Home

Zijn nieuwe generaties zorgverleners nog bereid zich ‘standje piramide’ eigen te maken?

is huisarts en columnist van de Volkskrant.

Tijdens mijn huisartsopleiding deed ik een stage op de spoedeisende hulp. Op een ochtend hoorde ik twee verpleegkundigen praten over een binnengebrachte patiënt. Al snel ging het niet meer over de patiënt, maar over de huisarts die hem had gestuurd. ‘Ach ja’, zei de een fel, ‘de meeste huisartsen kunnen niks, weten niks. Die flikkeren hier alles gewoon over de schutting.’

Ik keek sluiks over de rand van mijn computerscherm. De arts-assistent kindergeneeskunde naast mij zag het en prikte even met haar elleboog in mijn zij. ‘Lekker cynisch, hè’, zei ze met een knipoog. ‘Trek je er maar niks van aan hoor.’

Dat deed ik wel. Maar ik zei niks.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Zo praten we hier blijkbaar over elkaar, dacht ik. En misschien was ik gewoon te gevoelig. Er werd niemand uitgescholden, niemand schreeuwde. Met andere woorden; dit was geen meldingswaardig incident. Toch? Jaren later weet ik beter: het wás geen incident, het was cultuur.

Cultuur is de onzichtbare laag van gewoonten, waarden en overtuigingen die bepaalt hoe we met elkaar omgaan, hoe we samenwerken en wat we daarin normaal vinden. In de zorg komt die cultuur maar deels uit protocollen en richtlijnen. Ze zit vooral in alledaagse interacties: in grapjes, zuchten en terloopse opmerkingen. En in wie wordt gecorrigeerd en wie wordt beschermd. Tijdens de opleiding tot arts of verpleegkundige leer je dan ook snel wat verstandig is: incasseren en meebewegen.

Na een pittige nachtdienst werd mijn man, toen in het vierde jaar van zijn opleiding tot medisch specialist, bevraagd over het behandelplan bij een opgenomen patiënt. ‘Waarom heb je niet zus? Waarom heb je niet zo?’ En dan dat woord, half grappend maar scherp genoeg om te blijven hangen: ‘OEI.’ Ongewenst eigen initiatief.

Terwijl, het was geen eigen initiatief. Het beleid was zorgvuldig afgestemd met de dienstdoende specialist, die tijdens de overdracht zijn mond dicht hield en de blik van mijn man ontweek. Het voelde oneerlijk, maar ook knetteronveilig.

Boos werd ik toen hij de ervaring later met mij deelde. Mijn man zuchtte eens diep, maakte met zijn handen een dakje boven zijn hoofd en sprak zijn mantra, later door zijn opleidingsgroep verenigd op een tegeltje: ‘Ik ben een piramide, alles glijdt van mij af.’ Ik vroeg me af: was het een overlevingsstrategie, een aangeleerde beroepsvaardigheid of allebei? En wat zegt het over een werkcultuur waarin dit nodig is?

Cultuur gaat niet alleen over wat we in stilte tolereren, maar ook over wat er níét gebeurt wanneer iemand wél iets zegt. Onlangs hoorde ik over een medisch specialist met wie meerdere operatieassistenten weigeren samen te werken vanwege grensoverschrijdend gedrag. Iedereen weet ervan: collega’s, leidinggevenden, het ziekenhuisbestuur. En toch werkt hij, terwijl ik dit schrijf, gewoon door.

In 2024 ontsloeg het Amsterdam UMC een orthopedisch chirurg wegens jarenlang denigrerend en agressief gedrag: meer dan tien jaar intimidatie, schelden en gooien met instrumenten in de operatiekamer. Het gerechtshof draaide het ontslag terug. Werken onder hoge druk, zo luidde het oordeel, kon dit gedrag verklaren. Kennelijk weegt professionele excellentie nog altijd zwaarder dan sociale veiligheid. Zelfs wanneer die veiligheid al tien jaar structureel wordt geschonden.

Het Volkskrant-interview met ziekenhuisbestuurder Peter van der Meer laat zien dat dergelijke situaties geen incidenten zijn, maar patronen in een systeemcultuur waarin bepaald gedrag wordt gedoogd en tegenspraak structureel wordt ontmoedigd. Dat heeft consequenties, voor zorgverleners én patiënten.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd concludeert in haar calamiteitenonderzoeken dat een onveilige werkcultuur er geregeld toe leidt dat zorgprofessionals twijfels en fouten voor zich houden. Dat schaadt de patiëntveiligheid, want zonder openheid is er geen lerend systeem, en zonder leren blijven fouten zich herhalen.

De cultuur in de zorg verander je niet met een paar nieuwe regels of een communicatietraject. Het verandert pas als we onder ogen zien dat wat de norm is, daarom nog niet normaal of acceptabel is. Als we durven terugkijken op wat we hebben gezegd, gehoord of geslikt, en ons eerlijk afvragen waarom.

Cultuur bepaalt wie blijft, wie zwijgt en wie de zorg verlaat. Daarmee is het geen bijzaak, maar een essentiële voorwaarde voor kwalitatief goede, veilige en bovenal toekomstbestendige zorg. Want het is zeer de vraag of nieuwe generaties zorgverleners nog bereid zijn zich ‘standje piramide’ eigen te maken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next