Home

Joep Wennemars heeft niets aan excuses van Chinese schaatser die hem hinderde: ‘Ik koop er niks voor’

Joep Wennemars is de regerend wereldkampioen op de 1.000 meter. De schaatser is in vorm, maar tekent woensdagavond in Milaan voor een pijnlijk debuut op zijn eerste Olympische Spelen.

is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.

Met monotone klanken en een lege blik in zijn ogen spreekt Joep Wennemars woorden die zijn olympische debuut samenvatten. ‘Ik ben er kapot van. Maar ja.’ De regerend wereldkampioen op de 1.000 meter ging woensdagavond in Milaan op voor het podium. Hij is in vorm. De kilometer is zijn beste afstand. Zijn race ging goed. En toen kwam de laatste wissel van buiten- naar binnenbaan.

‘Ik kon niet geloven wat ik zag gebeuren’, vertelt Wennemars, terwijl winnaar Jordan Stolz meters achter hem, gescheiden door een scherm, bezig is aan zijn rondgang langs camera’s met een verhaal vol euforie. Wennemars schaatste in de buitenbocht, zijn Chinese tegenstander Lian Ziwen was bij de doorkomst op 600 meter ruimschoots langzamer, maar mocht door de binnenbocht. Ze kwamen ongeveer gelijk uit bij de laatste kruising.

In staccato zegt Wennemars: ‘Ik weet dat ik voorrang heb. Ik kom met meer snelheid uit de bocht. Het is míj́n lijn. Het is míj́n kruising. De Chinees speelt slechts een bijrol in deze rit. Dat weet hij zelf ook op dat moment. Hij had gewoon rechtop moeten komen. Zijn rit was klaar.’ Terwijl Wennemars zelf opgaat voor de op dat moment snelste tijd van de dag.

Botsing op de kruising

Maar het kwam tot een halve botsing op die kruising. Wennemars raakt zijn tegenstander twee keer, voordat hij langs hem is. ‘Het enige wat ik dacht was: doorrijden. Maar het is dan al kapot.’

Zijn 1.07,58 is uiteindelijk goed voor de vijfde tijd van de dag. Het is ruim twee tienden van een seconde van het brons, dat naar de Chinees Ning Zhongyang gaat. Wennemars mag nog opnieuw rijden omdat hij gehinderd is, terwijl Lian een diskwalificatie achter zijn naam krijgt. Een snellere tijd rijden dan kort daarvoor is bijna onmogelijk, weet ook Jac Orie, zijn coach. ‘Maar als je start, heb je een kans. Je wil niet opgeven en hij ook niet. Ik ben dus heel trots op Joep dat hij dit nog doet in een half uur tijd.

‘Maar dat hij 1.08,4 rijdt, maakt het misschien nog wel pijnlijker. Dat is echt heel hard. Dit is een groot drama voor een topsporter. Hier doe je zo veel voor, en als je dan zo’n rit niet op een normale manier kunt afmaken: ja, dat is wel naar.’

De coach denkt dat de botsing op de kruising Wennemars een medaille heeft gekost. Wennemars weet het zeker. ‘Honderd procent’, zegt de schaatser. ‘Er is helemaal niemand hier die denkt dat het geen medaille zou zijn geweest. En ik vind het dan ook echt, echt heel kwalijk dat ik binnen een half uur – en als het aan de ISU had gelegen, zelfs binnen twintig minuten – weer aan de start moest staan. Dat is gewoon onmogelijk en dat weet iedereen. Ik verdien gewoon meer tijd. Dat is gewoon niet eerlijk, man.’

Hoop op iets magisch

Het was tegen beter weten in. Hij hoopte dat er ‘iets magisch’ zou gebeuren. Zijn begeleidingsploeg probeerde de tijd nog wat te rekken voor zijn tweede start, terwijl Stolz op een bankje nog moest wachten met juichen en Ning nog niet wist of hij het brons zou behouden.

In een rit alleen, zonder rijwind – het zuchtje dat op gang komt als er meerdere schaatsers op de baan aan het inrijden zijn, dat zorgt voor voordeel – en met vermoeide benen van de 1.000 meter die hij kort daarvoor had gereden, schaatste Wennemars naar 1.08,46. ‘Verdomme nog met dezelfde slotronde als een half uur daarvoor.’

Hij zou nooit de winst hebben gepakt, dat weet Wennemars zeker. ‘Stolz reed gewoon teringhard. Maar mijn medaille is me wel ontnomen.’

Vier jaar geleden kwam Kai Verbij in een soortgelijke situatie terecht, toen Verbij, een van de favorieten voor de medailles, langzamer opende dan de rappe Canadees Laurent Dubreuil. Verbij kwam omhoog, zag zijn kansen in rook opgaan, maar kreeg later wel een internationale prijs voor sportief gedrag.

‘Ik wil huilen’

‘Die jongen heeft er alles, alles, alles voor gelaten. Dit is zo pijnlijk’, zegt Orie. ‘Het meest tragisch is dat je nooit zult weten wat een goede kruising zou hebben opgeleverd. Vandaag is een kutdag. Vannacht zal ik niet slapen, en morgen proberen we het gewoon weer op te pakken. Naar de 500 en daarna naar de 1.500 meter toe.’

De Chinees kwam na de race langs om excuses aan te bieden, maar daar had Wennemars geen boodschap aan. ‘Ik koop er niks voor. Winnen doe je samen, verliezen doe je alleen. Iedereen is het over twee dagen weer vergeten, Joep heeft geen medaille, hij was vijfde. Dat doet me pijn.’

Wat hem bezielde, weet Wennemars niet. Dat hij nog meer ijzers in het vuur heeft deze Spelen, en dat hij klaarblijkelijk in vorm is, doet hem na afloop niks. ‘Ja, leuk. Ik heb nog wel kansen, maar dit had mijn dag moeten zijn. Ik ben lamgeslagen van emotie. Ik zou willen huilen, maar het lukt me niet. Ik kan het echt niet geloven.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next