Minder koeien betekent minder melk. Maar de vraag naar melk neemt wereldwijd juist toe. Dus is er in de zuivelsector in Noord-Europa een oorlog om melk gaande tussen zuivelbedrijven, waarvan boeren profiteren.
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over de agrarische sector en voedsel.
Tientallen gierwagens rijden op 21 september 2009 over een weiland bij Winterswijk. Uit de slangen van de wagens spuit geen koeienpies, maar melk, het product waarmee de melkveehouders hun geld verdienen. Ze krijgen er in die tijd een schamele 20 cent per liter voor. Veel te weinig, vinden de boeren, die daarom dat jaar uit protest in heel Europa melk lozen. Een half miljoen liter krijgt het weiland bij Winterswijk die maandagmiddag te verstouwen.
De Europese Unie krijgt de schuld van de lage prijzen. Die heeft het melkquotum (een productiebeperkingsmaatregel) verhoogd, waardoor vraag en aanbod uit balans zijn geraakt. In Brussel lozen boeren vele duizenden liters melk voor de deur van de EU-instellingen, waarna ze de toenmalige commissievoorzitter José Manuel Barroso een petitie aanbieden. Staand op hooibalen in een vijver van melk dreigt de Europese melkveehoudersvoorman Romuald Schaber: ‘Als Barroso niet ingrijpt, verscherpen we onze acties. Dan komt er maar een tijdje geen melk in de schappen van supermarkten.’
De melklozingen van 2009 waren achteraf bezien een van de laatste stuiptrekkingen van een fenomeen dat de Europese zuivelsector decennialang kenmerkte: overproductie. Nu zijn de kaarten heel anders geschud. In heel Noordwest-Europa, de belangrijkste zuivelregio van het continent, krimpt de melkveestapel. Ondertussen neemt de vraag naar zuivel wereldwijd juist toe. Tussen Europese melkverwerkers ontstaat daardoor een verhitte concurrentiestrijd om het privilege de schaarser wordende melk van boeren op te mogen halen.
In deze ‘strijd om de melk’ waren zuivelbedrijven het afgelopen jaar druk bezig een goede uitgangspositie te verwerven. FrieslandCampina fuseerde met de Belgische branchegenoot Milcobel en de Deense concurrent Arla ging samen met het Duitse DMK, dat via dochteronderneming DOC Kaas ook in Nederland actief is. Wie groter is, kan zich immers efficiënter organiseren en dus boeren een hogere melkprijs bieden.
Of FrieslandCampina daarin het afgelopen jaar is geslaagd, moet volgende week blijken. Woensdag publiceert de Nederlandse coöperatie de jaarcijfers, dan wordt ook duidelijk of het meer melkveehouders aan zich heeft kunnen binden.
Decennialang was het probleem van de Europese zuivelsector niet te weinig, maar juist te veel melk. Met minimumprijzen en exportsubsidies werden boeren vanaf de jaren zestig gestimuleerd te moderniseren en de productie te verhogen. Het leidde vanaf de late jaren zeventig tot overschotten: de beruchte melkplassen en boterbergen. De Europese Economische Gemeenschap (EEG) kocht ze op en dumpte ze onder de kostprijs op de wereldmarkt.
Naarmate het overschot groeide, groeide ook het geldbedrag dat Brussel jaarlijks kwijt was aan de minimumprijzen en exportsubsidies. In 1984 werd daarom het melkquotum ingevoerd. Produceerde een melkveehouder meer dan het aan hem toegewezen quotum, dan moest hij daarover een fikse boete betalen.
Geleidelijk verhoogde de EU het quotum, tot er op 1 april 2015 definitief een einde aan kwam. ‘Bevrijdingsdag’ heette het in de sector. Melkveehouders lieten hun veestapel groeien en voerden de productie per koe op. Nog één keer gingen de prijzen onderuit door overproductie.
Sinds de piek in 2016 heeft zowel de melkveestapel als de melkproductie een voorzichtig dalende lijn ingezet. De komende jaren gaat die daling naar verwachting harder, als gevolg van uitkoopregelingen en ander overheidsbeleid. ABN Amro voorspelde vorig jaar juni dat het aantal melkkoeien tussen 2024 en 2030 met 8 procent zal afnemen. Daarna kwam demissionair minister van Landbouw Femke Wiersma (BBB) met haar stikstofplan, dat nieuwe krimpmaatregelen bevat. ‘Die 8 procent is dus nog een onderschatting’, denkt Jelmer Schreurs, sectoreconoom food en agri bij ABN Amro.
Ook de Rabobank heeft een sombere prognose voor de sector: een daling van de Europese melkaanvoer met 5 procent tot 2035. In Nederland gaat er naar verwachting zelfs een vijfde van af in tien jaar tijd. Alleen in Centraal-Europa wordt nog groei verwacht.
Ondertussen neemt de vraag naar zuivel juist toe. De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties rekent erop dat de wereldwijde zuivelconsumptie het komende decennium met 21 procent toeneemt. Dat is vooral het gevolg van inkomensgroei in het mondiale Zuiden. Wie rijker wordt, gaat doorgaans meer vlees en zuivel consumeren.
In Europa blijft de zuivelconsumptie naar verwachting op peil, ondanks adviezen om voor milieu en gezondheid minder dierlijke producten te eten. De populariteit van kaas neemt zelfs toe. ‘Mensen eten minder rood vlees en vervangen dat met kip of zuivel’, ziet Schreurs.
Kansen genoeg dus voor zuivelverwerkers, maar vanwege het krimpende melkaanbod moeten de komende jaren drie à vier melkfabrieken de deuren sluiten, schat ABN Amro. Wiens fabriek – dát is waar de strijd om de melk om gaat.
Jos Verstraten is zelf weleens gebeld door een melkfabriek, maar de melkveehouder, tevens voorzitter van LTO Melkveehouderij, heeft het aanbod vriendelijk afgeslagen. De verhalen over ‘agressieve acquisitie’ kent hij wel van collega-boeren die op zoek zijn naar een nieuwe melkverwerker. ‘Dan promoten ze niet alleen hun eigen toko, maar vertellen ze je ook dat je bij je huidige afnemer weg moet omdat die geen toekomst zou hebben in een krimpende markt’, zegt Verstraten. ‘Er wordt echt om melkleveranciers gestreden.’
Melkveehouders zijn loyale types, zegt Verstraten, die voorheen vaak hun leven lang bij dezelfde melkfabriek bleven. ‘Dat switchen kennen we eigenlijk helemaal niet. Ook nu is er maar een kleine groep die het overweegt. Je krijgt als melkfabriek dus niet zo veel kansen om nieuwe leveranciers te strikken, je moet actief acquisitie voeren.’
Uiteindelijk is prijs de doorslaggevende factor, zegt Verstraten, en die kan nogal verschillen tussen fabrieken. Een goede melkprijs bieden is dus essentieel om boeren vast te houden en aan te trekken. FrieslandCampina-CEO Jan Derck van Karnebeek benadrukt in zijn publieke uitlatingen keer op keer het belang van een ‘toonaangevende melkprijs’. De fusie met Milcobel ziet hij als een middel daartoe.
‘Fuseren biedt schaalvoordelen’, zegt zuivelanalist Tom Booijink van de Rabobank. ‘Je kunt fabrieken samenvoegen en snijden in de kosten van onderzoek en ontwikkeling. Vaak kun je kosten besparen gelijk aan 4 à 5 procent van de omzet van de kleinste fusiepartner.’ Hij verwacht daarom dat de fusiegolf doorzet. ‘De Duitse markt is nog behoorlijk gefragmenteerd, daar liggen mogelijkheden.’
Een strijd kent onvermijdelijk ook verliezers. Bedrijven die de hoge melkprijs niet kunnen betalen en daardoor dus melkveehouders kwijtraken. Die moeten hun fabrieken sluiten of worden overgenomen. Niemand wil als eerste zijn melkprijs verlagen.
Waartoe dat kan leiden, bleek afgelopen najaar. Door vogelgriepuitbraken onder melkkoeien in de Verenigde Staten en nadelig weer in Europa lag de melkprijs lange tijd hoog. Maar terwijl boeren wereldwijd de productie opvoerden en de marktprijzen voor producten als boter en melkpoeder begonnen te dalen, hielden Nederlandse verwerkers hun melkprijs hoog. Niemand durfde als eerste met zijn ogen te knipperen.
Eind oktober gaf FrieslandCampina toe: de garantieprijs kelderde met 7 euro naar 46 euro per 100 kilo. Een ongekende daling. Andere verwerkers volgden, en de vrije val van de melkprijs is sindsdien niet gestopt.
Die situatie is tijdelijk, verwachten deskundigen. Om rendabel te blijven zullen Nederlandse zuivelverwerkers zich naar verwachting minder op bulk gaan richten en meer op hoogwaardige en winstgevende producten. Op die manier kunnen ze de relatief dure Nederlandse melk alsnog buiten de landsgrenzen slijten.
Verse melk raakt daardoor uit de mode, wie kaas maakt zit goed. Ook omdat wei, het bijproduct van kaasmaken, steeds gewilder wordt voor verwerking in eiwitrijke voeding. Wei die nu nog in varkensvoer wordt verwerkt, kan dankzij een investering een serieuze bijverdienste worden.
‘De bulkproductie neemt al af omdat de prijs in Europa hoger ligt dan in de rest van de wereld’, zegt Booijink. ‘Dat verschil wordt niet kleiner.’ De Europese zuivelexport zal daardoor slinken: waar de productie nu 14 procent hoger ligt dan de consumptie, zal dat in 2035 nog maar 9 procent zijn.
‘Dat hoeft niet per se een probleem te zijn’, zegt Schreurs. Landen als China en India willen minder afhankelijk worden van import en investeren fors in het opschalen van de eigen productie. ‘Europa wordt een kleinere speler in een steeds vollere markt.’
Op termijn zijn de krimpende melkveestapel en groeiende vraag naar zuivel goed nieuws voor de melkveehouders die overblijven. Al kan dat tegenvallen, denkt melkveehoudersvoorman Verstraten. ‘Prijzen komen tot stand op de wereldmarkt. Je moet niet overschatten hoeveel invloed de krimp in Nederland daarop heeft.’
Bovendien, stelt hij, zullen melkveehouders de extra inkomsten hard nodig hebben om de komende jaren te investeren in verduurzaming. ‘Die investeringen dragen in principe niets bij aan je verdienmodel.’
De kans op boerenprotesten blijft aanwezig, zeker met een kabinet dat werk wil maken van het stikstofprobleem. Maar melklozingen behoren hoogstwaarschijnlijk definitief tot het verleden. Het witte goud is er veel te gewild voor geworden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant