Home

En zo schildert de ingezondenbrievenschrijver zijn eigen tuin

Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lezer,

Op 26 november 1889 schrijft Vincent van Gogh vanuit de instelling voor geesteszieken in Saint-Rémy de Provence aan zijn jongere collega Emile Bernard over twee van diens schilderijen het volgende: ‘Dus het is een vergissing, mijn beste, je bijbelse schilderijen, maar…er zijn weinig die zich zo vergissen, en het is een vergissing, maar je terugkeer daarvan zal verbluffend zijn, dat durf ik te geloven, en door je te vergissen vind je soms de juiste weg. Kom, neem revanche door je tuin te schilderen zoals hij is..’

De ruim negenhonderd brieven die van Van Gogh bewaard zijn gebleven, vormen slechts een deel van zijn totale productie; hij schreef er meer dan tweeduizend. Jan Riesthuis uit Culemborg lijkt in zoverre op Van Gogh dat ook hij meer dan tweeduizend brieven schreef. Naar de opinieredactie van de Volkskrant welteverstaan.

Woensdag was Riesthuis een van de geïnterviewden in het artikel over notoire ingezondenbrievenschrijvers, een stuk vol cijfers en statistieken die me al gauw deden duizelen, maar waarvan ik toch enkele details onthield. Zo schrijft Heleen den Beer Poortugael – nog een habituee – haar brieven altijd op hetzelfde bankje, bij voorkeur in ‘om en nabij de tien minuten’. Vraag van een professionele auteur: tien minuten!? TIEN?! Of moeten we dat ‘om en nabij’ heel ruim opvatten?

Zelf ontvang ik incidenteel lezerspost. Aardige briefjes, soms vergezeld van een mild getoonzette correctie. Een enkele maal komt een brief over mijn stukjes in de krant. Ook die zijn nooit gemeen, en toch voelen ze altijd alsof iemand bruusk het gordijn van mijn pashokje opentrekt.

Soms bekruipt me het vermoeden dat de opinieredactie mij beschermt, en alleen de vriendelijke, coherente correspondentie doorstuurt. En wie weet, wanneer ik ooit vertrek, krijg ik, bij wijze van gouden handdruk, een postzak met de rest. Dreigbrieven, missiven vol spelfouten, huwelijksaanzoeken en schrijftips in Van Goghiaanse onverbloemdheid; prettig pensioen, jongen, geniet ervan.

Waarschijnlijker is dat dit het is, qua brieven.

Voor haar The Eighteen Letters Project schreef schrijver Jeanne Darst haar zoon elk jaar rond zijn verjaardag een lange brief, maar gaf hem het pakket met al die brieven pas cadeau op zijn 18de verjaardag. Ze had hem ook elk jaar zo’n brief kunnen geven, maar dit was beter.

Achttien losse jaarprojecten halen het niet bij één project van achttien jaar. Een project dat mag stemmen en autorijden. Behalve in de tekst en in de herinnering aan gedachten en gevoelens die je beiden al lang weer vergeten bent, schuilt de ontroering van zulke brieven ook in de volharding, in de ongetwijfeld talloze keren dat Darst heeft geaarzeld om de stilte te doorbreken en zich wist te beheersen. Volhouden. Zwijgen. Schrijven. Eén brief is geen brief. Doorzetten is een vorm van liefhebben.

Van Goghs brieven – wel verstuurd, nimmer bedoeld voor vreemde ogen – lagen lang opgeslagen in het Bussumse huis van Jo van Gogh-Bonger, weduwe van Vincents broer Theo. Wij woonden daar vroeger in de buurt.

Mijn vader merkte laatst op: ongelofelijk, dat die schat (de brieven en trouwens ook een hoop schilderijen) daar ooit gewoon lág. En ik dacht aan alle schatten die nog overal en nergens liggen, die talloze correspondenties waarin miljoenen mensen op hun unieke wijze hun eigen tuin schilderen, zo zorgvuldig en zo vaak dat hun brieven vanzelf de moeite waard worden.

Wat ik, geloof ik, wil zeggen, is: schrijf door, en zie maar of u het opstuurt,

Hartelijke groet,

Frank Heinen

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Source: Volkskrant

Previous

Next