekeningen van de familie Goltzius toont het Limburgs Museum hoe het kunstenaarsbedrijf in de 16de en 17de eeuw een familieaangelegenheid was waarin samenwerking, innovatie en specialisatie essentieel waren.
Zaalfoto van de tentoonstelling 'Familie Goltzius. Meesters uit Venlo' in het Limburgs Museum in Venlo.
Familie Goltzius. Meesters uit Venlo. T/m 31/5, Limburgs Museum, Venlo. Inl. www.limburgsmuseum.nl.
De rovesciata waarmee de Italiaanse voetballer Carlo Parola zich in de jaren 1950 onsterfelijk maakte, lijkt al te hebben bestaan in de 16de eeuw. De spectaculaire beweging waarmee een speler opspringt om de bal over zijn eigen hoofd heen te schieten, is in 1588 door Hendrick Goltzius in een gravure vastgelegd. De cirkelvormige voorstelling toont een jonge man op de schouders gezien in een zwevende, bijna horizontale pose met omhoog zwiepende benen.
Slechts een bal en het voetbaltenue ontbreken, want de gespierde figuur is geheel naakt. Goltzius beeldde dan ook geen sportman uit maar de mythologische figuur Phaëton die op de strijdwagen van zijn vader, zonnegod Helios, langs de hemel reed. Maar het vierspan vuurspuwende paarden sloeg op hol, de wagen verongelukte en Phaëton stortte ter aarde.
De prent, waaruit een volmaakte beheersing van perspectief en anatomie spreekt, vormt een hoogtepunt in het oeuvre van prentenmaker en later ook schilder Hendrick Goltzius (1558-1617). De kunstenaar woonde in Haarlem, werkte samen met uitgever Philip Galle in Antwerpen, en maakte een lange reis naar Italië om als een echte renaissancekunstenaar in onder meer Florence en Rome de kunst van de klassieke oudheid te bestuderen.
De verfijnde prenten en tekeningen (en twee schilderijen) van deze kosmopolitische kunstenaar stelen de show in een grote tentoonstelling in het Limburgs Museum in Venlo. Die hinkt op twee gedachten: enerzijds toont zij werken van meesters uit het omvangrijke familie- en professionele netwerk van Goltzius, anderzijds wordt beoogd de Goltzius-clan, als ‘meesters uit Venlo’, met die stad te associëren.
Op dat laatste valt wel wat af te dingen. De familie Goltz(ius) ontleende haar naam aan die van de boerderij de Goltzhof in Hinsbeck, zo’n twintig kilometer van Venlo, vlak over de huidige Duitse grens. Hubrecht Goltz is omstreeks 1500 gedocumenteerd als schilder in Venlo, net als zijn zoon Jan. Zijn dochter Catharina trouwde met een schilder en was de moeder van Hubert Goltzius (1526-1583), de eerste schilder uit de familie van wiens hand nog werk bekend is. Zijn band met Venlo wordt in de tentoonstelling duidelijk door een groot schilderij van het Laatste Oordeel dat hij in 1557 maakte voor het stadsbestuur. Maar toen was Hubert zelf al vele jaren weg uit de stad en maakte hij carrière als uitgever in Antwerpen en Brugge.
Hubert Goltzius, Het laatse oordeel, 1557.
Leden van jongere generaties hadden feitelijk maar weinig met Venlo. Zo was Huberts achterneef Hendrick er weliswaar in de buurt geboren, maar hij groeide op in Duisburg en zou op 19-jarige leeftijd vanuit die stad naar Haarlem verhuizen. Een instructieve wandkaart in de expositie laat zien waar leden van de extended family in de loop der tijd terecht zijn gekomen: van Keulen, Parijs en Rome tot Marokko aan toe. Maar Noord-Limburg te bestempelen als de bakermat van deze mobiliteit is te veel eer, want de meeste reizen vertrokken vanuit Haarlem.
Aantrekkelijker is de manier waarop de expositie laat zien hoe het kunstenaarsbedrijf in de 16de en 17de eeuw een familieaangelegenheid was waarin samenwerking, innovatie en specialisatie essentieel waren. De dynastie kwam pas goed op stoom bij Hendrick Goltzius, ook al had die geen andere kinderen dan zijn stiefzoon Jacob Matham (1571-1631). Van hem maakte hij een aandoenlijk, nog geen tien centimeter hoog portretje in metaalstift. De dan dertienjarige jongen poseert serieus, staande aan een tafel waarop boeken en papieren vooruit lijken te wijzen naar zijn latere activiteiten als prentenmaker en uitgever.
Aan de hand van zo’n honderd tekeningen en prenten uit zowel privébezit als de collecties van onder meer het Rijksmuseum, Teylers Museum en de Leidse Universiteitsbibliotheek, laat zich een netwerk reconstrueren van onder anderen Hendricks zwager Cornelis Drebbel, en Jacob Mathams zonen Adriaen en Theodoor. Vaak gebruikten ze voorbeelden die door Hendrick waren getekend of in prent gebracht of traden ze op als uitgever van prenten van de hand van een familielid.
Hendrik Goltzius, Icarus (1588).
De prentenmakers probeerden zich op verschillende manieren in de kijker te werken. Zo experimenteerde Hendrick Goltzius met de nieuwe techniek van de chiaroscuro houtsnede, die in verschillende kleurschakeringen wordt gedrukt met behulp van meerdere houtblokken. En zijn broer Conrad produceerde bladen waarvan een deel als een luikje kan worden opengeklapt: aldus komt onder de rok van een rijkelijk geklede dame die zichzelf ijdel in een spiegel bekijkt, een vrijend paar tevoorschijn, gezeten tussen de benen van de vrouw waarvan nog slechts de botten blijken te resteren. De vignetten met allegorieën van de ondeugden langs de randen van de prent zijn geïnspireerd op voorbeelden van Hendrick.
Kort voor 1600 maakte Hendrick Goltzius een gravure van het Bijbelverhaal van de Aanbidding van het Christuskind door de herders. De compositie bleef onvoltooid, waardoor alleen de bovenlichamen van Maria en Jozef zijn uitgewerkt en ook de koppen van twee herders gedetailleerd zijn neergezet. De prent is pas in 1615 uitgegeven door Goltzius’ opvolger en zaakbehartiger Jacob Matham. Hij voltooide de voorstelling in schetsmatige contourlijnen en voorzag het blad van een prominent geplaatst opschrift met de naam van zijn stiefvader. Zo ontfermde hij zich respectvol over diens artistieke nalatenschap. Tegelijkertijd speelde hij slim in op de economische waarde van het werk van de beroemdste telg uit de familie met haar verre wortels in Venlo.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden