(Oud-)hordelopers Dave Wesselink en Timme Koster genieten nu al van de Spelen. Ze voelen zich thuis in de gemoedelijke en collegiale bobsleewereld, waar ze zelfs tijdens de Spelen een slee mogen lenen van het Australische team.
doet verslag van de Winterspelen in Milaan.
Dave Wesselink (26) is normaal gesproken advocaat in het ondernemingsrecht. Fusies, overnames, bestuurdersaansprakelijkheid, geschillen. ‘Dat is ook heel leuk.’ Maar nu even niet. In de winter wendt de twintiger zijn talent om kalm te blijven als het spannend wordt aan voor een ander doel.
Oud-hordeloper Wesselink is de piloot van het Nederlandse bobsleeteam, dat met zowel de tweemans- als de viermansbob uitkomt op de Olympische Winterspelen in Cortina. Daar stuurt hij een slee met snelheden tot 150 kilometer per uur over een kronkelende ijsbaan van ruim anderhalve kilometer lang.
‘Je moet een beetje gek zijn om deze sport te doen’, erkent hij een paar dagen voor de eerste race, ontspannen achteroverleunend in een lounge van het olympisch dorp. Naast hem op de bank knikt ploeggenoot Timme Koster (23) instemmend.
Koster, die in het zomerseizoen nog steeds hordeloper is, zat pas in oktober voor het allereerst in een bobslee. Hij vond het niet meteen prettig, grijnst hij. ‘Je weet niet wat je overkomt.’
Door de combinatie van enorme snelheid en abrupte bochten drukken de G-krachten, die je ook in een achtbaan voelt, hard op bobsleeërs. De tweede keer was leuk, zegt Koster. Amper vier maanden later staat hij op de Olympische Spelen.
Dave Wesselink begon vier jaar geleden met bobsleeën, dus het zijn ook voor hem de eerste Spelen. De bobbers kennen elkaar van de atletiekbaan in Heiloo. Maar toen Wesselink Koster twee jaar geleden voor het eerst polste om mee te doen met bobsleeën, wees die hem af. ‘Toen ging de atletiek nog heel goed’, zegt Koster eerlijk. ‘Maar dit jaar was wel een heel mooie kans om mee te doen.’
In Koster (1,97 meter) herkende piloot Wesselink (1,93 meter) het type atleet dat hij zelf ook is. Bij hordelopen is een lengte boven de 1,90 en een gewicht van tegen de 100 kilo niet per se een voordeel, maar in de bobslee wel. Hoe meer massa, hoe sneller naar beneden. ‘Je moet groot, sterk én snel zijn’, legt Wesselink uit. ‘Dat is best een unieke combinatie.’
Dus vormen de jongens nu het Nederlandse bobsleeteam, samen met Stephan Huis in ’t Veld en de broers Jelen en Janko Franjic, die er de vorige Spelen alle drie al bij waren. Sinds half oktober zijn ze in totaal ongeveer twee weken thuis geweest, schatten Wesselink en Koster in. De rest van de tijd leven ze samen met hun teamgenoten en de concurrenten in het bobcircuit in een soort rondreizend circus, dat langs banen over de hele wereld trekt.
Ook in het olympisch dorp zien de bobmannen dus voortdurend bekende gezichten voorbijkomen. Af en toe groeten ze iemand in de lounge. Bobsleeërs zijn goed vertegenwoordigd in het dorp, dat bestaat uit een kleine vierhonderd voorgefabriceerde houten blokhutjes, een eindje buiten Cortina d’Ampezzo gelegen.
Waar de sporters met grote budgetten liever een kamer of zelfs een heel hotel in luxeskioord Cortina afhuren, zijn de bobsleeërs tevreden in het eenvoudige dorp. Bijvoorbeeld met het feit dat er een eetzaal is. ‘Bij andere wedstrijden koken we altijd zelf.’ Nu zitten ze aan grote tafels, soms ook met atleten uit andere landen.
Vooral met het Australische team hebben de Nederlandse bobsleeërs een speciale band. Van sleester Sarah Blizzard mogen ze zelfs haar tweemansbob lenen, die tienduizenden euro’s waard is. De Australische tweemansbob maakte de kwalificatie van Nederland in januari mede mogelijk, want goed materiaal is belangrijk.
Van buitenaf lijkt zo veel collegialiteit bijna te mooi om waar te zijn, maar in de wereld van het bobsleeën past het prima. ‘Sarah zit al heel lang in de sport’, zegt Wesselink. ‘Dus vooral de andere jongens kennen haar al jaren.’
Er zit nog iets meer achter dan alleen vriendschappelijke gevoelens. Nee, geen ontluikende bobsleeromance, maar welbegrepen eigenbelang: Blizzard mocht de afgelopen jaren soms ijzers lenen van de Nederlanders. Die worden los onder de bobslee gemonteerd, en de Nederlanders beschikken over een goede verzameling. ‘Zo helpen wij hen, en zij ons.’
Dat is alleen mogelijk met een vrouwelijke atleet, zegt Wesselink, omdat de wedstrijdschema’s dan niet overlappen. ‘En we zijn geen directe concurrenten.’ Na de Nederlandse race van maandag is er genoeg tijd om de oranje stickers er weer af te halen, voordat Blizzard woensdag zelf aan de beurt is in Cortina.
Ook binnen de slee is vriendschap belangrijk, beamen de mannen. Want na de eerste tien seconden, waarin ze er alles aan doen om de bob snelheid mee te geven, is de taak van de sleeërs achterin vooral: vertrouwen op Wesselink. Geluid maken is uit den boze en ze moeten hun lichaam zo stil mogelijk houden.
Meestal gaat het goed. Maar bij bobsleeën hoort ook crashen en dat is ‘alsof je een auto-ongeluk hebt’.
‘Toch denk je daarna: boeien, we gaan gewoon weer’, zegt Wesselink op licht verbaasde toon, alsof hij het zelf ook niet helemaal begrijpt. ‘Eigenlijk heel erg dom.’
Hun ouders zijn dan ook niet onverdeeld enthousiast over de passie voor het bobsleeën, zeker niet sinds een harde crash vorig jaar, waarbij de broers Franjic allebei botbreuken opliepen. ‘Mijn moeder vindt het verschrikkelijk’, zegt Wesselink. ‘Ze is alleen maar blij als we heelhuids beneden zijn.’
Maar in Cortina hoeft ze zich echt geen zorgen te maken, zegt haar zoon stellig. De bobsleebaan, die speciaal voor de Spelen werd gebouwd en rond de 120 miljoen euro kostte, heeft in Italië veel kritiek gekregen. Critici vrezen dat de baan, die ook nog duur in onderhoud is, na de Spelen snel in verval zal raken, zoals eerder gebeurde met de baan die in Turijn werd gebouwd voor de Spelen van 2006.
De Nederlandse bobsleemannen zijn wél blij met de nieuwe baan, mede omdat die niet overdreven moeilijk is. ‘De eerste vier bochten zijn erg technisch’, zegt Wesselink. ‘Daarna is het vrij vloeiend en soepel. Een glijbaan.’
Om de medailles kunnen de Nederlanders in principe niet meedoen. Daarvoor zijn de verschillen te groot met landen als Duitsland en de VS, die een veel rijkere traditie en beter materiaal hebben. Top tien zou mooi zijn, klinkt het. ‘We moeten er vooral van genieten en met een glimlach uit de slee stappen’, vindt Wesselink. ‘Dan zijn we op ons best.’
De sfeer in het sleeën is totaal anders dan in de atletiek, valt nieuwkomer Koster op. ‘Daar wil iedereen in de spotlights staan.’ Toch is ook hij benieuwd hoe hij er straks, na het olympische avontuur, voor staat op de atletiekbaan. Precies een week na de laatste race in de viermansbob in Cortina doet hij al mee aan het Nederlands Kampioenschap indooratletiek.
De dag erna, op maandagochtend, begint ook voor Dave Wesselink het gewone leven weer. Dan is hij na vier maanden de wereld als bobsleepiloot te hebben rondgereisd plotseling weer advocaat in Alkmaar. Druk met fusies, overnames en bestuurdersaansprakelijkheid. Zijn moeder kan niet wachten.
De wedstrijden in de tweemansbob beginnen maandag 16/2 om 10.00 uur. De viermansbobraces beginnen zaterdag 21/2 om 10.00 uur. Elke wedstrijd bestaat uit vier heats, verspreid over twee dagen; de slee met opgeteld de snelste tijd wint.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant