Home

‘Was de minnares van Dr. Crippen medeplichtig aan de moord op zijn vrouw? Ik denk het wel’

True crime In haar boek over de ‘Misdaad van de Eeuw’ biedt Hallie Rubenhold een nieuwe kijk op de Crippen-zaak, de medisch fraudeur die zijn vrouw Belle om het leven bracht. Op pad door Londen vertelt ze over de moed van Belle en stelt ze dat Ethel, de minnares van Crippen, een stuk minder onschuldig was dan ze zich voordeed.

Historicus Hallie Rubenhold in de Stag-pub in Hampstead waar Ethel, de maitresse van dr. Crippen, regelmatig rondhing.

‘Kijk, hier woonden ze”, zegt Hallie Rubenhold terwijl we stilstaan voor nummer 37 op Store Street. ,,Dit is waar Belle en Crippen verbleven tussen 1900 en 1905.” Ze wijst naar de eerste verdieping van een appartement boven Amelie’s Wine House met twee schuiframen in Victoriaanse stijl. ,,In deze buurt woonden veel artiesten, kunstenaars en handelsreizigers, het ligt in het theaterdistrict en Belle kon zo naar haar werk wandelen.”

Hallie Rubenhold: Het verhaal van een moord. (Story of a Murder: The Wives, the Mistress and Doctor Crippen). Vert. Marieke van Muijden en

Jan van den Berg. De Boekerij, 504 blz. € 27,99

We zijn op pad in het centrum van Londen, in de buurt van het British Museum, naar aanleiding van Het verhaal van een moord, het boek dat Rubenhold vorig jaar publiceerde en nu in het Nederlands is vertaald. Hierin gaat de sociaal-historicus uitvoerig in op een van de meest geruchtmakende moordzaken uit het begin van de twintigste eeuw en reconstrueert zet op nauwgezette wijze onder welke omstandigheden de medische fraudeur Hawley Harvey Crippen zijn vrouw, de flamboyante zangeres en variété-artieste Belle Elmore, om het leven bracht.

Net als in haar eerdere boek, het imposante De Vijf van Whitechapel (2024) over ‘de verborgen levens van de vrouwen die werden vermoord door Jack the Ripper’, geeft Rubenhold in dit nieuwe boek met name de vrouwen een stem en schetst ze een levendig portret van de Britse en Amerikaanse samenlevingen aan het begin van de vorige eeuw.

Het verhaal van een moord vangt aan in New York in 1887 wanneer de pas afgestudeerde arts Crippen zijn eerste vrouw Charlotte Bell ontmoet, een verpleegster en immigrante uit Ierland. Ze worden verliefd, trouwen en verhuizen naar Salt Lake City waar Charlotte, na de bevalling van een zoon, op 33-jarige leeftijd op mysterieuze wijze overlijdt. Na haar dood vertrekt Crippen, inmiddels oogarts, gynaecoloog en homeopaat, naar New York waar hij met Belle trouwt en met haar – nadat ze onder dwang haar eierstokken heeft laten verwijderen omdat hij geen kinderen wil – in 1897 naar Londen verhuist.

Daar zet Crippen voor de Amerikaanse miljonair James Munyon een kantoor op in homeopathische patentgeneesmiddelen en raakt hij met een aantal zwendelaars verwikkeld in meerdere frauduleuze zaakjes. Het is op het kantoor van Munyon’s Remedies, niet ver van het huis op Store Street, dat Crippen een affaire begint met zijn jonge typiste Ethel Le Neve. De Crippens zijn dan al verhuisd naar een chiquere woning aan Hilldrop Crescent 39 in de wijk Holloway.

Op dat adres worden op 13 juli 1909 door Walter Dew, hoofdinspecteur van Scotland Yard en brigadier Mitchell de stoffelijke resten van Belle in de kelder gevonden. Een gruwelijke ontdekking, mede omdat Crippen zijn vrouw van al haar botten heeft ontdaan en er van Belle slechts een paar stukken vlees (,,sommige met vet, spieren en ingewanden er nog aan”) waren overgebleven. ,,Vanaf die datum was Belle Elmore geen persoon meer”, schrijft Rubenhold. ,,In plaats daarvan werd ze een serie puzzelstukken: aanwijzingen en lichaamsdelen.”

Belle Elmore, (1873 – 1910) kort nadat ze in Engeland arriveerde.

Er volgt een spectaculaire klopjacht op Crippen en de als jongen verklede Ethel die, na omzwervingen, met het stoomschip de SS Montrose Canada proberen te bereiken. Bij aankomst in Québec worden ze ingerekend door inspecteur Dew die een dag eerder met het stoomschip De Laurentic is gearriveerd. Beiden worden teruggebracht naar Londen waar ze worden berecht en Crippen op 23 november 1910 wordt opgehangen voor de moord op zijn tweede vrouw. Ethel wordt vrijgesproken van medeplichtigheid aan moord.

Zeer geliefde vrouw

Dat Rubenhold dit sensationele verhaal – dat inmiddels is verwerkt in talloze films en boeken en waarvan vooral de naam Crippen in het collectieve geheugen is blijven hangen – opnieuw heeft opgeschreven, heeft vooral te maken met het perspectief van waaruit de Londense keldermoord tot nu toe werd verteld. Net als bij de Vijf van Whitechapel, een verhaal waarbij men nauwelijks aandacht besteedde aan de slachtoffers die ‘slechts prostituees’ zouden zijn – werd destijds ook van deze moord bijna uitsluitend verslag gedaan door mannen. En dat terwijl vooral vrouwen een actieve rol hebben gespeeld in dit drama, zegt Rubenhold. ,,Belle was zeer geliefd en haar vriendinnen bij de Music Hall Ladies’ Guild hebben een grote invloed gehad op de moordzaak. Crippen had rondgebazuind dat zijn vrouw haar koffers had gepakt, was vertrokken naar Amerika en daar was overleden. Maar Isabel Ginnett, de voorzitster van de vereniging, vertrouwde dit verhaal niet en stapte naar inspecteur Drew. Mede dankzij haar werd het lichaam in de kelder ontdekt.”

Bovendien is het opvallend, vertelt Rubenhold terwijl we richting Albion House wandelen – het voormalige kantoor van Crippen aan New Oxford Street 59-61 – hoe de pers en de strafrechtadvocaten destijds hun best deden om Belle neer te zetten als een egocentrisch, onaangepast wezen. Het was haar schuld dat ze haar man in de armen van zijn secretaresse had gedreven. ,,Vrouwelijke artiesten werden zowel aanbeden als verguisd. Enerzijds werd Belle geroemd om haar schoonheid en talent, tegelijkertijd was ze een hoer. Zo werd ze ook afgeschilderd in krantenartikelen. Onterecht, Belle was een ongelooflijk sterke, levenslustige vrouw. Het feit dat Crippen haar had laten steriliseren, een vreselijke operatie waardoor ze op 21-jarige leeftijd al in de overgang kwam, waarna ze niet thuis bleef zitten maar zich omschoolde tot variété-artieste, is uitzonderlijk.” 

Staand voor het glimmende kantoorpand van Winkworth Estate Agents, in de tijd van Crippen een roodbakstenen winkelblok met torentjes, wijst Rubenhold op het nabijgelegen King Edwards Mansions, een prachtig herenhuizencomplex in neogotische stijl. ,,Daar woonden Clara en Paul Martinetti, beroemde mime-artisten en goede vrienden van Belle en Crippen. Op 31 januari 1909, de avond dat Belle werd vermoord, hebben de Crippens daar gedineerd.” Rubenhold is even stil en slaat dan de handen ineen. ,,Wat een toeval, het is 31 januari! Dit vond dus exact 116 jaar geleden plaats!”

Ze wijst naar de tweede verdieping van het stijlvolle huizencomplex, ,,Ethel kon vanuit het kantoor van Crippen zo bij de Martinetti’s naar binnen kon kijken. Ze heeft ze eindeloos kunnen observeren, ze was geobsedeerd door de Martinetti’s. Het waren mensen met geld en aanzien, Ethel wilde daarbij horen.”

Hawley Harvey Crippen (1862-1910), beter bekend als Dr. Crippen.

Pronken in jurken en bontjassen

Het beeld dat Rubenhold van Ethel heeft weten te reconstrueren, gebaseerd op politierapporten, brieven, krantenartikelen en de memoires die Ethel later liet optekenen, is dat van een bijzonder gewiekste vrouw die eropuit was haar sociale klasse te ontstijgen. Crippen was in haar ogen een ware catch: een man met een groot huis die omgang had met mensen uit de hogere middenklasse. Reden voor Ethel, afkomstig uit de lagere middenklasse, om het nest van de Crippens te bevuilen. Ze wilde ‘mevrouw Crippen’ zijn. Terwijl Belle nog in leven was, pronkte ze al met een verlovingsring en tooide zich, kort na haar mysterieuze ‘verdwijning’, in haar jurken, bontjassen en sieraden.

Die ambities van Ethel, zegt Rubenhold, kunnen niet los worden gezien van de tijd waarin ze leefde. ,,Ze maakte deel uit van ‘de witteblousen-revolutie’. Het aantal vrouwelijke kantoormedewerkers nam explosief toe aan het eind van de negentiende eeuw. Voor het eerst gingen vrouwen aan de slag gaan als secretaresse, assistent of boekhouder. Iemand uit de arbeidersklasse kreeg zo de mogelijkheid om zich op te werken en zelfs door te stromen naar een klasse waar men het net iets comfortabeler had. Ethel woonde in een huurhuis met veel broers en zussen, ze ging op zichzelf wonen, proefde de vrijheid en wilde meer.”

We lopen naar het Nomad Hotel in Bow Street, bij Convent Garden, waar zich voorheen een van de beroemdste politierechtbanken van Engeland bevond. ‘Magistrates Court’ staat er nog altijd in vergulde letters boven de ingang. Op deze plek vond in 1910 het proefproces tegen Crippen en Ethel plaats, een soort repetitie voor het officiële proces dat niet veel later, gedurende vier dagen, in de Old Bailey zou plaatsvinden. ,,Het was een enorm spektakel”, zegt Rubenhold terwijl we binnen even om de hoek in de oude rechtszaal mogen kijken, inmiddels een zaal voor feesten en partijen. ,,Mensen verdrongen zich voor de deuren, klommen op de daken om door de ramen naar binnen te kijken. Normaal waren dit soort zaken openbaar, nu werden er tickets verkocht om naar binnen te kunnen. Verslaggevers uit Europa, Amerika en Canada waren in groten getale aanwezig, ze achtervolgden iedereen die ook maar iets over de zaak kon vertellen. Het werd de ‘Misdaad van de Eeuw’ genoemd.”

Dr. Hawley Crippen en Ethel Le Neve tijdens hun gezamenlijke ‘proefproces’ in de Magistrates Court in 1910.

Dat laatste las Rubenhold in een artikel van The Boston Globe dat werd gepubliceerd kort nadat Crippen en Ethel waren gearresteerd op de SS Montrose. ,,De journalist beschrijft waarom deze moord, en de nasleep ervan, op geen enkel ander moment in de geschiedenis had kunnen plaatsvinden. Dat vond ik interessant. Als historicus kijk je door een lens naar een bepaalde periode. Het uitzoeken van een misdrijf zie ik als een kans om de stemming binnen een samenleving te peilen. Wat kan een moord ons vertellen over de mensen en de tijd waarin deze plaatsvond? Hoe keken mensen naar zichzelf? Wat dachten ze over de wereld? Welke technologie was er voorhanden?”

Crippen kon volgens Rubenhold alleen worden gepakt omdat de kapitein, die ontdekte dat hij de vermomde arts en ‘zijn zoon’ aan boord had, gebruik kon maken van de Marconi Wireless. ,,Schepen die zich binnen een bereik van 240 tot 960 kilometer voor de kust bevonden konden voor het eerst via radiotelegrafiestations morseberichten versturen en ontvangen. Zo kon de kapitein in contact komen met Scotland Yard en lukte het inspecteur Dew om met De Laurentic, destijds een supersnel stoomschip, de oceaan in vijf dagen oversteken en de SS Montrose inhalen.” 

De SS Montrose in 1910, het stoomschip waarmee dr. Crippen en Ethel wilden vluchten naar Canada.

Onschuldig meisje

Ook de berichtgeving in de kranten over de rechtszaak zegt volgens Rubenhold veel over die periode. Dankzij een overweldigende hoeveelheid bewijsmateriaal twijfelde niemand aan de schuld van Crippen, maar de frêle Ethel, die na het gezamenlijke proefproces vervolgens apart werd berecht, werd neergezet als een onschuldig jong meisje dat in de greep was geraakt van de manipulatieve, gevaarlijke dokter. Ze zou niets van de moord hebben geweten. ,,Haar advocaat omschreef haar bewust als een kwetsbare vrouw die tot niets in staat was zonder de hulp van een man. Het Victoriaanse ideaal van de ‘goede vrouw’ werd op haar geprojecteerd.”

Juist in die periode was de ‘Nieuwe Vrouw’ in opkomst, een vrouw die mondig en zelfstandig was en een bedreiging vormde voor de oude orde. ,,Drie weken na het proces tegen Ethel werd een groep suffragettes voor het parlementsgebouw door de politie en mannelijke omstanders geslagen en mishandeld. Men voelde zich bedreigd door deze ‘Nieuwe Vrouw’, maar Ethel was zo’n vrouw. Ze was seksueel actief buiten het huwelijk, gebruikte haar stem, verdiende haar eigen geld. Als haar advocaat dit beeld van haar had geschetst, zou ze nooit zijn vrijgesproken. Hij moest een compleet vals verhaal over haar verzinnen.” 

Rubenhold twijfelt er niet aan dat Ethel betrokken was bij de moord. ,,Ze was een slimme, manipulatieve vrouw. Ik weet zeker dat ze samen met Crippen het plan opvatte om Belle te vergiftigen zodat ze na haar dood konden trouwen. Crippen moest zijn vrouw scopolamine toedienen waarna ze bewusteloos zou raken en sterven. Hij zou een vriend de overlijdensakte laten ondertekenen – dat hij bij zijn eerste vrouw ook gedaan – en dan was alles geregeld. Maar Crippen maakte een fout. Hij gaf Belle een te hoge dosering en dat kan een delirium veroorzaken. Er vond een worsteling plaats waarbij Belle verwondingen opliep en Crippen het vervolgens niet meer kon afdoen als een ‘natuurlijke dood’.”

Ze vertelt dat het in stukjes hakken van een lichaam, en van de botten ontdoen, een enorme klus is die niet zomaar in een nacht is geklaard. ,,De botten heeft hij waarschijnlijk naar een nabijgelegen abbatoir gebracht waar ze vermalen werden, haar lichaamsresten heeft hij met ongebluste kalk in een klein graf in de kolenkelder gestopt in de hoop dat dit in zijn geheel zou oplossen. We weten dat Ethel twee dagen later al aanwezig was in het huis aan Hilldrop Crescent. Ze moet dingen hebben gezien – kledingresten, bloed – ze heeft hem waarschijnlijk geholpen. Het was een folie à deux, een relatie die steeds intenser werd: als een van hen iets zou zeggen, zou het hen beiden ten val brengen.”

Even later, in een café in het hart van het Londense theaterdistrict, vraag ik Rubenhold wat haar drijft als historicus. Waarom die focus op beruchte moordzaken? Is het omdat crime goed verkoopt? ,,Het gaat mij niet om de bloederige details, ik geloof dat een misdaad ons veel over een periode kan vertellen. Veel historici doen dit soort moordzaken af als een onbeduidend cultureel fenomeen. Maar juist dit soort zaken moeten onder de loep worden genomen. Via zo’n kwestie dring ik uiteindelijk door tot in de psyche van verschillende personen en leer ik de mensen van binnenuit te begrijpen.”

Volgens Rubenhold zijn we inmiddels geobsedeerd geraakt door het idee dat geschiedenis draait om ‘de grote gebeurtenissen’. De geschiedenis van de grote staatslieden, van koningen en koninginnen, beroemde ontdekkingsreizigers en uitvinders. ,,Maar wat hebben we eraan? Ik denk dat geschiedenis ons vooral kan laten zien wat het betekent om mens te zijn. Het zijn immers onze collectieve ervaringen uit het verleden die we nog altijd met ons meedragen. Daarmee doel ik niet alleen op de verhalen van vrouwen, die vaak door historici zijn genegeerd, maar ook op de gewone mensen die uit de geschiedenis zijn geschreven. Waarom zouden zij ons niets te vertellen hebben?”

Het graf van Belle

Het graf van Belle Elmore

De volgende ochtend word ik om zes uur wakker. Het spookt door mijn hoofd: Belle Elmore ligt in Noord-Londen begraven en het is vandaag exact 116 jaar geleden dat ze werd vermoord door Crippen. Moet ik dan niet toch naar het graf? Ik pak mijn tas, reken af bij het hotel en stap bij het metrostation op de Northern Line richting High Barnet. Na een half uur kom ik aan bij East Finchley en wandel vanuit daar naar de begraafplaats van St Pancras en Islington. Eenmaal aangekomen bij de toegangspoort slaat de vertwijfeling toe. Wat te doen? Er is geen levende ziel te bekennen en de begraafplaats is enorm. Belle’s graf – section RC7, graf 40 – ligt ergens achterin en de plattegrond op het bord naast de receptie toont een wirwar aan wegen. Dan schuift er ineens een raampje open en steekt een man zijn hoofd naar buiten. Van Belle Elmore heeft hij nog nooit gehoord, maar nadat ik de gegevens van het perceel doorgeef, tekent hij op een kaart de route voor me uit.

Gewapend met een bosje narcissen, voor een pond gekocht bij de bloemenverkoper, ga ik op pad. Het regent zachtjes, de rijen met graven zijn eindeloos. Ik wandel langs een kapel, richting het crematorium, langs velden vol kruisen en bloemenkransen. Tussen een paar grafzerken scharrelt een vos, een eindje verderop moet ik naar rechts. Ik volg een modderig pad en kom, gebukt onder een aantal dennenbomen, uit op een oud deel van de begraafplaats. Bemoste grafzerken, verregende kruisen en stenen engelen staan schots en scheef door elkaar. Rechts, meteen aan het begin van het pad, vind ik haar. Op een bemoste grafzerk staat: ‘In memoriam Cora Crippen (Belle Elmore) who passed away 1st. Feb. 1910’. Daaronder: ‘Rest in peace’. Ik leg het bosje narcissen bij de steen en blijf nog even staan. Veel meer kan ik niet doen, besef ik, behalve tegen haar zeggen dat ze nog altijd niet is vergeten.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next