Home

De AOW verdient meer discussie dan Jetten van plan is

AOW Het aanstaande kabinet wil het één-op-één-verband tussen de levensverwachting en de pensioenleeftijd herstellen. Het is beter daar nog even over na te denken.

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Moet de AOW-leeftijd één op één gelijk opgaan met de levensverwachting? Volgens het coalitieakkoord van het aanstaande kabinet van D66, CDA en VVD wél. De vergrijzing bereikt pas rond 2040 een hoogtepunt. Tot die tijd staan er elk jaar steeds minder werkenden tegenover een groeiende groep gepensioneerden. De hogere kosten moeten worden opgebracht door een relatief krimpende basis. Waarom het cohort gepensioneerden niet trager laten groeien? 

Wat een relatief simpel voornemen was, leek meteen al te ontsporen. Vorige week dreigde aanstaand premier Jetten meteen al in het nauw te raken toen een motie die zich uitsprak tegen het voornemen in het coalitieakkoord om de pensioenleeftijd gelijk te laten opgaan met de levensverwachting bijna door de Tweede Kamer werd aangenomen. 

Het illustreert hoe gevoelig de kwestie ligt. Zeker omdat in 2019 de vakbonden juist over de streep werden getrokken bij de onderhandelingen over het nieuwe pensioenstelsel, door de pensioenleeftijd maar voor twee derde te laten toenemen in verhouding tot de stijging van de levensverwachting. Het terugkomen op die afspraak – gemaakt door VVD en D66 zelf overigens – terwijl de pensioenhervorming al onomkeerbaar is, is op zijn minst niet chic.

De één-op-één-variant lost ogenschijnlijk een flink deel van de toekomstige problemen op: de verhouding tussen werkenden en gepensioneerden loopt er minder snel door uit de hand. Maar de bezwaren tegen een versnelde stijging zijn eveneens legitiem. Voor mensen met zware beroepen is nog langer doorwerken vaak problematisch. Daar bovenop komt het bezwaar dat de resterende levensverwachting na het pensioen van mensen met een lager inkomen vaak minder hoog is. Zij kunnen minder jaren genieten van de oude dag, en van die jaren verkeren zij er minder in goede gezondheid.

Er zijn andere oplossingen: het verder ‘fiscaliseren’ van de AOW, waarbij bijvoorbeeld gepensioneerden zelf meer gaan afdragen. Of een financiering via het belasten van vermogen. Want er dreigt een groep ouderen te ontstaan die het goed voor elkaar heeft en een groep die in de verdrukking komt. 

Zulke ingrepen hebben een nivellerend effect. Dat hoeft, met mate toegepast, in principe geen bezwaar te zijn. Maar het toekomstige kabinet zou er in dat geval goed aan doen eerst een inventarisatie te maken van een mogelijke stapeling van al bestaande nivellerende of dénivellerende maatregelen en arrangementen, om te oordelen of dit nog rechtvaardig is of niet.

Intussen moet niet vergeten worden hoe goed Nederland er in internationaal perspectief voor staat. Het pensioenstelsel is uniek en zorgt voor een minder groot beslag op de publieke middelen voor de AOW dan bij het gros van de landen om Nederland heen. Volgens de OESO, de club van industrielanden, is Duitsland in 2040 bijna het dubbele kwijt voor de oudedagsvoorziening (11 procent van het bbp), en Frankrijk (16) en Italië (17) bijna het drievoudige van de 5,7 procent die Nederland eraan besteedt.

Dat het probleem hier minder nijpend is, betekent natuurlijk niet dat het weg is. Alles bij elkaar is de discussie over de houdbaarheid van de oudedagsvoorziening nog onaf. Het kan begrijpelijk zijn om, zoals Jetten doet, de knoop gewoon door te hakken. Maar gezien de grote ophef die inmiddels is ontstaan lijkt het beter om een groter draagvlak ervoor te bouwen – een opdracht die dit minderheidskabinet sowieso al structureel heeft.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next