Het Nationaal Slavernijmuseum komt op het Java-eiland in Amsterdam, maar hoe het museum en het park er precies uit gaan zien, ligt nog open. Vanaf vandaag kunnen architecten en ontwerpteams die een band met het slavernijverleden hebben en verschillende gemeenschappen goed kunnen vertegenwoordigen zich bij de gemeente melden met hun plannen. Het gaat om een gebouw van 9.000 vierkante meter en een park van 25.000 vierkante meter. Het ontwerp moet de geschiedenis van de slavernij weerspiegelen, passen bij de locatie én het museum neerzetten als een open plek waar mensen samenkomen.
De gemeente wil dat het museum een breed maatschappelijk karakter krijgt. In de beoordeling let de jury vooral op hoe het ontwerp ruimte geeft aan uiteenlopende perspectieven, zichtbare representatie en inclusie. De verwachting is dat er inzendingen komen uit Nederland en uit het buitenland. Er wordt gezocht naar een architect voor het gebouw en een landschapsarchitect voor het park. Daarnaast wil de gemeente samenwerken met mensen die veel weten over het Nederlandse slavernijverleden.
Op de website van de gemeente staat dat inzenders een persoonlijke band moeten hebben met het Nederlandse slavernijverleden en verschillende gemeenschappen goed moeten kunnen vertegenwoordigen. Ontwerpteams mogen hun team uitbreiden met mensen uit andere vakgebieden, zolang die inhoudelijk iets toevoegen aan de prijsvraag. Zo wil de gemeente voorkomen dat het ontwerp alleen vanuit een technisch of esthetisch oogpunt wordt gemaakt, zonder kennis van de geschiedenis en de betekenis ervan voor nabestaanden en betrokken gemeenschappen.
John Leerdam, directeur van de Stichting Nationaal Slavernijmuseum, benadrukt dat de jury breder kijkt dan alleen afkomst. Volgens hem telt de kwaliteit van het voorstel het zwaarst. "May the best one win", zegt hij. Afkomst en persoonlijke betrokkenheid spelen mee, maar zijn niet het enige. Ontwerpers moeten ook voldoen aan andere eisen, zoals ruimtelijke kwaliteit, bruikbaarheid en de manier waarop hun voorstel verhalen kan vertellen.
De stichting van Leerdam hield de afgelopen jaren veertig bijeenkomsten in Nederland, Suriname en het Caribisch gebied. Daar deelden mensen hun wensen, zorgen en ideeën over het toekomstige museum. Die inbreng gaat een rol spelen bij de beoordeling van de ontwerpen. De jury gebruikt die input als toets: sluit een ontwerp aan bij wat nabestaanden, betrokken gemeenschappen en bezoekers nodig hebben, of blijft het afstandelijk en abstract?
Een jury van elf leden maakt straks een eerste selectie uit alle inzendingen. Uit die voorselectie wordt uiteindelijk het winnende ontwerp gekozen. Daarna stelt de gemeente, in een later stadium, naast het ontwerpend team ook een uitvoerend team samen. Dat team richt zich op de technische uitwerking en de bouw van het museum. De gemeente wil graag dat ervaren bureaus samenwerken met jonge ontwerpers, zodat er ruimte is voor nieuwe ideeën én vakkennis.
Leerdam, die zelf in de jury zit, hoopt dat veel mensen hun plan insturen. Hij roept ook mensen op die wel een visie hebben, maar weinig technische kennis. Volgens hem kan er in teams worden samengewerkt en is het belangrijk dat het museum niet voelt alsof een kleine groep beslissers het heeft bedacht. Hij zegt dat het museum iets moet worden dat door een brede groep mensen wordt gedragen en niet een project dat alleen in handen ligt van een select gezelschap. Iedereen die zich betrokken voelt, moet zich dus vrij voelen om mee te doen.
Source: Fok frontpage