Home

Olympisch zilver voor Conijn op 5.000 meter, Lollobrigida slechts 0,1 seconde sneller

De 5.000 meter bij de vrouwen werd een spel, niet van seconden, maar van honderdsten. Francesca Lollobrigida won, voor Merel Conijn en Ragne Wiklund. Het verschil tussen de nummer één en drie: slechts 0,17 seconden.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Alsof het een sprintafstand betrof, zo klein waren de verschillen op de langste schaatsafstand voor vrouwen. Francesca Lollobrigida troefde op de 5.000 meter Merel Conijn af met een verschil van 0,1 seconde. De Nederlandse op haar beurt was slechts 0,07 seconde sneller dan Ragne Wiklund. Het verschil tussen goud en brons: 0,17 seconden.

Conijn reed afgelopen winter bij de NK in Heerenveen naar 6.41,48. Dat was een waanzinnig snelle tijd. Slechts driemaal werd er sneller gereden, door wereldrecordhouder Natalja Voronina (6.39,02), 5-kilometergrootheid Martina Sáblíková (6.41,18) en de uittredend olympisch kampioen van Beijing Irene Schouten (6.41,25).

Van die drie was alleen Sáblíková in Milaan, maar in haar laatste schaatswinter is ze lang niet meer zo sterk als ze vroeger was. Op papier zou Conijn alle kans hebben op olympisch goud. Maar het gevecht om medailles wordt niet schriftelijk afgedaan. Alleen de klok telt, op donderdagmiddag in de congreshal in het Milanese voorstadje Rho.

Een spel van tienden

Tegen de gedurfd rijdende Sandrine Tas ging Conijn goed op weg. Ze volgde aanvankelijk hetzelfde schema dat haar in november naar haar toptijd in Thialf had gebracht. Maar na een plotselinge versnelling van Tas, die tussen de rondjes 32 ineens naar 31,6 dook, keek Conijn tegen een achterstand aan, en ondertussen liepen haar rondetijden steeds verder uit de pas bij haar persoonlijk record.

Tas achterhaalde ze, met een fikse versnelling in de laatste twee ronden (31,8 en 31,4). 0,2 seconde eerder dan de Belgische duwde Conijn haar schaats over de finish. 6.46,27. Een spel van tienden, maar het kon allemaal nog krapper.

Wiklund gold, na haar wereldbekerzege op de 5 kilometer in Heerenveen en zilveren medaille op de 3 kilometer, als grote kanshebber voor het goud. Eenvoudig zou dat niet worden, wist de Noorse, want de tijd van Conijn was maar een paar tienden boven haar persoonlijk record van 6.46,15.

Maar Wiklund ging vlot van start, leek tot vlak voor het einde alles onder controle te hebben. Ruim 3 seconden voorsprong verdedigde ze toen het rondebord op twee stond, maar die voorsprong verdween razendsnel toen de Noorse een klap van vermoeidheid kreeg. Het Nederlandse publiek op de tribunes zag de voorsprong razendsnel teruglopen, van 3,1 naar 0,6 en toen verdween het tellertje van het scorebord. Op de finish bleek de voorsprong omgeslagen in een achterstand van 0,07 voor Wiklund, die 6.46,34 liet noteren.

Als in de massastart

En toen moest Lollobrigida nog komen. Zij volgde hetzelfde recept als Wiklund, bouwde haar voorsprong in het eerste deel van de race gestaag op. Het gat dat de Italiaanse sloeg werd nooit zo ruim als dat van de Noorse, maar ze hield daarentegen haar snelheid beter vast op de laatste 100 meter.

Als bij een sprint op de massastart, een discipline die Lollobrigida ook goed beheerst, stormde ze op de finish af. Ook bij haar had het publiek de voorsprong terug zien lopen. 0,2 seconden was de laatste meting en met 6.46,17 pakte de Italiaanse na haar stunt op de 3.000 meter haar tweede gouden plak.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next