Nog geen tien procent van de vaders verdeelt de zorg van kinderen gelijk met zijn partner. Dat is geen randverschijnsel, maar een structureel falen. Zolang mannen thuis niet écht beschikbaar zijn, is emancipatie een lege belofte – op de arbeidsmarkt én daarbuiten. We kunnen blijven jammeren over gelijke kansen (ik word er soms wel moe van), ongelijke beloning, onveiligheid, deeltijdarbeid, maar zolang zorg ongelijk wordt verdeeld en vrouwen niet écht voor zichzelf opkomen, zetten we geen stap vooruit.
De jeugdartsen Bregje Feuth en Mirte Wibaut leggen in hun nieuwe boek Who cares? uit waar de schoen wringt. Zorg voor kinderen wordt vaak gezien als een verzameling van taken die ‘eerlijk’ verdeeld zouden moeten worden. Maar Feuth en Wibaut kiezen een andere invalshoek: de kinderzorg als relationele verantwoordelijkheid; de plicht van ouders om daadwerkelijk samen hun kroost groot te brengen.
Het boek verschijnt binnenkort, de uitgever stuurde me een pdf’je als voorschot op de lancering. Daar ben ik blij mee, want het biedt belangrijke inzichten. Neem bijvoorbeeld het begrip ‘emotionele onttrekking’. Dat gaat over (veelal) mannen die structureel weinig of geen zorg uitvoeren terwijl ze fysiek wel aanwezig zijn, bijvoorbeeld op een papadag. Dat is geen individueel falen. Het is een, cultureel genormaliseerd patroon. En juist daarom is een emotioneel spijbelende vader geen privéprobleem, maar een emancipatievraagstuk dat ons allemaal aangaat.
De oorsprong van emotionele onttrekking heeft diepe wortels in onze cultuur. Mannelijkheid is daarin verbonden met waarden als autonomie, controle en onafhankelijkheid. Maar zorg vraagt het tegenovergestelde: afhankelijkheid, empathie en kwetsbaarheid. Daardoor gaat het spectaculair mis. De cijfers liegen niet: negentig procent van de vaders duikt. Ze zijn voor hun kinderen meestal emotioneel niet beschikbaar.
De mannen die Feuth en Wibaut beschrijven zijn doorgaans praktisch aanwezig: zij werken, regelen en organiseren van alles. Maar wat ontbreekt is het vermogen om mentaal aansluiting te vinden bij hun kinderen die nou eenmaal emotionele zorg nodig hebben. Spannende gesprekken worden vermeden, gevoelens worden gerationaliseerd en gedragsproblemen worden uitgezeten totdat ze ‘vanzelf’ verdwijnen. Zorg wordt zo gereduceerd tot logistieke processen: eten, drinken, naar school brengen. Heel goed allemaal, maar de kern van het opvoeden en verzorgen wordt gemist. Emotionele zorg is geen bijzaak. Integendeel, het is essentieel.
Een kind merkt de gevolgen van dit mannelijke onvermogen; het past zich aan, internaliseert spanning als niet over problemen gesproken wordt en leert dat nabijheid niet vanzelfsprekend is. Terwijl goede zorg juist daar begint: erbij blijven, afstemmen en vooral ‘het gedoe’ verdragen.
Dat ik juist aansla op dit boek komt door de herkenbaarheid. Mijn man en ik hebben immers een puberdochter in huis terwijl we beiden ook fulltime werken. Dat veroorzaakt uitdagingen. In de rauwe werkelijkheid hollen we van hot naar her en wordt echte aanwezigheid vergeten. Maar als het thuis rustig is leest de man de krant terwijl ik met onze puber praat over de dingen die haar bezighouden. De culturele vanzelfsprekendheid van deze rolverdeling staat de emancipatie enorm in de weg.
Cruciaal is dat Who cares? deze onttrekking niet als onschuldige passiviteit ziet. Het verplaatst de verantwoordelijkheid. De zorgbehoefte van kinderen verdwijnt niet, maar komt terecht bij degene die echt aanwezig is. En dat is meestal de vrouw. Dat kinderen na scheiding nog steeds het vaakst bij hun moeder wonen, is geen toeval. Het is berusting in oude waarden die verdomd vervelend zijn voor vrouwen die verder willen. Mannen die zich emotioneel terugtrekken krijgen begrip (‘hij is niet zo’n prater’, ‘hij kan daar niet goed tegen’), vrouwen die blijven zorgen worden als vanzelfsprekend gezien.
Begrip voor de emotionele afwezigheid van vaders vormt het kernmechanisme van ongelijkheid. Het boek laat zien dat emancipatie stokt zolang er niets verandert. Vrouwen kunnen emanciperen op de arbeidsmarkt, maar blijven thuis verantwoordelijk voor de relationele infrastructuur. Daar wringt de schoen.
Moeten vrouwen begrip tonen voor het onvermogen van vaders? Jawel hoor, een beetje. Maar niet te veel. Gedrag moet juist consequenties hebben. Op andere domeinen geldt dat ook: lever je niet wat je afgesproken hebt dan krijg je vroeg of laat je ontslagbriefje. In een relatie is dat cru, maar volgens mij mag het mes vaker op tafel. Vaders mogen best iets steviger worden aangesproken. Wie zorg terugbrengt tot een takenlijstje is een slecht voorbeeld voor zijn kinderen en toont niet alleen thuis onvermogen maar ook op zijn werk: zonder bereidheid om echt verantwoordelijkheid te dragen voor mensen kom je niet ver.