doet verslag van de Winterspelen in Milaan en Cortina.
Tussen de machtige rotswanden rond Cortina d’Ampezzo rijden deze maand eindeloos veel touringcars rond. De Olympische Winterspelen in het kleine bergdorp zijn een logistieke uitdaging: er is geen treinspoor en de meeste medewerkers, vrijwilligers en journalisten overnachten op grote afstand, omdat Cortina zelf peperduur is en propvol zit.
Vandaar de bussen, die volgens de officiële Olympische Spelen-app, gebouwd in Milaan, heel vaak komen. In de praktijk blijken er op de Dolomietenwegen gaten van wisselende grootte in dat strakke schema te zitten. Ook na een bus of tien te hebben gepakt, begrijp ik nog niet waar dat precies aan ligt.
Het zou te makkelijk zijn om het te wijten aan de buschauffeurs, die bijna allemaal uit zuidelijker Italië komen. Het grootste deel is vanuit mijn woonplaats Rome voor twee maanden naar Cortina afgereisd, omdat een Romeins vervoersbedrijf de aanbesteding won.
Maar de Romeinen slingeren de touringcars juist vlot over de bergwegen, met een zelfvertrouwen dat op het onverantwoorde afkoerst, zoals je in het hoofdstedelijk verkeer van Italië onvermijdelijk opdoet. Daar kan de vertraging dus niet in zitten.
Ook op andere manieren laten de chauffeurs me in de besneeuwde Dolomieten toch een beetje in mijn eigen mediterrane stad voelen. Zo draaien ze, bij het elkaar stapvoets passeren in de haarspeldbochten, soms even hun raampje open voor een kort praatje met hun collega in het plat-Romeins.
Als ik op een avond in de kou gestrand ben bij een verlaten bushalte aan een skipiste, is het natuurlijk een Romein die op mijn wanhopige gezwaai reageert en voor me stopt. Eigenlijk is hij met zijn bus al op weg naar de remise, maar die blijkt naast mijn hotel te zijn. In de rit van een kwartier vertelt hij me over zijn twee scheidingen en drie verhuizingen, terwijl hij het gaspedaal net zo voortvarend bedient.
Maar het meest heb ik te danken aan Romeinse buschauffeur Alessandro, met wie ik na een lange dag op de skeletonbaan in een compleet lege bus naar mijn hotel aan de praat raak. Hij legt uit dat de vertraging aan de organisatie ligt, die de logistiek voor de chauffeurs slecht heeft geregeld. Ook zij slapen ver weg. Om überhaupt vanaf hun hotels bij hun bussen te komen zijn ze zelf ook afhankelijk van lange reizen met het bussysteem, of ingewikkelde carpoolconstructies.
Hij heeft ook goed nieuws: er blijkt een afgelegen parkeerplaats te bestaan vol olympische vrijwilligers met zwarte personenbusjes. Ze zijn speciaal naar Cortina gekomen om mensen te vervoeren, maar hebben niets te doen, zegt Alessandro, die zichtbaar blij wordt van het idee een vrouw in nood te kunnen helpen.
Na de volgende skeleton-avond staat er dankzij zijn bemiddeling zo’n busje op me te wachten. Achter het stuur zit Bruno, een vriendelijke zestiger uit Triëst. Op de parkeerplaats vraagt een stel vermoeide cameramannen of ze alsjeblieft ook met ‘mijn’ vrijwilligerstaxi mee mogen rijden. Op de donkere bergweg passeren we gestrande reizigers die ons inmiddels volle busje vergeefs proberen te laten stoppen.
Er is een mismatch tussen vraag en aanbod, bevestigt Bruno, die daarvoor een duidelijke schuldige weet aan te wijzen: de vervoersapp uit Milaan. Via de app zouden de busjes te boeken moeten zijn, maar het systeem werkt niet. Gelukkig is er waar technologie faalt voor mij ditmaal een lowtech oplossing: Romeinse hoffelijkheid.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant