Een landbouwminister van D66, de partij die de veestapel wilde halveren, moet bij boeren een paar drempels overwinnen. Maar dat lijkt raspoliticus Jaimi van Essen wel toevertrouwd. Hij wil ‘weg van het polariseren’ en de boeren met ‘begrip en compassie’ tegemoet treden.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Nog voordat publiek en parlement te horen kregen wie de nieuwe minister van Landbouw wordt, zat Van Essen al zoete broodjes te bakken bij LTO-voorzitter Ger Koopmans. De kopman van de grootste landbouwbelangenorganisatie meldt op LinkedIn dat hij het afgelopen weekend al een ‘uitgebreid kennismakingsgesprek’ met de Deventer wethouder voerde. Op basis van die ontmoeting is Koopmans ‘voorzichtig positief’ over de kandidaat-minister, aldus het LTO-persbericht. LTO kijkt uit naar ‘constructieve samenwerking’ met de opvolger van BBB-minister Femke Wiersma.
BBB-fractievoorzitter Caroline van der Plas zag vorige week nog problemen aankomen toen ze vernam dat het landbouwministerie naar aartsvijand D66 zou gaan. ‘Ik schrok wel even’, zei ze in het tv-programma Nieuws van de Dag. Ze kreeg ook ‘allerlei appjes van boeren die zich helemaal rot geschrokken zijn’. Want, zo voegde ze eraan toe: ‘Wie het ook wordt: het D66-gedachtegoed – halvering van de veestapel, gedwongen uitkoop, intrekken van vergunningen – blijft overeind.’
Maar dat zou, vanuit gangbaar agrarisch perspectief bekeken, weleens mee kunnen vallen. De pas 34-jarige Jaimi (uitspraak ‘dzjeemie’) van Essen presenteert zich als vertegenwoordiger van een ‘nieuwe generatie’ politici die ‘klaar is met dat gepolariseer en gewoon wil samenwerken’. Hij is een man van het platteland, die van begin af aan moeite had met de harde retoriek van voormalig Tweede Kamerlid Tjeerd de Groot in het stikstofdossier. D66-landbouwwoordvoerder De Groot begon in 2019 als eerste over het halveren van de Nederlandse veestapel en gaf daarmee de aanzet voor de grootschalige tractordemonstraties.
Van Essen, getrouwd met Eva en vader van babyzoontje Rein, groeide op in de Twentse plattelandsgemeente Losser. Daar werd hij al op zijn 22ste gemeenteraadslid en op zijn 27ste wethouder. In streekdagblad Tubantia distantieerde hij zich maandag van de voormalige partijlijn. ‘De afgelopen jaren reed je vanuit het westen terug naar Twente langs het ene (boeren)spandoek na het andere. Sinds die tijd heb ik me binnen de partij laten horen. Over hoe ik denk dat het ánders kan.’
In het interview, met een goed oog voor beeldvorming afgenomen op het nostalgische erf van een oude Twentse boerderij, zegt hij blij te zijn dat in het coalitieakkoord de scherpe kantjes van het stikstofbeleid zijn afgevijld. ‘We moeten de bladzijde omslaan. Dat betekent dat je anders met de sector omgaat en begrip en compassie toont. Boeren, natuur en het landschap zijn met elkaar verbonden en hebben elkaar nodig.’
Vrienden en kennissen, ook degenen die het politiek met hem oneens zijn, kenschetsen Van Essen eensgezind als een politiek natuurtalent en een harde werker. Net als andere hoogvliegers in de landelijke politiek werd hij als tiener al politiek actief. Zijn vader was meer van de SP, zijn moeder stemde CDA, maar Van Essen koos voor de Jonge Democraten. ‘Ik kan me vinden in waar D66 voor staat: prestaties moet je belonen, maar je deelt de welvaart’, zei hij in 2017 in Tubantia.
Na zijn studie politicologie aan de Radboud Universiteit doorliep Van Essen het klassieke opleidingsprogramma voor toppolitici: een stage en daarna een baan als beleidsmedewerker op een ministerie (in zijn geval Binnenlandse Zaken) en een interne stoomcursus in het talentenklasje van de partij. Een baan als politiek assistent van een bewindspersoon of als fractiemedewerker in de Tweede Kamer is vaak de volgende trede op de ladder naar de partijtop, maar Van Essen kon in 2019 onverwacht wethouder worden en greep die kans met beide handen aan.
De Losserse wethouder Marian Oosterhuis zat samen met Van Essen in het gemeentebestuur. ‘Dat hij nu al minister wordt, verbaast mij niet. Toen ik hem jaren geleden leerde kennen, zei ik al tegen hem: ‘Jij gaat heel ver komen’. Hij is een heel gedreven en ambitieuze man. Intelligent ook.’ Een echte dossiervreter, zag Oosterhuis. ‘Hij verdiept zich goed in de materie.’
Oosterhuis, die een lokale partij vertegenwoordigt en het lang niet altijd eens was met Van Essen, roemt zijn sociale vaardigheden en ‘creatieve, spontane invallen’. ‘Als bestuurder is hij een verbinder. Hij is geïnteresseerd in andere meningen en kan goed luisteren. Hij kwam soms weken later terug op iets dat ik tegen hem had gezegd, en zei dan: ‘Ik heb er nog eens over nagedacht en je had toch wel een punt’.’
Wat die creativiteit betreft: Van Essen bekende vijf jaar geleden dat hij op de middelbare school met vrienden de ‘Urker vistaart’ heeft bedacht. Ze schreven uit baldadigheid een Wikipedia-pagina over dit volkomen verzonnen gerecht met makreel, zuurkool en metworst. Tot hun stomme verbazing werd het recept tien jaar later in een kookprogramma op televisie als echte Flevolandse traditie gepresenteerd.
Begin 2024 ‘promoveerde’ Van Essen naar het wethouderschap in Deventer, een grotere gemeente. Gemeenteraadslid Bert Kleine Schaars (Deventer Belang) zag meteen dat hij ‘geen blijver’ was. ‘Wij dachten: die komt hier als passant. Dat is een carrièreman, die zit zo in Den Haag.’ Ook Kleine Schaars geeft hoog op van Van Essens capaciteiten. ‘Een van de betere wethouders. Een heel kundig bestuurder. Je moet goed beslagen ten ijs komen als je met hem debatteert. Ik noem hem het teflonmannetje, want hij is heel glad in zijn beantwoording. Maar hij is absoluut geen vervelend persoon. Hij is heel makkelijk in de omgang.’
De Losserse veehouder Hans Luijerink, die drieduizend vleeskalveren houdt, hoopt boeren en BBB’ers die hun hart vasthouden enigszins gerust te stellen. Hij noemt Van Essen een ‘fijn persoon’, die openstaat voor de technische innovaties die LTO en de BBB als oplossing voor het stikstofprobleem promoten.
Luijerink heeft een mestvergister op het erf die biogas produceert voor de verwarming van huizen en duizenden zonnepanelen op het dak van zijn stallen. Van Essen, die in Losser en Deventer duurzaamheid in zijn portefeuille had (maar geen landbouw), denkt mee met agrariërs, is Luijerinks ervaring. ‘Hij staat niet met de hakken in het zand, maar gaat altijd het gesprek aan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant