Home

Ook hier wordt de hoeksteen van het klimaatbeleid bedreigd

In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan elke zondag over wat hem opvalt. Deze week: De hoeksteen van het EU-klimaatbeleid ligt onder vuur. Terwijl dat nou juist hét schoolvoorbeeld is van de stabiele maatregelen waar iedereen om vraagt.

Het was de week waarin de Amerikaanse president Donald Trump het fundament onder het Amerikaanse klimaatbeleid weghaalde. Een zorgelijke ontwikkeling, zoals je kunt lezen in dit artikel dat ik er met collega Emma van Bergeijk over schreef.

Dichter bij huis dreigt het fundament onder het Europese klimaatbeleid ook te gaan wankelen. De komende maanden vindt een strijd plaats over het Europese emissiehandelssysteem (ETS), de belangrijkste manier om de uitstoot door de industrie omlaag te krijgen.

Vooral de chemische industrie voert een felle lobby tegen dit systeem van CO2-heffingen, en ook sommige regeringsleiders slaan de afgelopen tijd een kritischere toon aan.

Inmiddels komt ook een tegenbeweging op gang. Staalfabrikant Tata Steel en milieuorganisatie Natuur & Milieu stuurden deze week een gezamenlijke brief aan demissionair premier Dick Schoof met de oproep om het ETS niet af te zwakken, maar juist te versterken. "Geen alledaagse combinatie", was de onderkoelde omschrijving van dit verbond in Het Financieele Dagblad.

Eerst even een opfriscursus: onder het ETS moeten alle grote bedrijven en elektriciteitscentrales CO2-rechten kopen om te mogen uitstoten. Het totale aantal rechten, en dus de maximale uitstoot, gaan elk jaar omlaag.

Economen zijn dol op het ETS, omdat het vervuiling een prijs geeft. Die prijs wordt ook nog eens bepaald door de vrije markt: zijn CO2-rechten schaars, dan gaan de kosten van CO2-uitstoot omhoog. Dat maakt het aantrekkelijker om te verduurzamen, waardoor er weer minder wordt uitgestoten. Prachtig bedacht.

Natuurlijk is zo'n systeem ook niet perfect. Het grootste probleem is dat de rest van de wereld nog geen ETS heeft. Dat betekent dat Europese bedrijven een CO2-prijs betalen, maar op de wereldmarkt moeten concurreren met bedrijven die dat niet doen.

Voor sommige bedrijven is dat niet zo erg, omdat energie maar een klein deel van hun kosten uitmaakt. Denk aan een zuivelfabriek of bierbrouwer. Maar de zware industrie kan met hoge energiekosten slecht concurreren.

Om dat te voorkomen, krijgen industriële bedrijven elk jaar voor vele miljarden euro's aan CO2-rechten gratis. Maar het aantal gratis rechten wordt de komende jaren afgebouwd. In 2040 zijn de CO2-rechten überhaupt op en moet de industrie dus klimaatneutraal zijn.

Dat betekent dat de industrie de komende jaren steeds meer geld kwijt is aan CO2-rechten en daarmee zijn concurrentiepositie ziet verzwakken. Daar heeft Brussel wat op bedacht: een CO2-belasting aan de grens. Wie staal uit China wil importeren, betaalt vanaf dit jaar óók voor de CO2-uitstoot die daarbij vrijkwam.

Dat maakt het voor Tata Steel makkelijker om het ETS te steunen. Eigenlijk geldt dat systeem nu dus ook voor de buitenlandse concurrent. Als Tata straks (met staatssteun) verduurzaamt, levert dat een concurrentievoordeel op. Op het groene staal is de CO2-taks veel lager.

Maar de CO2-grensheffing bestaat nog niet voor de chemicaliën, polymeren en andere producten die uit chemiefabrieken komen. Dat maakt het dus enigszins begrijpelijk dat deze sector minder blij is met het ETS.

Toch valt wel op dat chemiebedrijven met hun lobby vooral inzetten op afzwakking van het systeem. Dat zou financieel gunstig zijn voor de sector, maar niets doen om verduurzaming aan te moedigen.

Logischer is om het ETS te versterken door de grensheffing verder uit te breiden, stelt bijvoorbeeld klimaatdenktank Sandbag. Dat beschermt de Europese chemie tegen grijze concurrentie uit het buitenland én zorgt ervoor dat vergroening gaat lonen.

Al jarenlang klinkt uit alle hoeken van Europa de roep om stabiel, voorspelbaar klimaatbeleid. Het elegante ETS is al sinds 2005 in werking en daarmee het schoolvoorbeeld van zulk beleid. De strijd om de toekomst van het ETS zal uitwijzen of de politiek en het bedrijfsleven echt waarde hechten aan die stabiliteit, of dat ze toch liever kiezen voor de sloophamer.

In La Belle Verte (1996) wordt een buitenaardse vrouw lelijk verrast als ze naar de aarde afreist: wat maken wij er een potje van op onze planeet. Waar zij een vredige, ecofeministische samenleving gewend is, zijn de aardbewoners onbeleefd, rijden ze in stinkende auto's en eten ze zelfs dieren!

Regisseur en hoofdrolspeler Coline Serreau weet deze buitenaardse blik op onze maatschappij met veel humor te verbeelden. Let op: niet geschikt voor liefhebbers van films met een subtiele boodschap. Op Netflix.

Ik ontvang graag jullie vragen, feedback en tips! Je kan me bereiken via jeroen@nu.nl.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next