Topsport en moederschap Afgelopen weekend ging veel aandacht naar het moederschap van schaatser Francesca Lollobrigida, die goud pakte en een nieuw olympisch record reed op de 3.000 meter. Ondersteuning voor moeders in topsport neemt toe, maar er is nog veel te winnen.
Francesca Lollobrigida met haar zoon nadat ze goud heeft gewonnen op de 3.000 meter.
Je gaat het pas geloven als je het ziet. Oud-voetbalster Merel van Dongen (33) vindt het „fantastisch” dat het na de olympische zege – inclusief nieuw olympisch record op de 3.000 meter – van de Italiaanse schaatser Francesca Lollobrigida ook over diens moederschap gaat. Vroeger gold: je bent topsporter totdat je moeder wordt, zegt Van Dongen. Nu geldt: je bent topsporter totdat je niet meer wil. „Die omslag hebben we te danken aan de voorbeelden die we hebben kunnen zien. Het voorbeeld dat Lollobrigida nu laat zien, is supercool”, zegt Van Dongen. „Hoe meer voorbeelden, hoe beter.”
Lollobrigida, die deze donderdag uitkomt op de 5.000 meter, heeft een zoontje van twee jaar oud, Tommaso, die na haar sportprestatie afgelopen weekend toch wel een deel van de show stal. In veel media was aandacht voor het feit dat Lollobrigida moederschap en topsport weet te combineren, en daarmee een voorbeeld is voor andere vrouwen in topsport met een kinderwens. Tegelijkertijd klonk kritiek op die aandacht: in de mannensport wordt dat immers nooit zo breed uitgemeten. Maar het is nou eenmaal – nog steeds – moeilijker voor vrouwen om na het krijgen van een kind terug te keren in de top dan voor mannen, blijkt uit meerdere onderzoeken.
Zo stelt Noors onderzoek dat de combinatie van de fysieke belasting van een zwangerschap (en bevalling) en financiële en contractuele onzekerheid hindernissen vormen in de weg terug naar de top. Zeker omdat ondersteuning en begeleiding op dit vlak tekortschieten. Ook maken hardnekkige sociaal-maatschappelijke normen het minder vanzelfsprekend dat moeders hun carrière op het hoogste niveau voortzetten, dan wanneer vaders dat doen. Zo vertelde ultramarathonloopster Stephanie Case afgelopen zomer aan NRC dat mensen vonden dat ze thuis had moeten blijven bij haar baby. In plaats daarvan gaf ze die baby drie keer borstvoeding tijdens de grootste ultramarathon van Groot-Brittannië en liep ze daar de snelste tijd.
„Toen ik jong was, was er niemand die dat deed”, zegt oud-voetbalster Van Dongen. „En dus zie je het zelf ook niet als optie.” De laatste jaren ziet ze in het voetbal een kentering en dat de ondersteuning groeit. „Clubs en nationale teams staan kinderen [van sporters] steeds vaker toe op trainingskampen en op de club, bijvoorbeeld. Vroeger zag je nooit een kind in de kleedkamer, nu geven teamgenoten daar borstvoeding.”
Haar laatste jaar als prof voetbalde Van Dongen bij de Mexicaanse club CF Monterrey, waar veel kinderen met een oppas langs de lijn stonden. Zelf kreeg ze dat seizoen een dochter. „Tijd doorbrengen met je kind én op hetzelfde niveau blijven sporten werd daar heel goed gefaciliteerd.”
Dat is niet altijd zo. Toen voormalig keeper Loes Geurts (40) in 2022 zwanger werd, had haar Zweedse club BK Häcken dat nog niet eerder meegemaakt: de club had pas een paar jaar een vrouwenteam. Zweden staat dan bekend om het genereuze ouderschapsverlof (480 dagen vrij te verdelen over beide ouders), maar bij de club zelf bleek helemaal niets geregeld.
Toen ze weer wilde beginnen met trainen, moest dat onbetaald. Geurts: „In de voetballerij is het zo dat je alleen betaald krijgt als je wedstrijden kan spelen. Alleen krijg je bij een blessure een percentage uitbetaald van de staat. En bij terugkomst na een zwangerschap niet.” Inmiddels is er bij de Zweedse club wel een regeling: terugkomende moeders krijgen een percentage van hun loon doorbetaald.
Ook volgens Lisanne Balk, onderzoeker bij het Mulier Instituut, zijn er steeds meer regelingen voor sporters die moeder worden. „Dat is echt omdat het zichtbaarder wordt dankzij de vrouwen die dat – ook zonder regelingen – gedaan hebben.”
Francesca Lollobrigida tijdens haar gouden race.
Veel vrouwen gingen Lollobrigida al voor, benadrukt Balk, maar „elke sporter met kinderen die grote prijzen wint draagt bij aan de zichtbaarheid en de emancipatie van moeders in topsport. Lollobrigida geeft daar nu ook weer een slinger aan.” Zulke prestaties laten volgens Balk ook zien dat het ondersteunen van vrouwen in hun kinderwens zich uitbetaald voor sportbonden.
Hoe knap het ook is als het lukt, zegt Balk, vanzelfsprekend is het niet. „Vrouwen moeten na het krijgen van een kind veel harder werken om terug te komen dan mannen. Een man heeft er fysiek geen last van, en als vrouwelijke topsporter krijg je ook nog vaak een schuldgevoel aangepraat.”
Geurts herkent allebei: „Mijn zwangerschap is de grootste blessure die ik ooit heb gehad, ik herkende mijn eigen lichaam niet meer. Ik was zo slap geworden in mijn core.” Duiken in het doel, ballen onderhands vangen, springen: het duurde lang voordat haar lichaam de klappen die een keeper te verduren krijgt weer op kon vangen. Ze miste het EK van dat jaar.
Tegelijkertijd ving ze wel de vragen op: wie is er bij je kind als je op trainingskamp bent? Zou je niet vaker thuis willen zijn? Denk je nooit aan stoppen? „Mijn vriend is piloot en daarom ook vaak van huis. Hij heeft die vragen nooit gehad. Mensen blijven ervan uitgaan dat je als moeder de meeste zorgtaken op je neemt. Doet de vader dat, vindt iedereen dat héél bijzonder.” Hoe meer vrouwen bewijzen dat je na het krijgen van een kind op topniveau kunt terugkeren, hoe meer jonge meiden zullen geloven dat zij dat kunnen, zegt Geurts. „Het is zwaar. Maar het kan.”
Het kan, maar dan moet het financieel ook meezitten. Geurts: „Veel meiden hebben een aflopend contract. Als zij zwanger raken, wordt dat niet verlengd of krijgen ze hun salaris niet uitbetaald. Voor mannen maakt het geen enkel verschil in hun contract.”
Dat mannen meer verdienen, begrijpt Merel van Dongen wel, „het mannenvoetbal genereert ook meer”. Maar het verschil is wel héél groot. „Met de huidige salarissen kunnen wij onze focus, in tegenstelling tot mannen, niet volledig op het voetbal richten.” Anderzijds, het voordeel ervan vindt zij: „Je blijft wel meer in verbinding met de maatschappij.”
Van Dongen denkt dat het mannenvoetbal best wat van het vrouwenvoetbal kan leren, zéker wat betreft ouderschap. „Mannen zouden er ook heel blij van worden als ze meer tijd met hun kind kunnen doorbrengen omdat er een oppas op de club is. En kinderen zijn ook nog eens heel goed voor de sfeer.”
Source: NRC