Kunnen de twee producenten verantwoordelijk worden gehouden voor het ongeluk met de Stint in Oss, waarbij in 2018 vier kinderen om het leven kwamen? Daarover doet de rechtbank in Den Bosch vandaag uitspraak.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over sport en media.
Afgelopen december, op de eerste van zes vaak technische en soms hoog oplopende zittingsdagen, benadrukten de drie rechters van de Bossche rechtbank welke zware taak er op hun schouders rust. Ruim zeven jaar na het dodelijke ongeluk met de Stint in Oss komt deze vrijdag om 1 uur het strafproces dan eindelijk tot een einde.
De uitspraak in de Stint-zaak zal voor alle betrokkenen grote gevolgen hebben. Volgen de rechters de eis van het Openbaar Ministerie, dan gaan de twee producenten van de Stint voor vijf jaar de gevangenis in. Spreekt de rechtbank ze vrij, dan betekent dit dat het OM ondanks jaren onderzoek niet heeft kunnen aantonen dat de producenten het ongeluk kan worden verweten.
De zaak is in de Nederlandse rechtspraak hoogstwaarschijnlijk uniek. Door de dood van vier jonge kinderen tegelijk. En doordat justitie de fabrikanten van het betrokken voertuig hiervoor verantwoordelijk houdt, zonder dat ooit is vastgesteld dat er iets aan het voertuig mankeerde.
Het maakt de verwachtingen over de uitspraak hooggespannen. De nabestaanden hopen dat hun vragen worden beantwoord en ‘dat er een oordeel komt over goed of fout’, zei de rechtbankvoorzitter op de eerste zittingsdag in december al.
De grote vraag is of de rechters dit zo zwart-wit hebben kunnen vaststellen. Was de Stint een gebrekkig product, zwegen de producenten daarover, en heeft dit de dood van vier jonge kinderen tot gevolg gehad? Dat is de kern van de zaak.
Niet op alle vragen zal een antwoord komen. Wat zeker is: op de ochtend van 20 september 2018 reed een Stint van een plaatselijk kinderopvangbedrijf, met daarin vijf jonge kinderen, door de overwegbomen bij station Oss-West en belandde op de spoorwegovergang. Daar werd de Stint aangereden door een trein. Vier kinderen kwamen om, een ander kind en de bestuurster raakten zwaargewond.
Maar waarom de elektrische bolderkar precies op het spoor terechtkwam, is nooit duidelijk geworden. Het Openbaar Ministerie gelooft het relaas van de bestuurster, die verklaarde dat de Stint ‘niet remde’ en dat het voertuig ‘onbestuurbaar’ zou zijn geworden. Getuigen zouden haar dit hebben horen roepen.
Medio 2020 besloot het OM de vrouw daarom niet te vervolgen. ‘Ze heeft gestreden voor de kinderen, een strijd die ze niet heeft kunnen winnen’, herhaalden de officieren van justitie tijdens het strafproces. De vrouw is volgens het OM, net als de kinderen, het slachtoffer geworden van de fabrikanten. Zij zouden een ‘schadelijk product’ op de markt hebben gebracht en gezwegen hebben over de kwetsbaarheden in hun voertuig.
De producenten, Edwin Renzen en Peter Noorlander, wezen er in de rechtszaal op dat de Stint in Oss technisch in orde was en dat in de vele onderzoeken nadien geen mankementen of storingen naar voren zijn gekomen. Dat de Stint nergens op zou hebben gereageerd is dan ook een ‘aanname’ van het Openbaar Ministerie, zei advocaat Geert-Jan Knoops tijdens een vurig pleidooi waarin hij lijnrecht inging tegen de beschuldigingen van het OM.
Volgens de verdediging is er, hoe wrang ook, maar één verklaring mogelijk: het noodlottige ongeval moet wel zijn veroorzaakt door een fout van de bestuurster. Een bureau gespecialiseerd in ongevallenanalyse, ingehuurd door de verdachten, stelde dat de rechtbank daarom drie scenario’s zou moeten laten meewegen: twee waarbij er te laat is geremd, en een nog niet eerder onderzocht scenario waarin de Stint onbedoeld versnelde. Daarin zou de bestuurster bij het naderen van de spoorwegovergang van de Stint zijn afgestapt, waardoor ze juist gas zou hebben gegeven in plaats van te remmen.
Justitie veegt die scenario’s van tafel, net als ongeveer al het andere dat de producenten inbrachten. Het OM zette Renzen en Noorlander neer als leugenaars met opvallende gaten in hun geheugen, die het niet zo nauw met de regels namen en nooit de moeite hebben genomen om de nabestaanden te condoleren (volgens de verdachten had de politie ze dit kort na het ongeval juist afgeraden). ‘De verdachten zijn notoir onbetrouwbaar gebleken’, aldus de officieren.
De advocaten van Renzen en Noorlander op hun beurt beschuldigen het OM van ‘tunnelvisie’, door na het ongeluk een onderzoek te beginnen vanuit de theorie dat het wel aan de Stint moet hebben gelegen. ‘Daaromheen heeft men het bewijs geprobeerd te creëren’, zei raadsvrouw Carry Knoops-Hamburger. Het OM telt volgens de advocaten kleinere incidenten en meldingen bij elkaar op, om de Stint te kunnen afschilderen als een tikkende tijdbom die wel een keer móést verongelukken.
Frappant blijft het verschil in meldingen van gebruikers (vooral kinderdagverblijven) als er iets mankeerde aan de Stint. Volgens het OM gebeurde dat ‘vele honderden keren’, volgens de fabrikanten werden in zeven jaar tijd 44 incidentmeldingen gedaan.
Het is tekenend voor de tegenstellingen in het proces en de kijk die het OM en de producenten op de Stint hebben. De kinderopvangbranche is het vervoermiddel in elk geval altijd blijven gebruiken: door heel Nederland worden in drieduizend gekleurde bolderkarren dagelijks kinderen vervoerd. Noemenswaardige incidenten zijn er, voor en na het ongeluk in Oss, nooit geweest.
Uit alle deskundigenverklaringen, rapporten, verwijten, diametrale tegenstellingen en technische verhandelingen die voor de leek soms nauwelijks te volgen waren, moet de rechtbank haar oordeel destilleren. Gezuiverd van alle emoties die, ook doordat de nabestaanden spraken, voelbaar waren in de rechtszaal.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant