Home

‘Vakkenvullers’-regisseur Michael Middelkoop: ‘Mijn idee van eten is Aldi-merken: Prima Brood en River Cola’

Wat zijn dit voor vragen? Negen dilemma’s voor regisseur Michael Middelkoop (39), die op zijn 14de een belangrijke levensles leerde in de supermarkt. Met zijn speelfilm Vakkenvullers XL, gebaseerd op zijn eigen webserie, keert hij ernaar terug.

is filmrecensent en schrijft een column over hedendaagse beeldcultuur.

Vakkenvullers of Vakkenvullers XL?

‘Voor mijn webserie Vakkenvullers heb ik de meeste liefde, omdat dat de oerknal was. Het was de eerste keer dat ik de kans kreeg fictie te maken, in opdracht van een omroep. En: in alle vrijheid. Het was voor YouTube, er was amper geld, ik mocht doen wat ik wilde. Omdat ik het zo authentiek mogelijk wilde houden, castte ik jonge acteurs die wel veel op de door mij bedachte personages leken, maar ik liet ze in hun eigen woorden praten. De regel op de set was: je mag altijd met een béter idee komen.

‘Toen de kans kwam om een speelfilm te maken, zag ik het als mooie reünie. Bovendien kon ik weer iets anders zeggen over de tijdsgeest. Jongeren willen tegenwoordig liever flitsberzorger worden dan vakkenvuller. Dat snap ik wel: wie wil er nou voor weinig geld in de supermarkt werken, waar je genegeerd wordt tot de sojamelk op is, terwijl je telefoon ‘koop crypto!’ schreeuwt?

‘De hoofdpersoon van Vakkenvullers XL is een jongen die een fout maakte op weg naar het snelle geld. En nu tussen de schappen moet leren dat eerlijk het langst duurt. En dat zo’n baantje ook vriendschap biedt, en veiligheid.’

Zuivel of houdbaar?

‘Houdbaar natuurlijk! We wilden onze XL-film laten afspelen in een XL-supermarkt, zoals je die in Frankrijk ziet. Daar zijn de verschillende afdelingen bijna een soort eilandjes. Ik vond het een mooie manier om de eilandjescultuur die je als jongere kunt voelen en die je vaak in highschoolfilms ziet, uit te vergroten. Dus de zuivelafdeling wordt gerund door witte extreemrechtse jongeren op loafers die willen dat hun afdeling puur zuivel blijft, in alle opzichten van het woord.

‘Het is een typische, gelaagde vakkenvullersgrap. Een manier om een probleem in Nederland, waar ik echt van wakker kan liggen, op een speelse manier in dat supermarktuniversum brengen.

‘Natuurlijk wint in mijn wereld de groep ‘houdbaar’, waar kleur vanzelfsprekend is en iedereen met elkaar omgaat. Ik groeide op in Rotterdam – als ik naar mijn klassenfoto’s kijk zie ik een regenboog aan figuren. Diversiteit is daardoor voor mij evident.’

Albert Heijn of Aldi?

‘Aldi! Daar ben ik mee opgegroeid. Mijn moeder was alleen met drie jongens, dus we moesten al snel meedraaien en met zo’n omakarretje naar de supermarkt. Ze had dan alle aanbiedingen bestudeerd en dan kreeg je een enorme boodschappenlijst mee. Eindeloos zoeken tussen de pallets, het is een oerherinnering. Mijn idee van eten bestaat ook uit Aldi-merken: ‘Prima Brood’, ‘River Cola’. Het fijne was dat als je aan de beurt was voor boodschappen, je van het overgebleven geld iets voor jezelf mocht kopen. Dus soms moest ik drie pakken melk halen en loog ik dat er nog maar twee waren.

‘Mensen die goed verdienen gaan naar de Albert Heijn, dat was onze perceptie. Dat was nooit een punt – bij ons in het wijkje ging iedereen naar de Aldi. Ik ging me er pas voor generen toen ik naar de middelbare school ging. Ik wilde naar het Grafisch Lyceum, een vmbo-school, maar omdat ik vwo-advies had moest ik van mijn vader naar een tweetalige middelbare school. Eerste schooldag: samen met een geadopteerd meisje was ik opeens de enige van kleur.

‘En de verhalen die ik hoorde! De een was op safari geweest in de vakantie, de ander had in Frankrijk een huisje. Nou, ik was de hele zomer in Crooswijk gebleven en ging twee keer naar een pretpark via een soort stadspas. Het besef sloeg in als bom: er zijn kinderen van mijn leeftijd die al zoveel hebben meegemaakt. Dat verschil raakte me enorm, ik heb me daardoor echt lang geschaamd.’

Vakkenvullen of krantenwijk?

‘Zeker vakkenvullen. Het was ook míjn eerste bijbaan, op mijn 14de. Ik had gehoord dat je ’s avonds na sluit je eigen muziek mocht draaien, en dat leek me heel vet. De winkel voor jezelf. Al het eten pakken wat je wil. Dat laatste klopte niet, daar kwam ik vrij snel achter – het werd allemaal genoteerd en afgetrokken van je loon. Maar er mocht wel iemand zijn telefoon aan de boxen verbinden, en het was altijd een gevecht wie er aan de beurt was. Toen ik eindelijk de kans kreeg, heb ik het eerste album van Kanye West opgezet, dat was toen heel nieuw. Nou, dat vond iedereen... intens kut. Behalve dan een oude gast die naar me toe kwam. ‘Lauw man’, zei hij. Ik denk nu dat hij 17 was, maar in mijn hoofd was dat supervolwassen.

‘Een community, dat was het. Als je alleen op je fiets dingen bezorgt, blijf je de hele dag in je eigen wereld. De supermarkt, of een andere winkel, is een plek waar je andere mensen ontmoet dan op school, aan wie je je ook weer kunt spiegelen. En je hebt een verantwoordelijkheid, tenminste, zo voelde ik dat. Als je je werk niet doet, ontstaat er meteen een zichtbaar probleem. Lege schappen. En je wéét dat je daar een ochtendploeg weer mee opzadelt. Dus als ik dan om half tien ’s avonds naar huis ging, was ik er trots op dat ik de winkel fris achterliet. Het gaf me een voldaan gevoel.’

Hamsteren of genoeg?

‘Als maker ben ik gulzig, maar verder probeer ik erg te leven volgens het principe van genoeg. Bij die jaarlijkse kortingsfestivals zoals Black Friday wordt er aan de achterkant enorm veel verdiend, terwijl de mensen op de vloer het werk opknappen en klanten zich in de schulden steken, of spullen kopen die ze helemaal niet nodig hebben.

‘In Vakkenvullers noemen we het trouwens geen ‘hamsterweken’ maar ‘beverdagen’, omdat de mascotte van onze supermarkt een bever is. ‘Lekker beveren.’ Die grote uitverkoopscène is de grootste in de film, met de hele cast, zestig figuranten en ook nog stuntmensen. We hebben in een echte supermarkt gedraaid, maar die is dagelijks open tot negen uur. We konden dus alleen ’s nachts draaien. Stond ik daar, op een felverlichte set, terwijl al die figuranten door die schappen aan het razen waren, vechtende stuntmensen. Op mijn horloge zag ik dat het half vier ’s nachts was. Surrealistisch.’

Boodschap of ‘boodschappen doe je maar in de supermarkt’ (aldus Dick Maas)?

‘Ik voel veel liefde voor Dick Maas, maar: boodschap. Ik ben me heel bewust van wat ik wil vertellen, én ik wil mensen in de bioscoopstoelen krijgen. Ik vind het leuk om daar over na te denken. Bij Vakkenvullers XL hoop ik dat jongeren lol trappen bij een film die hun taal spreekt, maar dat ze daarna wel na gaan denken over bijvoorbeeld de toenemende automatisering, AI en het verdwijnen van banen.’

Clerks (1994) of Dawn of the Dead (1978)?

‘Die twee films vormen zo’n beetje de twee helften van mijn brein; ik ben dol op komedie én op genrefilms. Clerks, een komedie over twee winkelmedewerkers, draait vooral om rondhangen en praten. Nadat ik vooral traditionele avonturenfilms met een plot had gezien, voelde Clerks als een vrijbrief: je mag de filmregels breken, vriend. We hebben er ook naar gekeken voor Vakkenvullers - van kijkers hoorden we vaak dat ze die hang- en praatmomenten het leukst vonden.

‘Maar ik kies Dawn of the Dead, een zombiefilm die zich grotendeels afspeelt in een shopping mall, en daardoor gaat over hyperkapitalisme en hoe dat ons tot een soort hersendoden maakt. Nu kan ik dat allemaal analyseren; toen zag ik een vette film en voelde ik alleen dat er iets onder zat, een soort ongemak. Het is een van de ultieme Trojaanse paarden van de filmgeschiedenis.’

Leren door te zien of leren door te doen?

‘Ik ben een autodidact van de internetgeneratie. Ik begon met het maken van online videoclips. Een bedrijf had die gezien en vroeg of ik dan ook wat voor hen kon maken. Dat wilde ik wel. Of ik zelf professionele apparatuur had? ‘Ja hoor’, zei ik, ‘maar mag ik wel vast de rekening sturen?’ Van dat geld heb ik snel een camera gekocht en vervolgens online opgezocht hoe zo’n ding werkt. Een editor wilde ik niet betalen; ik leerde liever zelf monteren via YouTube.

‘Dus leren door te doen. Maar verder komen door te zien. Want ik vind het ook irritant als mensen zeggen dat iedereen zijn telefoon kan pakken en iets kan maken. Filmmaken is meer. Je moet iets te zeggen hebben. En dat kan alleen als je veel hebt gekeken. Naar films van anderen, naar de wereld om je heen en naar jezelf.’

500.000 bezoekers of lovende recensies?

‘Iedere keer als ik naar mijn Gouden Kalf kijk, vind ik dat surreeël. Ik ben heel trots op Dit is geen kerstfilm. Maar wat mensen onthouden, is zoiets als het zinnetje ‘O buurman, wat doet u nu?’ uit Flodder. Een groot deel van Nederland kan dat citeren.

‘Als ik met acteur Oscar Aerts over straat loop, komen er soms kinderen naar ons toe die Ruut quoten, de supermarktmanager die hij speelt in Vakkenvullers. Het is natuurlijk níets vergeleken bij Flodder, maar ik vind dat specialer dan dat er een beeldje op je schouw staat. Iets maken dat onderdeel uitmaakt van de cultuur, dat is de ultieme droom.’

Vakkenvullers XL draait nu in de bioscoop.

Michael Middelkoop

1986 Geboren in Rotterdam

1997Valt slaapwandelend uit een raam en ligt drie maanden noodgedwongen op de bank. Ziet daardoor 120 films en besluit daarna filmmaker te worden

2005Studie film- en televisiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam

Vanaf 2006Commercials en (rap)videoclips voor diverse opdrachtgevers

2017 Netflix & Chill (kort)

2018-2022Vakkenvullers (webserie)

2019Snor (kort)

2020Cronos (tv-film)

2022Zina (serie)

2024Trauma Porn Club (kort)

2024 Dit is geen kerstfilm (Gouden Kalf voor beste film)

2025Straatcoaches vs Aliens

2026 Vakkenvullers XL

Michael Middelkoop heeft een relatie, twee zoontjes en woont in Amsterdam.

Source: Volkskrant

Previous

Next