Home

De Boo heeft vrede met zilver: ‘Ik geef mezelf de tijd’

Jenning de Boo schikt zich in een rol als tweede. ‘Dit was het maximaal haalbare.’ Al is de nasmaak wat bitter, de zilveren medaillewinnaar weet ook: ‘Het zit ’m er ook in dat ik pas drie jaar langebaanschaats.’

is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.

Jenning de Boo is het vice-fenomeen in het tijdperk van Jordan Stolz. Debuteren op de Winterspelen met twee keer zilver, tekenen voor een aantal van de mooiste schaatsritten van het toernooi. Slechts drie jaar als langebaanschaatser actief zijn; het is al met al geen slechte score. ‘Ik denk dat dit het maximaal haalbare was, maar ik heb ook een beetje een bittere nasmaak.’

Zaterdagavond, gevraagd of hij schaatst in het tijdperk-Stolz, zegt De Boo (22): ‘Ik ben daar onderdeel van.’ Om zijn nek bungelt een dikke zilveren medaille. Het is De Boo’s tweede plak van de week, nadat Stolz twee keer in twee rechtstreekse duels het goud pakte. De Boo: ‘Maar ik hoop dat mijn tijdperk nog komen gaat.’

De avond ervoor schaatste De Boo zo’n twintig keer een 500 meter. Het ging snel, o zo snel. Buiten starten in rit dertien. Naast hem Stolz. 9.5 openen bij de doorkomst op 100 meter. Bocht door en vervolgens jagen. Met zijn lange klappen over de kruising. Dan met zijn grote lijf opgevouwen, met immense druk op zijn benen, hangen in de binnenbocht. Steeds, alle 500 meters, kwam hij als eerste de bocht uit. En daarna, alle twintig keer, ook als eerste over de finish.

Visualiseren

Maar dit was allemaal in zijn hoofd. Zaterdagavond beweegt De Boo dat hoofd enigszins beschaamd heel even naar beneden. Droogjes glimlachend had hij ‘ja’ geantwoord, op de vraag of hij de 500 meter in zijn verbeelding had gewonnen. Daarna volgt een lach vol zelfspot en een uitroep: ‘Maar dat moet wel.’ Visualiseren zonder te winnen is geen optie. ‘Als ik me ga inbeelden dat ik verlies, kan ik net zo goed niet aan de start staan.’

Er staat een tevreden, trotse, opgeluchte man in een lange interviewruimte van een evenementenhal in Milaan, vertelt hij. Drie jaar geleden kwam De Boo de langebaanwereld in. Hij was overgestapt uit het shorttrack en wilde een poging wagen in die andere schaatsdiscipline waarvoor hij volgens een aantal intimi geschikter was. Gerard van Velde, van team Reggeborgh, nam de gok.

De Boo veroverde vervolgens in rap tempo de schaatswereld. Met zijn openheid, met zijn verstrooidheid die tal van anekdotes oplevert – eerder deze week vertelde Kjeld Nuis lachend hoe De Boo zijn schaatsen kwijt was op de dag van de 1.000 meter – maar ook met indrukwekkende schaatsprestaties. In zijn eerste langebaanseizoen schaatste De Boo al naar meerdere nationale en internationale titels. Afgelopen maart werd hij wereldkampioen op de 500 meter, maar hij wist ook dat Stolz door ziekte niet in zijn beste vorm verkeerde.

Ander niveau dan de rest

De Boo kwam drie jaar geleden iets later op dan Stolz, op dat moment een Amerikaanse tiener die tegen alle schaatswetten in plots wist te domineren op drie afstanden, de 500, 1.000 en 1.500 meter, tegelijkertijd. Nu, een paar seizoenen verder, zijn de twee van een ander niveau dan de rest van het veld. Op de 1.000 meter staken ze er al bovenuit, zaterdag op de 500 meter wederom.

Stolz schaatste in Milaan een laaglandrecord met 33,77. De Boo reed in zijn kielzog naar 33,88. Het brons ging naar Laurent Dubreuil in 34,26. ‘Het geeft wel een lekker gevoel dat ik er samen met hem bovenuitsteek’, zegt De Boo. Tegelijkertijd vindt hij, na weer een spectaculaire strijd als verliezer af te hebben geleverd: ‘Leuk voor het publiek, groot vermaak, maar voor mij is het redelijk frustrerend. Deze battle heb ik iets te vaak verloren. Die wil ik wel een keertje winnen.’ Het tijdperk-De Boo kan er heus komen, denkt de schaatser. Hij is nog lang niet klaar. ‘Het zit ’m er ook in dat ik nog maar drie jaar langebaan schaats. Ik geef mezelf genoeg tijd.’

En zo stapt hij zaterdagavond van kleine teleurstelling – waar hij alsnog opgewekt over vertelt – naar positivisme. Vol trots vertelt hij over zijn binnenbocht, die in het echt precies ging zoals hij een avond eerder twintig keer visualiseerde. ‘Dat was echt een fenomenale binnenbocht. Daar ben ik heel blij mee. Die ging nog nooit zo goed.’

Niet gehaast

Maar direct na die bocht wist hij dat hij die dag niet zou gaan winnen. Zijn coach Van Velde had vooraf gezegd: als je van Stolz wil winnen, moet je vóór hem de bocht uitkomen. Hij wist: degene die uit de buitenbocht komt, is sneller. Het is makkelijker om snelheid te maken in een minder krappe bocht. Dus toen ze op gelijke hoogte aan hun rechte eind begonnen, wist De Boo genoeg.

Ook hierop was hij voorbereid. Samen met Van Velde had hij een plan gemaakt: rust bewaren, efficiënte, zijwaartse slagen blijven maken. Niet gehaast naar de finish rijden. ‘Dat lukte, ik deed het niet, maar hij had gewoon te veel snelheid.’

Hoe Stolz het allemaal doet, zonder ploeggenoten van hetzelfde niveau, of iets wat daarin in de buurt komt? Hoe hij toch zo weet te domineren op meerdere afstanden? De Boo weet het niet. ‘Ik vind het reteknap. Het is gewoon een fenomeen, zo simpel is het. Een schaatsfenomeen.’ Maar wat is hij zelf dan, de zilveren achtervolger, die zo dicht in de buurt komt? ‘Ik doe gewoon mijn stinkende best.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next