Home

Sport met alleen maar winnaars is dodelijk saai, het zijn juist de tegenslagen die sport van kleur voorzien

Zoals voetballers vroeger na hun carrière een sigarenwinkel kochten in de Amsterdamse Jordaan, zo worden schaatsers na hun loopbaan opvallend vaak motivational speaker in dienst van de NOS. In die hoedanigheid predikt Mark Tuitert al anderhalve week lang het evangelie van het positief denken. Opperpriester Erben Wennemars mag tijdens diezelfde Synode van Milaan dagelijks verkondigen dat winnen het allerbelangrijkste is, tenzij zijn eigen zoon verliest, want dan schuilt de ware overwinning juist in het goed kunnen verwerken van een nederlaag.

Tegen het Algemeen Dagblad verkondigde Wennemars bijvoorbeeld dat hij sinds de onfortuinlijke nederlaag van zoon Joep weliswaar vol stemmingswisselingen door Milaan kuiert (‘dan weer fel, soms realistisch, vol emotie’), maar dat hij er uiteindelijk een beter mens van wordt. Net zoals ieder mens die de race heeft gezien.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Zo vertelde zijn voormalig tegenstander Joey Cheek, van wie Wennemars tijdens de Spelen van 2006 nog verloor (waarna hij overigens een beter mens werd, net zoals hij al een beter mens was geworden na zijn val tijdens de Spelen in Nagano – Erben Wennemars is een heel goed mens), dat hij met zijn zoontje van 5 in het stadion zat tijdens de foute wissel van Joep. ‘Zo’n jongetje heeft een les voor het leven geleerd door wat er met Joep is gebeurd’, zei Wennemars. ‘Meer nog dan dat het winnen van een gouden medaille hem leert.’

Nu weten oplettende Volkskrant-lezers natuurlijk al langer dat het gelijkheidsdenken aan een opmars bezig is in de Nederlandse sport. Begin januari schreef verslaggever Jurre van den Berg dat er in de jeugdsport zelfs een stille revolutie gaande is: in totaal twintig sportbonden pasten de afgelopen jaren hun spelregels aan met als gevolg dat ze in de atletiek tegenwoordig iedereen een medaille geven, ze bij het zwemmen geen records meer bijhouden en in het volleybal geen punten meer tellen.

‘De scoreborden leidden veel kinderen en coaches enorm af’, aldus een van de initiatiefnemers. ‘Door ze weg te halen, willen we de focus leggen op spelplezier en ontwikkeling.’ Lees: we zijn allemaal winnaars, Jorrit Bergsma’s brons heeft een gouden randje en Jenning de Boo en Merel Conijn moeten vooral trots zijn op hun zilver. En o ja, applaus voor Michelle Velzeboer, want ze heeft zo leuk haar best gedaan.

Het is natuurlijk prima dat we in onze maatschappij naar gelijkheid streven, dat we hoger- en lager onderwijs hebben afgeschaft, liegende havisten tot ministers benoemen en vinden dat iedereen overal aan mag meedoen, omdat inclusie belangrijker is dan winnen. Maar laten we toch vooral een uitzondering maken voor de topsport.

Want als iedere derde plek van een 40-jarige stayer al zorgt voor complete euforie in het land, en iedere zilveren medaille wordt bejubeld door de oranje meute, ook al was het verschil slechts één tiende, waarom zouden topsporters dan nog hun best blijven doen voor dat beetje extra?

Sport met alleen maar winnaars is bovendien dodelijk saai, want het zijn juist de faal- en valpartijen, de ineenstortingen en de verliezers die sport van kleur voorzien. Dankzij hun drama en tragiek, en doordat zij zo publiekelijk worden verteerd door universele gevoelens als schaamte, twijfel en spijt, wordt het hele gebeuren fascinerend, meelijwekkend en de moeite waard om te volgen.

Verliezers zijn geen winnaars, laat staan betere mensen. Het enige wat verliezers zijn, is zwakker dan de winnaar. Dat is spijkerhard en soms hartverscheurend, maar precies daarom zo verrukkelijk om naar te kijken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next