Home

‘Ik heb geen spijt van mijn kind, zij is geweldig. Wel heb ik spijt van wie haar vader is’

Sarah is 17 als ze de toekomstige vader van haar kind ontmoet. Hij is aantrekkelijk, maar er zijn ook signalen dat hij misschien niet de beste man voor haar is. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.

Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.

Sarah (33, publiciteitsmedewerker uitgeverij): ‘We ontmoetten elkaar in een kroeg toen ik 17 was en hij 24. Het klikte meteen. Kort daarna ging ik studeren in een stad aan de andere kant van het land, waardoor onze relatie de eerste jaren een langeafstandsrelatie werd. Ik keerde elk weekend terug naar de stad waar hij woonde en werkte; hij kwam zelden of nooit naar mij toe, wat ik niet erg flexibel van hem vond. Toen ik bijna mijn bachelor had afgerond, verhuisde hij naar Amsterdam en ben ik bij hem ingetrokken. We hadden gelukkige en zorgeloze jaren, maar er waren tegelijkertijd wel signalen waardoor ik me had kunnen afvragen of hij de beste man voor mij was.

‘Aan de ene kant was hij ondernemend; hij maakte muziek, speelde in bandjes, hockeyde, tenniste en regelde thuis alles. Dat vond ik heel aantrekkelijk. Maar hij had ook een andere kant, het glas was bij hem altijd half leeg. Hij vond mij vaak te uitgesproken. Deed uitspraken als: ‘Als jij lid wordt van een studentenvereniging, dan ga ik bij je weg.’ Of: ‘Als je je haar afknipt, vind ik je niet meer aantrekkelijk.’ Hij was niet de meest optimistische persoon ter wereld, zag vaak beren op de weg. Hield niet van uiteten gaan omdat hij bang was voor een voedselvergiftiging. Hij is heel intelligent, maar kijkt door een smalle koker naar de wereld.

‘Hij wilde graag kinderen, dat stak hij niet onder stoelen of banken. Omdat ik zeven jaar jonger ben, had ik geen haast. Maar toen we een huis met een tuin hadden gekocht, leek het een logische stap. We waren immers ook al negen jaar samen en hadden allebei een vast contract. Nadat ik met de pil was gestopt, werd ik vrij snel zwanger. Ik herinner me nog precies het moment dat ik me realiseerde dat ik overtijd was. Ik schilderde de huiskamer terwijl de televisie aanstond met de Olympische Spelen en ik probeerde zijdelings het schaatsen te volgen. Nadat ik de zwangerschapstest had gedaan, liep ik opgewonden de badkamer uit. Zijn reactie: ‘Oké. Dat is het dan.’ Er viel een soort gelatenheid over hem heen. Op dat moment besefte ik met een schok: wij gaan het niet redden.

Eenzame wandelingen

‘Toen ik 32 weken zwanger was, zagen we op de echo dat het kindje niet goed genoeg groeide. Mijn vriend stortte volledig in. Het bleek al snel dat er niets ernstigs aan de hand was, maar ik moest om de dag naar het ziekenhuis om een hartfilmpje van de baby te laten maken. Hij ging nooit mee, omdat hij moest werken. Hoewel ik dat snapte, waren het eenzame wandelingen naar het ziekenhuis. Onze dochter werd met 36 weken via een spoedkeizersnede geboren, ze woog iets meer dan 2 kilo. Omdat ze zo klein was, moest ze worden bijgevoed en moest ik na elke voeding kolven, een ritueel dat anderhalf uur duurde. Mijn vriend liet de baby helemaal aan mij over. Vaak zat ik ’s nachts huilend in mijn eentje op de bank.

‘Hij was niet onaardig, maar hij was er gewoon niet. Als hij thuiskwam uit zijn werk, liep hij naar de box om onze dochter een aai over haar bol te geven, daarna liep hij meteen door. Hij vond het moeilijk om zich te hechten aan haar, de stap naar de overgave kwam niet. We konden er niet over praten. Hij vond zichzelf zielig, want ik was thuis en hij moest werken. Ik kon lekker chillen met de baby, was zijn beeld. Hij vond het lastig dat het hele ritme op de schop ging. Dat een baby een autonoom mensje is dat zelf bepaalt wanneer ze lacht en wanneer ze keihard gaat huilen. Hij had het beeld dat je de hele dag leuk kunt knuffelen en op het moment dat je gitaar wil gaan spelen, de baby weg kunt leggen. Het leven dat een kind met zich meebrengt had hij absoluut onderschat.

‘Toen onze dochter een half jaar was, liep hij steeds meer vast. Ons contact werd stroever en op een gegeven moment drong ik helemaal niet meer tot hem door. Hij ging nog wel naar zijn werk, maar thuis kwam hij nauwelijks zijn bed uit. Het leek alsof hij altijd in de mist liep, alsof hij niets meer zag. Uiteindelijk heb ik de huisarts gebeld om een afspraak te maken. Mijn vriend werd meteen doorverwezen naar een psycholoog. Tijdens de therapie werd hij gediagnostiseerd met een chronische depressie. Drie jaar heb ik het volgehouden om met hem te leven, maar toen ging het niet meer. Ik voelde me schuldig omdat ik iemand verliet die ziek is, maar het moest om mezelf en onze dochter te beschermen.

Een ongelijkwaardige relatie

‘Ik heb heel veel spijt dat ik niet eerder bij hem ben weggegaan. Ik vind het ontzettend stom van mezelf dat ik het niet eerder heb gezien. Toen hij al die jaren niet bereid was om in het weekend naar mijn studentenstad te komen, had ik moeten beseffen dat we een ongelijkwaardige relatie hadden. Had ik maar ingezien wat zijn beperkingen waren. Er waren signalen, maar ik heb ze niet op de juiste manier geïnterpreteerd. Pas na de zwangerschapstest begon ik te twijfelen of ik de juiste keuze had gemaakt. Toen ik het me realiseerde, was het te laat. Ik heb absoluut geen spijt van mijn kind, want zij is geweldig en ze maakt me elke dag gelukkig. Wel heb ik spijt van wie haar vader is. Ik verwijt mezelf dat ik niet op tijd heb gezien dat hij niet de man was om een gezin mee te stichten.

‘Ik heb vooral heel veel spijt dat mijn dochter moet opgroeien in een gebroken gezin. Als ik het met iemand anders had gedaan, had ze broertjes of zusjes kunnen hebben. En twee ouders die van elkaar houden. Voor mijn dochter ben ik erop gebrand om een goede relatie met haar vader te onderhouden. Elke zondag eten we met elkaar, elke dag app ik hem hoe het met haar gaat. Op woensdagavond slaapt ze bij hem en om het weekend is ze ook bij hem. Maar het spijt me zo dat ze niet het gezin heeft gekregen dat ik voor haar had gehoopt. En waar ik zelf op had gehoopt. Ik kom uit een harmonieus gezin en heb een heel goede band met mijn broer en mijn zussen. Dat heeft zij niet, die relaties zal zij nooit hebben.

‘Inmiddels heb ik een nieuwe vriend met wie ik gelukkig ben. We hebben het rustig opgebouwd, ik heb hem pas na een jaar aan mijn dochter voorgesteld. En ik heb meteen tegen hem gezegd dat ik geen nieuw gezin wil. Ik had zelf nog erg graag een baby willen krijgen, maar voor mijn dochter kies ik ervoor om dat niet te doen. Zij zou dan steeds naar haar vader moeten, terwijl dat nieuwe kindje wel bij papa en mama in huis opgroeit. Dat lijkt me voor mijn dochter niet goed. Dan maar geen broertje of zusje, dan maar wij tweetjes. Als ze op haar 17de denkt dat ze de ware liefde is tegengekomen, zal ik haar op het hart drukken dat als je zo jong bent, je nog veel moet ontdekken over jezelf. Je hebt nog onvoldoende eigenwaarde om de juiste beslissingen te nemen. Ik kwam er te laat achter, waardoor ik de rest van mijn leven spijt heb dat ik niet mijn gedroomde gezin heb gekregen.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Sarah gefingeerd. Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next