Home

Politieke routiniers bieden voordelen, mits ze zich niet verliezen in Haagse werkelijkheid

Gezien de omstandigheden is het logisch dat Rob Jetten zijn kabinet vult met politieke expertise. Ministers krijgen weinig tijd om te wennen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Het werd woensdag officieel aangekondigd: op maandag 23 februari krijgt Nederland een nieuwe regering. D66, VVD en CDA verdienen tenminste in één opzicht waardering: ze hebben er de meest geordende, professionele formatie van gemaakt sinds 2012.

Alles is betrekkelijk (sinds de verkiezingen zijn alweer bijna vijf maanden verstreken), maar ze zijn er toch in geslaagd iets van het gevoel van politieke urgentie uit de campagne vast te houden. Er was geen openlijk geruzie en geen anoniem geroddel, hoewel in de formatiekamer toch een paar ingrijpende beslissingen zijn genomen. Zelfs het touwtrekken om de samenstelling van de coalitie verliep zonder dat de onderlinge verhoudingen beschadigd raakten.

Vanuit dat verlangen naar orde lijken de partijleiders ook hun bewindsliedenploeg te hebben samengesteld. Van buiten klinkt immer de roep om vernieuwing (‘Breek het Binnenhof open!’), maar de ervaring leert dat politieke buitenstaanders geruime tijd nodig hebben voordat ze gewend zijn aan factoren die de eigen vrijheid van meningsuiting nogal beperken: de omgang met de partijdiscipline, een knellend regeerakkoord en de eenheid van kabinetsbeleid.

En dat is nog afgezien van de nogal offensieve tot soms agressieve manier waarop ministers tegenwoordig door een aanzienlijk deel van de Tweede Kamer worden bejegend.

De nu bijna aftredende minister-president, die nooit de indruk wekte dat hij greep had op de materie en iets te vaak in zichtbare verwarring (‘sjongejonge’) achter het katheder stond, is daarvan een sprekend voorbeeld. Maar in het kabinet daarvoor lieten ook veelbelovende buitenstaanders als Ernst Kuipers en Robbert Dijkgraaf geen verpletterende indruk achter.

Gezien de omstandigheid dat Rob Jetten het eerste naoorlogse experiment met een minderheidskabinet gaat leiden, is het niet zo vreemd dat hij zijn ploeg bouwt op politieke expertise. Niet alleen de vele kandidaten met ministeriële ervaring vallen op, het kabinet zit ook vol met mensen met dienstjaren in de Tweede Kamer.

Het gezelschap is bovenal geselecteerd vanuit de gedachte dat in het parlement met enige spoed meerderheden moeten worden gevonden voor maatregelen die de woningmarkt en het stikstofbeleid vlottrekken, en die de gewenste dekking leveren voor de oplopende defensieuitgaven.

Critici zullen wijzen op het risico dat de blik zo wel erg naar binnen wordt gericht. Het Binnenhof heeft de neiging om politieke compromissen te vieren omdat het politieke compromissen zijn: het is toch maar weer mooi gelukt.

Wetgeving knapt er echter niet altijd van op als een hele reeks politieke partijen er een geurspoor op moet achterlaten, zo kunnen ze beamen bij de Belastingdienst, het UWV en nogal wat andere organisaties die het beleid moeten uitvoeren. De schoonheid van een politiek compromis pakt in de praktijk soms lelijk uit.

Buffers als de Raad van State, de Eerste Kamer en de uitvoeringsorganisaties zelf, die bij elk wetsvoorstel tegenwoordig uitgebreid worden geraadpleegd, zullen vanaf 23 februari hoogst alert moeten zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next