Home

Het traditionele gedoe bij de ploegenachtervolging is in Milaan alweer begonnen

Winterspelen De ploegenachtervolging bij de mannen is al jaren hét hoofdpijndossier van het Nederlandse schaatsen. In Milaan heerst er nu, voordat de kwalificatierondes überhaupt begonnen zijn, alweer verwarring en irritatie.

Stijn van de Bunt (rechts) trainde vorige week in het ijsstadion van Milaan even mee met de Belgische ploeg, in een treintje met Bart Swings en Indra Medard.

,,Jongens, wat een feest weer”. Aldus een sarcastische bondscoach Rintje Ritsma zaterdag na een conversatie met de pers in Milaan. Onderwerp van het gesprek was hét hoofdpijndossier van het Nederlandse schaatsen: de ploegenachtervolging bij de mannen. Deze zondag moeten de schaatsers van Ritsma zich zien te plaatsen voor de halve finales. Maar nog voordat er één meter geschaatst is, heerst er in het Nederlandse schaatskamp alweer de nodige verwarring en onderlinge irritatie.

De kwestie waar het om draait: wie wordt de derde rijder in de ploeg? Veteraan Jorrit Bergsma (40), die vrijdag knap een bronzen medaille won op de 10.000 meter? Of het kort geleden doorgebroken talent Stijn van de Bunt (21), die op deze Olympische Spelen zijn eerste internationale wedstrijden rijdt?

De oorsprong van dit alles ligt in het olympisch kwalificatietoernooi (OKT), eind vorig jaar. Daar wist slechts één van de drie schaatsers met wie Ritsma al anderhalf seizoen traint voor de achtervolging zich rechtstreeks te kwalificeren voor de Spelen: Chris Huizinga. Zijn kompanen Beau Snellink en Marcel Bosker slaagden daar niet in. Een lelijke tegenvaller voor Ritsma, want om mee te mogen doen aan de olympische achtervolging moeten schaatsers tenminste één individuele afstand rijden.

Voor Bosker werd een oplossing gevonden: hij kreeg van schaatsbond KNSB een aanwijsplek ten koste van sprinter Tim Prins, wat leidde tot tumult in de schaatswereld en daarbuiten. Snellink toonde zich op het OKT dermate uit vorm dat voor hem onmogelijk nóg een schaatser opgeofferd kon worden. Wat nu? Uiteindelijk koos Ritsma voor Van de Bunt. Die heeft weliswaar geen enkele ervaring in de ploegenachtervolging op het hoogste niveau, maar staat bekend als een snellere starter dan de oude rot Bergsma – iets wat van cruciaal belang is in de acht rondes die de schaatsers rijden tegen hun tegenstanders. Bergsma werd reserve.

‘Een beetje vervelend’

En toen liet Ritsma ineens weten pas ná de olympische 10 kilometer van afgelopen vrijdag te willen kiezen tussen Van den Bunt en Bergsma. Eerst wilde hij kijken wie van de twee het best zou herstellen van hun inspanning op vrijdagavond. Dat leverde een gepikeerde reactie op van Van de Bunt, die naar Milaan was afgereisd in de veronderstelling dat hij eerste keuze was. Het stoorde hem vooral, zo zei Van de Bunt na de 10.000 meter, dat Ritsma hem niet zélf had verteld dat de opstelling voor de kwartfinales pas later bepaald zou worden. ,,Het is natuurlijk een beetje vervelend als je zoiets ergens moet lezen. Ik wist van niets en mijn coaches ook niet.”

Jillert Anema, de uitgesproken Jillert Anema, mengde zich vervolgens óók in de discussie. ,,Jorrit is in vorm en met hem erbij heb je de sterkste samenstelling”, zo zei de coach van Bergsma vrijdagavond. Volgens Anema ,,spelen allemaal diplomatieke dingen een rol” bij de keuzes van Ritsma. ,,Maar óf je stelt de sterkste op, óf je doet diplomatiek.” Anema zelf zou het wel weten, zei hij. ,,Topsport is niet voor diplomatie.”

Bondscoach Rintje Ritsma tijdens een training in het Milano Speed Skating Stadium.

Zaterdag kwam het hoge woord eruit: Ritsma gaat in de kwartfinale tóch voor Van de Bunt en niet voor medaillewinnaar Bergsma. Over herstel van de 10.000 meter ging het niet meer. Om de eerste knock-out tegen Frankrijk te overleven – op de Spelen wordt de ploegenachtervolging als afvalrace gereden – is ,,een snelle opening” nodig, aldus de bondscoach. Toch heeft Ritsma wel degelijk ,,de intentie” om Bergsma in te zetten als Nederland zich kwalificeert voor de halve finales op dinsdag. ,,Als we een medaille willen winnen, hebben we hoogstwaarschijnlijk alle vier de mannen nodig.”

De vrouwen juist succesvol

De Nederlandse mannen onderhouden al twintig jaar een moeizame relatie met de ploegenachtervolging. Sinds de introductie van het nummer op de Spelen, in 2006, is het één keer gelukt een gouden medaille te winnen. Verder is de oogst voor ’s werelds sterkste schaatsnatie bij de mannen mager: drie keer brons. Vier jaar geleden, op de Spelen in Beijing, wisten ze niet eens de finale te halen. De Nederlandse vrouwen zijn de laatste jaren juist heel succesvol op de ploegenachtervolging – zaterdag kwalificeerden Joy Beune, Antoinette Rijpma-de Jong en Marijke Groenewoud zich in Milaan zonder problemen voor de halve finale.

Het probleem zit hem in de uiteenlopende belangen van de vier grote commerciële schaatsploegen. Die hebben allemaal hun eigen trainingsprogramma’s en reisschema’s – en ze hechten niet allemaal evenveel waarde aan het nummer. Bondscoach Ritsma heeft dus maar beperkte mogelijkheden om met zijn drietal te trainen – en is ook nog eens afhankelijk de individuele prestaties van de schaatsers. Het trio dat in actie komt in Milaan – of het nou met Bergsma is of met Van de Bunt – reed vóór de Spelen niet één wedstrijd samen.

Bondscoach Ritsma maakt sinds het OKT een getergde indruk. Begin januari begon hij voor de camera van de NOS over ,,riooljournalistiek” rondom de ploegenachtervolging. Zaterdag in Milaan deed hij opnieuw zijn beklag over de ,,onzin die er geschreven wordt”. Er wás niet slecht gecommuniceerd naar Van de Bunt, zo vond hij, en de opmerkingen van Anema konden hem niets schelen. (,,Jillert zegt wel vaker wat.”) Volgens Ritsma zit het allemaal goed met zijn achtervolgingsploeg: ,,Alle neuzen staan dezelfde kant op.”  

Schaatsen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next