De Europese Unie heeft groei nodig om haar defensie te versterken, te investeren in technologie, de vergrijzing op te vangen en haar sociaal model overeind te houden. Daarvoor moet het bedrijfsleven gesteund worden.
De Europese economie is een zorgenkindje dat in groei en innovatie achteropraakt bij China en de Verenigde Staten. Donderdag beloofden de Europese regeringsleiders op het Belgische kasteel Alden Biesen dat zij de groei zullen stimuleren door regels af te schaffen, de interne markt te voltooien en cruciale economische sectoren te beschermen.
‘Een kantelpunt’, zei EU-president António Costa. Dat staat nog te bezien. Op abstract niveau zijn de leiders het snel met elkaar eens, bijvoorbeeld over de noodzaak de interne markt te voltooien. Het Internationaal Monetair Fonds heeft becijferd dat alle onderlinge barrières tussen de lidstaten neerkomen op een importheffing van 45 procent voor producten en 110 procent voor diensten.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Maar zodra er concrete maatregelen op tafel komen, beginnen de leiders te sputteren. De Duitse bondskanselier Friedrich Merz is voorstander van één Europese kapitaalmarkt, maar niet ten koste van de regionale Duitse Sparkassen. Uniforme regelgeving voor heel Europa klinkt aantrekkelijk, maar betekent ook dat sommige lidstaten hun ontslagregels moeten versoepelen of de bescherming van bepaalde beroepen moeten afschaffen.
Politiek is dat lastig. De macro-economie vraagt om Europese integratie, maar door veel lidstaten waait een nationalistische wind die zich daartegen verzet. Toch is de voltooiing van de interne markt noodzakelijk, omdat Europa groei nodig heeft om zijn defensie te versterken, te investeren in technologie, de vergrijzing op te vangen en zijn sociaal model overeind te houden.
Niet minder uitdagend is de buiten-Europese omgeving. In economisch opzicht is vooral de verhouding tot China problematisch. Het land dreigt complete Europese industrieën weg te vagen door zijn enorme productieoverschotten naar Europa te exporteren, deels met staatssteun. Als hier bedrijfstakken worden gedecimeerd, verdwijnen niet alleen banen, maar wordt ook het vermogen tot groei en innovatie aangetast. De afhankelijkheid van China zal nog verder toenemen.
De bescherming van de Europese industrie heeft evidente nadelen. China kan terugslaan, bijvoorbeeld door zijn bijna-monopolie op cruciale grondstoffen te gebruiken. Beschermde bedrijven zijn vaak minder geneigd tot innovatie. Bovendien worden producten duurder, terwijl het electoraat toch al mort over zijn koopkracht. In hoeverre zijn Europeanen bereid te betalen voor de strategische autonomie van hun continent?
Toch moet er iets gebeuren om de Europese industrie overeind te houden. Ook hier verschilden de leiders van mening, maar uiteindelijk besloten zij tot een ‘Europese voorkeur’, waardoor Europese bedrijven mogen worden voorgetrokken bij openbare aanbestedingen in cruciale sectoren als defensie, AI en cleantech. Het is een voorzichtige stap, maar omdat China en de VS hun eigen bedrijfsleven steunen, kan Europa niet achterblijven.
De Europese economie is gebouwd op mondiale vrijhandel, maar wordt verstoord door de toenemende vijandigheid van de VS en China, die niet aarzelen om hun economische en geopolitieke macht tegen Europa in te zetten. De Europese leiders moeten Europa hiertegen verdedigen, navigerend tussen een vijandige buitenwereld en nationaal sentiment in de lidstaten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant