Home

De liedjes van Jules de Corte waren spiegeltjes van de verzuilde tijd waarin hij leefde

Zanger en pianist Jules de Corte overleed dertig jaar geleden. Hij maakte in een carrière die vijf decennia omspande duizenden liedjes, waaronder de hit ‘Ik zou wel eens willen weten’. Een podcast duikt in zijn bijzondere wereld.

Jules de Corte achter zijn piano. Hij werd op éénjarige leeftijd blind.

„Laat ik beginnen met ieder die hiernaar luistert van harte een goeiedag toe te wensen, gevolgd door vele andere goeie dagen, maar dat kan ik allemaal niet opnoemen want dat houdt zoveel op. En vervolgens stel ik me graag even aan u voor, mijn naam is Jules de Corte, ik ben geboren op 29 maart 1924, en voor de goede orde, dat was een zaterdag, het is maar dat we het weten.”

De Corte spreekt, in zijn kenmerkende, weloverwogen stijl, dertig jaar na overlijden, tot ons in een hem gewijde aflevering van de podcast De Rob Touber Sound. Hij heeft een mooie, rustige, goedmoedige, beminnelijke, verstandige stem. Een stem die altijd licht glimlacht, een stem waaronder altijd lichte spot ligt.

„Ik zou wel eens willen weten, waarom zijn de bergen zo hoogMisschien om de sneeuw te vergarenEn het dal voor de kou te bewarenOf misschien als een veilige stut voor de hemelboogDaarom zijn de bergen zo hoog”

Dat zong die stem, in 1957. ‘Ik zou wel eens willen weten’ was destijds een hit. Hij zong veel meer en maakte in een carrière die vijf decennia omspande duizenden liedjes.

Op eenjarige leeftijd werd hij als gevolg van complicaties bij een middenoorontsteking blind. Hij bracht zijn jeugd door in het katholieke blindeninstituut de Wijnberg in Grave, door hemzelf omschreven als „een kille, katholieke gevangenis.” Hij kreeg er wel uitstekend onderwijs en bleek zeer muzikaal te zijn, zijn piano- en orgelspel viel op.

De nummers van De Corte zijn stuk voor stuk spiegeltjes van de verzuilde tijd waarin hij leefde. In dezelfde tijd leefde ook Rob Touber, een maniakaal wonderkind dat jong stierf. Hij was platenproducent en televisieregisseur en leefde op cocaïne, pillen en andere pepmiddelen. Op zijn 37ste, in 1975, stierf hij terwijl hij aan zijn mengtafel zat tijdens het opnemen van een televisieshow. In nog geen tien jaar had Touber een immens oeuvre neergezet. Maar van dat oeuvre was vrijwel niets bewaard gebleven. Aan archiveren deed met destijds weinig bij de televisie, beeldbanden werden na de uitzending gewist. Podcastmakers en archiefjagers Frank Jochemsen en Jim Immig raakten gefascineerd door de geheimzinnige Touber, temeer daar hij had gewerkt met artiesten waarvan ze zelf al jaren vol waren, waaronder Jules de Corte.

Door unieke onderzoeksmethoden en een reeks van toevalligheden is het ze gelukt om vrijwel het complete oeuvre van Touber in audio naar boven te halen. Het bestaat uit meer dan vijfhonderd luisterliedjes die allemaal een eigen signatuur hebben, de ‘Rob Touber Sound’. Met ieder lied open je een deur naar vervlogen tijden.

Cassettebandje

Zo openden Jochemsen en Immig de afgelopen drie seizoenen deuren naar tot voor kort nooit gehoord repertoire van Gerard Cox, Jenny Arean en Willem Nijholt. Nu stappen we de wereld van Jules de Corte binnen. Het is alsof we naast hem zitten, terwijl hij op een cassettebandje een nieuw lied inspeelt dat hij voor een show van Touber heeft geschreven. De Corte: „Ik moet nog wel even vragen of ik dat bandje terugkrijg, dan kan ik daar weer wat anders op zetten hè?” Gelukkig stuurde Touber het niet altijd terug, vandaar dat we het nu nog kunnen horen.

Op het bandje stond de demo van het lied ‘Marx groet ’s morgens de dingen’, dat De Corte later samen met Gerard Cox in een door Touber geregisseerde televisieshow zong. Het lied is een felle aanklacht tegen al het negatiefs dat ons dagelijks via radio, tv en kranten tegemoet walmt. Jaja, in 1970 al.

De Corte was in dienst bij de KRO, dat betekende dat het, in zijn woorden, „maar beter was dat ik bepaalde liedjes niet zelf zou zingen.” Dat deden dan artiesten als Adele Bloemendaal. Van haar is het De Corte-lied ‘Het Bruidspaar’ te horen, over een stel van verschillend geloof dat trouwt en vervolgens door beide families totaal genegeerd wordt. „Die zaten zondag vroom en zedig in hun kerken, om God te danken voor hun spijkerhard geloof.”

De Corte was ook schrijver van ‘Romeo en Julio’, één van de eerste liederen waarin het taboe op homoseksualiteit aan de kaak gesteld werd en de maatschappelijke isolatie die daarvan het gevolg was en soms nog steeds is. Dat lied kon hij zelf uiteraard ook niet zingen, dan zou zijn dienstverband bij de katholieke omroep op het spel staan, maar hij deed het wel, op zo’n nooit teruggestuurd bandje.

Bio Jules de Corte

Jules de Corte (Deurne, 29 maart 1924) werd geboren als zesde kind in een gezin van twaalf.

In 1946 was hij voor het eerst te horen op de radio bij de KRO. Daar kwam hij in 1955 in vaste dienst. In de 35 jaar die volgenden schreef, zong en speelde hij meerdere radioliedjes per week, waarin thema’s als het menselijk tekort en het roofkapitalisme vaak voorkomen. Daarnaast schreef hij ook veel tekstbijdragen voor andere omroepen.

Hij ontving voor zijn oeuvre veel prijzen, waaronder een Gouden Harp, een Edison, De Visser-Neerlandiaprijs en een Gouden Plaat. De Corte was twee keer gehuwd en had 6 kinderen. Hij overleed op 16 februari 1996 in Eindhoven.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next