Home

Doordat ik Van Dis’ keurige stemgeluid paraat had, hoorde ik hem af en toe voorlezen terwijl ik zijn boek las

is columnist voor de Volkskrant

Ik heb een Adriaan van Disweek; ik las zijn boek Alles voor de reis, en ik luisterde elke ochtend naar zijn extreem vermakelijke en leerzame podcast Van Dis ongefilterd, waarin hij al zijn meningen, observaties en lievelingsgedichten afvuurt op zijn geduldige redacteur Simon Dikker Hupkes.

Doordat ik Van Dis’ keurige stemgeluid dus paraat had in mijn hoofd, hoorde ik hem af en toe voorlezen terwijl ik zijn boek las, alsof het een luisterboek was. Als hij vertelt dat hij op reis was met zijn geliefde en epris was van een trui, die zij daarna als verrassing voor hem kocht – ja, dan hoor ik hem epris zeggen.

Ik dacht er weer eens over na hoe het vroeger ook alweer was, toen je niet wist hoe een schrijver sprak, of even kon googelen op welke echte mensen en gebeurtenissen zijn roman gebaseerd was. Een logische vraag bij dit boek, want al heet het een roman, het gaat over de decennia durende driehoeksrelatie (verhouding is een te slappe term in dit verband) tussen Van Dis en zijn geliefde en de andere man met wie zij ook een relatie had. Die wordt door Van Dis De Ander genoemd. (De Ander is al een benaming waar je een scriptie over zou kunnen schrijven, want De Ander vond Van Dis vast De Ander, en zichzelf De Een.)

Ik besloot het boek niet te lezen met al deze bestaande mensen in mijn achterhoofd, hoewel ze daar natuurlijk heus wel zitten, want ze zijn bekend of semi-bekend. Maar niet met een Story-bril dus, maar meer vanuit mijn eigen interesse hoe dat is, bijna veertig jaar De Ander zijn, of De Een, maar in ieder geval niet De Enige.

Want daar gaat het boek over. Van Dis zit in het hospice aan het bed van zijn stervende geliefde, die hij Eefje noemt, en vertelt haar over de reizen die ze samen hebben gemaakt. En hij vertelt ons hoe het was om haar altijd te moeten delen.

Soms zegt hij dat dat hem makkelijk viel, omdat hij uit zijn jeugd nu eenmaal tucht en een tekort aan liefde gewend was. Makkelijk op een moeilijke manier, dus. En soms zegt hij dat hij het misschien zelf ook wel zo wílde, omdat hij niet in staat was tot een fulltime, alles-voor-jezelf-liefde.

Eefjes kater Kilo durft haar helemaal te bezetten, Van Dis niet, schrijft hij: ‘Ik mis de katerbravoure. Ik nam juist te weinig ruimte in, hunkerend naar liefde, naar zachtheid waar ik lang zo bang voor was.’ Hij beschrijft hoe weinig ruimte: ‘Als de jongens met wie ze een satirisch tv-programma maakte belden, werd mijn aanwezigheid steevast ontkend. ‘Nee, ik ben alleen.’ En daar zat ik naast. Uitgegumd. En ik pikte het. En waarom? Dat was de prijs die ik betaalde voor mijn geluk.’

Uitgegumd, en nu opgeschreven.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next