Home

De productieve dialoog verdient eerherstel

Als het nieuwe kabinet wil laten zien dat mét elkaar beter werkt dan tegen elkaar, dan begint dat met niet-vrijblijvende dialogen, schrijft Alexander Rinnooy Kan. Én door jongeren te betrekken.

‘Wij geloven dat de samenleving weer een politiek wil die laat zien dat mét elkaar meer oplevert dan tegen elkaar.” Zo luidt een van de opmerkelijker zinnen uit het nieuwe regeerakkoord. Dat samenwerking meer oplevert dan ruzie was overigens niet lang geleden nog een volstrekte vanzelfsprekendheid. Politieke vooruitgang kwam in Nederland nooit voort uit een krachtige botsing van meningsverschillen, maar uit de bereidheid om gezamenlijk te zoeken naar een breed gedragen compromis. Maar van die bereidheid is de laatste jaren steeds minder te merken. Binnen en buiten de Tweede Kamer lijkt de openheid voor de opvatting van anderen ingewisseld voor de beslotenheid van het eigen gelijk. De dialoog als vehikel voor de vrije uitwisseling van ideeën is in diskrediet geraakt.

Als het nieuwe kabinet wil laten zien dat mét elkaar beter werkt dan tegen elkaar, dan zal de bereidheid tot het voeren van niet-vrijblijvende dialogen daar de basis voor moeten leggen; ze moeten resultaat opleveren, het gaat om meer dan het preciseren van een meningsverschil. En niet alleen in Den Haag: de gezamenlijkheid die het nieuwe kabinet nastreeft, moet overal worden beleefd waar in samenspraak knopen worden doorgehakt, van het Binnenhof tot aan wijk, buurt en straat.

Essentieel voor een dialoog is het vermogen om effectief te spreken en het vermogen om effectief te luisteren; beide zijn in Nederland aan slijtage onderhevig. Het vermogen om indringend te spreken, goed uit te leggen en overtuigend te formuleren vloeit voort uit regelmatige oefening en uit een vertrouwdheid met relevante literatuur; aan het eerste wordt in Nederland weinig aandacht besteed, en voor het laatste helpt het niet dat Nederland zich qua leesvaardigheid en leesvreugde inmiddels onder in de Europese rangorde bevindt. En het vermogen om goed en geconcentreerd te luisteren verdraagt zich slecht met een digitale informatiestroom die er vooral op gericht is om eigen smaken en vooroordelen te bevestigen.

Voor het eerherstel van de dialoog in de politieke praktijk kan een doorlopend goed voorbeeld in Den Haag vermoedelijk al veel opleveren. Aandachtig luisteren naar een veelheid van maatschappelijke opvattingen en daarvan blijk geven in de inhoud en de onderbouwing van een besluit. Veelvuldig in gesprek gaan met bezorgde of boze burgers (bijvoorbeeld via een regulier spreekuur voor bewindspersonen). Experimenteren met allerlei vormen van burgerberaad. Dit leidt allemaal tot inhoudelijke gesprekken die de vrijblijvendheid vermijden. De bereidheid van de nieuwe coalitie om dat voorbeeldgedrag al tijdens de formatie veelvuldig te vertonen is hoopgevend.

Jongerenraden

Voor jongeren is echter meer nodig en meer mogelijk. Het kabinetsvoornemen om hen pas vanaf vijftienjarige leeftijd toe te laten tot sociale media is een eerste stap in de goede richting, en de in te stellen staatscommissie voor basisvaardigheden kan hun hopelijk zicht bieden op hogere leesvaardigheid en hersteld leesplezier.

Maar juist voor jongeren liggen er additionele kansen. Wie de kracht én de onmisbaarheid van een open dialoog wil ervaren, kan immers niet beter doen dan samen met andere betrokkenen verantwoordelijkheid op zich te nemen voor een gezamenlijk belang. Het vermogen om goed naar elkaar te luisteren en begripvol op elkaar te reageren zijn dan onmisbare vaardigheden. En juist nu somberheid prevaleert in zoveel perspectieven op wat ons land en de wereld allemaal te wachten staat, is er veel voor te zeggen om jongeren zo vroeg en breed mogelijk te betrekken bij discussies over de kansen van de toekomst en de inspanningen die zij zullen verlangen. Meerdere grote ondernemingen hebben daaraan vormgegeven door adviesraden in te stellen waarvan de leden gerekruteerd worden uit een nieuwe generatie, of door jongeren een serieuze rol te gunnen binnen hun toezichtsorganen. Zo beschikt ook de SER (Sociaal-Economische Raad) al geruime tijd over een jongerenraad.

Het zijn voorbeelden die brede navolging verdienen. Laten de vele advies- en toezichtsorganen in Nederland zich eens afvragen of het niet passend zou zijn om de vertegenwoordigers van morgen vandaag al te raadplegen over wat de toekomst naar hun idee in petto heeft. Een open gesprek tussen generaties over ieders hoop en vrees, als onderdeel van een oprechte poging de wereld te zien door elkaars ogen, creëert precies de sfeer van gezamenlijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid die het kabinet voor ogen staat.

Empathisch vermogen, waardering voor elkaars zorgen en wensen, dat is de basis voor een productieve dialoog en voor de bereidheid om een partij die anders denkt en anders doet met begrip en beleefdheid tegemoet te treden. Dat laatste lijkt ver verwijderd van alle schreeuwerigheid en gelijkhebberij van nu. Dat is het ook. Maar de afstand is niet onoverbrugbaar.

Alexander Rinnooy Kan was hoogleraar economie, voorzitter van de SER en VNO-NCW en senator voor D66. Op 16 februari komt zijn boek Ooit geleerd uit bij Prometheus.

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next