Klassiek De route leek voorbestemd: Alexander Chance groeide op met de wereldberoemde countertenor Michael Chance als vader en treedt nu zelf ook op als countertenor. Toch duurde het zijn hele studietijd voor hij besefte dat hij ook een leven als zanger ambieerde.
Alexander Chance in 2022.
Sinds hij halverwege 2025 trouwde, is de Londense countertenor Alexander Chance (33) nauwelijks thuis geweest. Het videogesprek voert hij vanuit een appartement in Karlsruhe. Het is drie uur ‘s middags en in de oven staat een lasagna op te warmen: een late lunch na een lange repetitie. „Living the opera singer’s life!” grinnikt Chance.
Hij verblijft twee maanden in Karlsruhe voor zijn eerst grote operaproject buiten het Verenigd Koninkrijk: de rol van de Griekse prins Andronico in Händels Tamerlano met het Freiburger Barockorchester onder leiding van René Jacobs. Tussendoor maakt hij een uitstapje naar het Concertgebouw in Amsterdam voor een solorecital met luitspeler Toby Carr: Engelse luitliederen, repertoire dat ook centraal stond op zijn eerste soloalbum, Drop not, mine eyes, uit 2023.
Bijna had Chance Amsterdam gekozen als uitvalsbasis voor zijn reizende bestaan. „A home away from home”, zegt Chance over de stad. „Ik voel absoluut een verwantschap met Nederlanders, met de sfeer, met de cultuur.” Misschien is dat gevoel diep in zijn onderbewustzijn blijven hangen nadat hij er in 1993 als baby een paar maanden woonde, denkt hij. Vader Michael Chance (70), ook countertenor, maakte destijds internationaal furore en zong bij De Nederlandse Opera (nu De Nationale Opera) in een productie van Monteverdi’s L’Incoronazione di Poppea.
De interviewvragen over zijn vader waren een paar jaar geleden niet van de lucht. „Dat is de afgelopen jaren minder geworden, nu krijg ik meer vragen over mezelf. Hopelijk een teken dat het goed gaat met mijn carrière. Maar het is leuk als mensen na een concert naar me toe komen en vertellen dat ze mijn vader dertig jaar geleden hetzelfde stuk hebben horen zingen. Dat mensen me met mijn vader vergelijken ervaar ik niet als last. We hebben een heel andere stem. Het grappige is dat mijn stem juist vaker wordt vergeleken met die van James Bowman.”
Als zoon die net als zijn vader de muziek in ging, lijkt Chance een voorbestemd pad te bewandelen. Toch duurde het tot het einde van zijn studietijd voor hij bewust voor het zangersleven koos. Eerst volgde hij de voetsporen van zijn moeder, die in Griekenland werd geboren en classicus is. „Als kind leerde ik een beetje modern Grieks. Ik hield van de Griekse mythen en voelde me sterk verbonden met de Griekse cultuur. Dus Oud-Grieks en Latijn studeren was een no-brainer.”
Als student aan de Universiteit van Oxford spendeerde hij ondertussen wel veel tijd aan muziek: hij had zangles en was als choral scholar verbonden aan het universiteitskoor van New College, dat regelmatig optrad tijdens evensongs en andere kerkdiensten.
„Twee essays per week schrijven en zo’n beetje elke avond zingen: dat was af en toe best stressvol. In mijn laatste jaar vroeg ik de koorleider eens of ik een tijdje vrij kon nemen van het koor om me op mijn examens te kunnen richten. Hij zei: ‘Nee. Het is zó goed voor je ziel en je hersenen om elke avond te zingen en je studie even te vergeten.’ Hij had helemaal gelijk. Enerzijds muziek op hoog niveau en anderzijds de academische vakken: dat is echt een mooie, holistische vorm van onderwijs.”
Veel choral scholars kiezen na hun academische studie voor een master aan het conservatorium. Was dit dan het moment dat Chance volledig voor de muziek ging? Toch niet: het werd rechten. „Op dit punt dacht ik nog steeds: hmm, ik wil niet hetzelfde doen als mijn vader. Bij die rechtenstudie kreeg je in één jaar de stof van drie jaar rechten op bachelorniveau. Echt heel intens. Ik vond het erg leuk, maar ik werd ook constant gevraagd om concerten te geven. Ik voelde me in twee richtingen getrokken. Ik dacht: ik zou eigenlijk naar dit college moeten gaan, maar in Zuid-Frankrijk of in New York willen ze me betalen voor een concert. Uiteindelijk was ik opgelucht dat ik er met een redelijk goed cijfer vanaf was gekomen. Maar tegen het einde van het jaar besefte ik dat ik diep in mijn hart zanger wilde zijn.”
Na zijn studietijd zong Chance in vocale ensembles als de Gesualdo Six, the Tallis Scholars en Vox Luminis. Steeds vaker – zeker na zijn winst van de International Händel Competition in 2022 – werd hij gevraagd als solist bij oratoria en opera’s. Dat leverde nieuwe uitdagingen op. Snelle coloraturen bijvoorbeeld, de virtuoze notenslingers waar onder meer Händel zijn muziek mee lardeerde „Mijn vocale spieren waren getraind op al die prachtige koormuziek, die meestal vrij langzaam is. Het was een lastig proces om mijn stem opnieuw te trainen en soepeler te maken. Intussen gaat het best goed, maar ik moet er zeker nog aan werken voordat het als een tweede natuur aanvoelt. Er zijn zangers bij wie je gewoon hoort dat ze ermee geboren zijn. Mijn vader was er altijd heel goed in, en hij helpt me er ook goed bij.”
Zangadvies van zijn vader krijgen is iets van de laatste jaren. In zijn jeugd wilde Chance geen les van hem. „Ik wilde gewoon een bal met hem gooien in de tuin, of samen voetbal kijken, of dat hij me ophaalde van feestjes. Ik wilde gewoon dat hij een vader was”, schrijft hij bij een recente Instagrampost met een jeugdfoto van de twee achter een donkerbruine vleugel.
Pas in coronatijd begonnen ze regelmatig samen te werken. ”Ik realiseerde me voor het eerst écht dat hij een ongelooflijke gave heeft. Hij helpt me mijn eigen stem te ontwikkelen. Omdat ik intussen al wat concertervaring had, konden we op hetzelfde niveau over muziek praten. Ik vind het echt geweldig dat we nu als het ware samen op hetzelfde speelveld kunnen staan. Het voelt een beetje zoals voetballers die met pensioen gaan en dan hun zoon gaan coachen.”
En de clou met die coloraturen? „Elke dag een kwartiertje oefenen. Bij coloraturen moet je eindeloos herhalen, en het lijkt soms alsof je geen stap vooruitkomt. Maar op een dag valt opeens het kwartje. Dan heb je een doorbraak en besef je dat wat je deed – ook al leek het op dat moment nutteloos – eigenlijk heel nuttig was.”
Alexander Chance treedt dit seizoen meerdere keren in Nederland op. 15/2: Solorecital (Amsterdam). Info: barokvocaal.nl. 21/3-4/4: Matthäus Passion met De Nederlandse Bachvereniging (diverse plaatsen). Info: bachvereniging.nl. 14/6: Vivaldi en Pergolesi met Il Gardellino (Amsterdam). Info: barokvocaal.nl
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden