De 1.000 meter in Milaan werd een prooi voor Jordan Stolz; achter hem won Jenning de Boo zilver. Joep Wennemars werd gehinderd en zag een podiumplaats in rook opgaan.
Verrassingen in de sport kunnen verhalen opleveren die nog jaren meegaan. Maar er zijn ook dagen dat liefhebbers handenwrijvend hopen op het voorspelde. Woensdag was zo’n dag. Al klonk het gebrul bij de start luider voor Jenning de Boo, zelfs het grotendeels in oranje gehulde publiek keek uit naar diens tegenstander Jordan Stolz. Zou de Amerikaan zijn belofte op de 1.000 meter inlossen?
De opening was voor De Boo, die ook in de eerste volle ronde Stolz nog duidelijk de baas was. Maar op de laatste kruising naderde de Amerikaan gestaag. En in de slotbocht verkruimelde De Boo’s droom om hem te verslaan. Stolz kwam onderdoor en beende naar 1.06,28. Na 24 jaar reed hij het oude olympische record van Gerard van Velde (1.07,18) uit de boeken. De Boo worstelde zich in de slotmeters naar 1.06,78 en zilver.
Eén concurrent zag Stolz al uitgeschakeld worden. Joep Wennemars, die op medaillekoers lag, werd op de laatste kruising gehinderd door de Chinees Lian Ziwen. Hij kwam bijna ten val en zag een halve ronde later 1.07,58 op het bord. Boegeroep rolde van de tribunes bij het passeren van Lian, troostend applaus voor Wennemars. Stolz reed temidden van het tumult onaangedaan een opwarmronde.
Wennemars kreeg de kans om het nog een keer te proberen, een kwartier na de laatste rit. Een re-skate, een alles-of-nietspoging om in elk geval Ning Zhongyan (1.07,34) en Damian Zurek (1.07,41) alsnog te passeren en brons te claimen. Stolz, inmiddels boven aan het scorebord, moest wachten. Hij kon zijn zege pas vieren toen Wennemars in zijn tweede poging tot 1.08,46 kwam en definitief naast het podium belandde.
Geen enkele schaatser zette de laatste jaren zo de toon als Stolz. Keer op keer werd hij vergeleken met Eric Heiden, de man die in 1980 alle vijf de langebaanafstanden won en net als hij afkomstig is uit Winsconsin. Onderkoeld als hij is, laat Stolz die vergelijking meestal schouderophalend van zich afglijden. Druk deert hem niet.
Vol interesse, en soms jaloezie, keken zijn concurrenten de afgelopen winters naar zijn vloeiende techniek. De manier waarop de Amerikaan zich moeiteloos de bocht door laat vallen, de snelheid die hij ogenschijnlijk eenvoudig weet te ontwikkelen. Hij is de man aan wie iedere sprinter en middellangeafstandsrijder zich spiegelt.
De bookmakers, de kenners, zelfs zijn concurrenten zetten Stolz in hun voorspellingen op één voor de 1.000 meter. Kjeld Nuis, die tot woensdag nooit een olympische race verloren had en nu met 1.07,65 zesde werd, sprak een dag voor de wedstrijd over de spannende strijd die hij verwachtte. Hij bedoelde het gevecht om zilver en brons. ‘Met mij zijn er acht anderen die op het podium kunnen staan. En dat maakt het zo spannend. Achter Stolz ligt het helemaal open.’
Stolz maakte zijn entree als tiener, eind 2021. De Olympische Spelen in Beijing van die winter kwamen nog te vroeg. 17 jaar oud maakte hij zijn debuut en werd 13de op de 500 meter, 14de op de 1.000 meter. De vluchtige kijker zal het zich wellicht niet meer kunnen heugen, maar iedereen die enigszins betrokken was bij het schaatsen hield hem met nauwelijks verholen voorpret al in de gaten, het wonderkind uit Wisconsin. De kenners herkenden een fabelachtige techniek en een ongekende combinatie van explosiviteit en duurvermogen.
In de jaren erna trok hij als een wervelwind door de schaatswereld. 18 jaar oud maakte hij zijn debuut op de WK afstanden, won direct op de 500, 1.000 en 1.500 meter. Stolz was de jongste afstandswereldkampioen en überhaupt de eerste die zo’n drieslag voltooide. Een jaar later deed hij het opnieuw en kroonde zich daarbij als wereldkampioen allround. En dat terwijl hij als wereldrecordhouder op de kilometer toch echt meer sprinter is dan allrounder.
Pas bij zijn derde WK afstanden, afgelopen maart, bleek Stolz niet helemaal onaantastbaar. In Hamar bleef hij van titels verstoken, bleef steken op tweemaal zilver en een bronzen medaille. Hij had te snel na een keel- en longontsteking zijn trainingen opgepakt en zichzelf uit vorm getraind.
Dit seizoen was de vorm van Stolz soms moeilijk te peilen. Of hij soms vermoeid was of verstoppertje speelde, bleef de vraag. Maar in elk geval bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen liet hij zonder omhaal blijken dat hij de snelste man van het moment is. Hij reed er de baanrecords op de 500, 1.000 en 1.500 meter uit de handen van Jenning de Boo en Kjeld Nuis. En de 1.000 verloor hij geen enkele keer.
Even leek het erop dat Stolz in Milaan werkelijk Eric Heiden wilde opvolgen. Niet door alle – inmiddels zeven – langebaanonderdelen te winnen, maar wel voor vijf titels te gaan. Hij zou behalve de 1.000, 500, 1.500 meter en massastart mogelijk ook aan de ploegenachtervolging deelnemen en zo aan vijf gouden medailles kunnen komen. Maar daags voor de 1.000 meter werd duidelijk dat hij de achtervolging laat schieten.
Viermaal goud is het hoogst haalbare, maar dat is in het huidige tijdsgewricht van specialisatie en professionalisering al een wonder op zich. Plak één is binnen, nog drie te gaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant