is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
‘Liquiditeit is een lafaard, die verdwijnt bij het eerste zuchtje tegenwind’, zei belegger Barton Biggs.
Liquiditeit is voor beleggers de heilige graal. Het zegt hoe snel financiële producten gekocht of verkocht kunnen worden zonder dat de prijs door de order omhoog- of omlaagschiet. Voor sommige producten zoals aandelen Shell of Duitse staatsobligaties (Bunds) is er altijd veel vraag en aanbod. Het kopen of verkopen van tienduizend aandelen Shell wordt door de markt probleemloos geabsorbeerd zonder dat het te merken is aan de koers. Maar bij een fonds waar maar honderdduizend aandelen van uitstaan, zal bij een dergelijke order de koers omhoog- of omlaagschieten.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
En zo is het ook op de markt voor edelmetalen. Goud is liquide. Zilver veel minder. De handel op de zilvermarkt is tien tot vijftien keer zo klein. Daarom schommelt de zilverprijs veel heftiger. En dat is de afgelopen tijd gebleken. Nadat de waarde van zilver was geëxplodeerd van 30 naar 120 dollar voor een ounce (31,1 gram), kelderde die binnen één dag tot 60 dollar, om vervolgens te herstellen naar 83 dollar.
Een enkele speculant met diepe zakken kan de zilvermarkt naar zijn hand zetten. In februari 1998 kocht Warren Buffet in korte tijd 130 miljoen ounce zilver, 25 procent van de wereldvoorraad. Toen beleggers daarvan hoorden, sprongen ze massaal op de rijdende trein. In korte tijd verdubbelde de prijs.
Geruchtmakender was de poging van de drie zonen van de Amerikaanse olietycoon H.L. Hunt (naar verluidt de man waarop het personage van J.R. Ewing uit de soap Dallas werd gebaseerd), die in 1980 een poging deden bijna de hele wereldvoorraad zilver op te kopen met termijncontracten.
In korte tijd steeg de zilverprijs van 8 naar 50 dollar. Toen de markt zich tegen de broers keerde en ze niet aan hun bijstortingsverplichtingen konden voldoen, stortte op 29 mei 1980 - zilveren donderdag - de prijs in. In 1985 werden de broers Bunker, William Herbert en Lamar Hunt veroordeeld vanwege marktmanipulatie.
Behalve met een stijging van de zilverprijs zoals Hunt-broers probeerden te bewerkstelligen - en de opgekochte voorraad dan weer stiekem met winst verkopen - is de zilvermarkt naar beneden gemanipuleerd met short-transacties, het verkopen van zilver op termijn. Handelaren van Deutsche Bank en UBS werden in 2016 veroordeeld vanwege manipulatie. Ze hadden in documenten de zogenoemde ‘11-uurregel’ vastgelegd, waarbij onderling was afgesproken om precies elf uur ’s ochtend zilver ‘te shorten’. Het plan hield in dat hun transacties synchroon werden uitgevoerd met een aftelling. Zoals een UBS-handelaar schreef: ‘Bij 53, ga dan vol gas.’
Er werden daarbij ook neporders voor zilver in de markt gezet die op het laatste moment werden geannuleerd, het zogenoemde spoofing, waarbij andere beleggers op het verkeerde been worden gezet.
Manipulatie is dit keer niet aangetoond. Wel is duidelijk dat handelaren met opties en termijncontracten de zilverprijs hebben opgedreven. En toen de markt zich tegen hen keerde, dumpten ze hun contacten stoploss (zonder beperking) op de illiquide markt.
Dat was misschien laf, maar niet strafbaar.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns