Winterspelen De 24-jarige Xandra Velzeboer is donderdag dé favoriet voor goud op de olympische 500 meter. Met haar perfectionisme kan Velzeboer voor zichzelf genadeloos zijn. „Ik weet niet of een gouden medaille haar rust brengt.”
Shorttracker Xandra Velzeboer tijdens een training in Milaan.
De eerste keer dat Xandra Velzeboer op het hoogste internationale niveau mocht meedoen aan een shorttrackwedstrijd, lachte het geluk van een debutant haar toe. Op het laatste moment mocht ze als 17-jarig talent eind 2018 invliegen voor een wereldbekerwedstrijd in het Canadese Calgary. Dat betekende: goed ijs en snelle omstandigheden, dankzij de op meer dan duizend meter hoog gelegen ijsbaan.
Haar vriend Dennis Visser, die ze leerde kennen in de nationale shorttrackselectie (NTS), was er in Canada bij. „Je zag hoeveel talent ze had, zo hard ging Xandra meteen. Sommige schaatsers denken dan: oeh, misschien iets rustiger aan doen. Maar zij durfde gewoon en ging er vol voor.”
Toenmalig bondscoach Jeroen Otter herinnert zich nog goed hoe Velzeboer in Canada door de voorrondes kwam, het hoofdtoernooi haalde en in de kwartfinale van de 500 meter mocht starten. „En toen ging ze in de bocht keihard onderuit. Ze was nog nooit zo hard door een bocht gegaan.” Een dag later: zelfde afstand, zelfde kwartfinale, zelfde resultaat. Weer ging Velzeboer onderuit. Otter: „Húílen dat ze deed. Zo teleurgesteld was ze.”
Die instelling typeert de 24-jarige Xandra Velzeboer, zegt iedereen die je over haar spreekt. Of het nou een WK-finale shorttrack of een spelletje boerenbridgen is, of het nu gaat om studeren of om tekenen; Velzeboer heeft er talent voor, wil alles goed doen en vooral: winnen. „Altijd tot de max”, zo omschrijft de huidige bondscoach Niels Kerstholt zijn kopvrouw.
Het heeft Velzeboer ver gebracht. Ze won vier jaar geleden met de vrouwenploeg goud op de olympische aflossing, en werd daarna vier keer individueel wereldkampioen. Met name op de 500 meter komen haar explosiviteit, race-instincten en haar kleine, behendige postuur het beste tot hun recht. Deze donderdag is ze favoriet op de afstand.
Maar haar perfectionisme kan zich tegen haar keren. Spelletjes spelen met Velzeboer is soms ronduit ongezellig. „Schaken doen we niet meer sinds ze een keer het bord door de kamer heeft gegooid”, zegt haar vriend Visser. Geduld opbrengen omdat ze moet revalideren van een blessure vindt ze lastig, en haar coaches moeten haar eerder afremmen dan aanmoedigen. „Het lijkt soms alsof ze nooit tevreden is”, zegt Visser. „Ik hoop vooral dat ze een beetje geniet van de route naar dit moment. Maar ik weet niet of een gouden medaille haar rust brengt.”
Met een familie als de hare is het niet gek dat Velzeboer (2001) ooit begon met shorttracken; haar vader Marc, tantes Simone en Monique en oom Alex beoefenden de sport allemaal op hoog niveau, tot op de Winterspelen van 1988 en 1992. In haar jeugd was sporten vanzelfsprekend en werden vakanties actief ingestoken. „Dan reden we met de caravan naar de bergen, veel wandelen en fietsen. Wij gingen achterin in de fietskar mee”, zegt haar jongere zusje Michelle Velzeboer, ook onderdeel van de olympische shorttrackploeg in Milaan.
Woonplaats Culemborg lag op ruim dertig kilometer van de dichtstbijzijnde schaatsbaan. Daarom deden de zusjes Velzeboer eerst aan hockey en skeeleren. Voorzitter Rini van Veen van de plaatselijke skeelervereniging herinnert zich hoe gedreven de jonge Xandra toen al was: „Zoals wielrenners bij een bordje langs de weg een sprintje willen trekken, zo was zij altijd haar zusje aan het uitdagen.”
Omdat Xandra en Michelle maar anderhalf jaar in leeftijd schelen, deden ze veel samen. Ook dan speelde het fanatisme van Velzeboer regelmatig op. „Toen we op zwemles moesten, vond Xandra er niks aan. Na haar A-diploma was het wel mooi geweest”, zegt Michelle. De jongste Velzeboer ging wel door voor haar B-diploma. „Toen is ze weer op zwemles gegaan”, zegt Michelle. „Xandra kon het niet hebben dat ik misschien beter zou kunnen zwemmen.”
Toen de zusjes gingen schaatsen op de ijsbaan in Den Bosch kregen ze training van hun vader. Zowel Xandra (1,65 meter) als Michelle (1,63 meter) waren klein van stuk, hun tegenstanders vaak stukken groter en sterker. Dat compenseerden de zussen met hun techniek en souplesse, waardoor ze al snel wedstrijden begonnen te winnen.
Xandra Velzeboer kwalificeerde zich dinsdag voor de kwartfinales op de 500 meter.
Terwijl shorttrack steeds belangrijker begon te worden, deed Velzeboer school er moeiteloos naast. „We hadden samen scheikunde”, zegt Femke Kalis, sinds de tweede klas een vriendin van Velzeboer. „Maar ik zat altijd alleen. Xandra moest trainen. En toch haalde ze altijd een acht.” Kalis noemt het „irritant” hoe goed Velzeboer in leren was, en niet alleen daarin. „School, tekenen, sport, zij kon het allemaal.”
Velzeboer heeft die extra activiteiten nodig als uitlaatklep. Naast de fysieke uitdaging die ze in het schaatsen vindt, wil ze ook haar hersens bezighouden. Ze volgt een universitaire studie Milieu & Natuurwetenschappen, zij het op een laag tempo. Velzeboer zegt weleens tegen haar vriend dat ze jaloers is op zijn baan. Hij moest vanwege een blessure aan zijn rug een aantal jaar geleden stoppen met shorttrack. Nu werkt hij bij een recruitmentbureau. „Niet dat ik nou iets heel speciaals doe, maar Xandra vindt dat ik bezig ben met dingen die belangrijker en impactvoller zijn dan sport.”
Velzeboer was pas twintig toen ze in 2022 met de vrouwenaflossingsploeg – met Suzanne Schulting, Yara van Kerkhof en Selma Poutsma – de olympische finale in Beijing reed. Het team was favoriet, schaatste soeverein op kop, toen Velzeboer ineens werd ingehaald door een Chinese. Otter stond langs het ijs. „Toen moest ze wel, en kwam ineens the beast boven.”
Met de versnelling die Velzeboer daarna plaatste, besliste ze de finale – Nederland kwam onbedreigd als eerste over de finish. Later dat seizoen werd Velzeboer voor het eerst individueel wereldkampioen op de 500 meter, een prestatie die ze in 2023 en 2025 herhaalde.
Zo werd Velzeboer zelf een toonaangevende shorttracker, nadat ze in aanloop naar de Spelen van 2022 zich jaren had opgetrokken aan het niveau van Suzanne Schulting. En Velzeboer is dat nog steeds; op de 500 meter won ze dit seizoen drie van vier wereldbekerwedstrijden op de kortste afstand.
Dat anderen haar nog niet hebben weten achterhalen, komt omdat Velzeboer altijd bezig is met het bedenken van manieren om haar tegenstanders te verslaan. „Xandra probeert met elk scenario rekening te houden”, zegt Visser. Of ze versnelt zo hard aan kop dat de rest haar niet meer kan achterhalen, zoals ze dat in de WK-finale in 2023 deed. En als iemand sneller start dan zij, zoals de Canadese Rikki Doak in de WK-finale vorig jaar, dan heeft ze genoeg inhaalacties paraat om toch te winnen.
In haar bezetenheid om te winnen kan Velzeboer echter ook doorschieten. „Neem die wereldbekerwedstrijden”, zegt Visser. „Ze wint er drie, maar verliest er een. Dat is de race die haar haar dan bezighoudt.”
Als het niet gaat zoals ze wil, vindt Velzeboer dat lastig. Soms zit hem dat al in kleine dingen als een boarding langs het ijs die niet goed staat, of een warming-up die verplaatst is. „Dan staat ze zich daar ineens enorm over op te winden”, zegt Kerstholt. „Maar het heeft bij haar ook een functie: even haar frustratie ventileren, daarna kan ze weer door.”
Daarom is de bondscoach ook niet bang dat Velzeboer de teleurstelling van afgelopen dinsdag, toen ze ten val kwam op de mixed relay en huilend van het ijs stapte, zal meenemen naar de finalerondes van de 500 meter.
Velzeboer is altijd bezig met het bedenken van manieren om haar tegenstanders te verslaan, aldus haar vriend Dennis Visser.
Velzeboer moest vorig seizoen anderhalve maand rust nemen nadat ze haar knie overbelastte; de eerste serieuze tegenslag in haar carrière. Ze wilde eigenlijk zo snel mogelijk weer aan de slag, maar moest meerdere wedstrijden missen. Nadat Velzeboer was teruggekeerd en de resultaten in eerste instantie tegenvielen, barstte ze na een wereldbekerwedstrijd in Italië uit frustratie in huilen uit.
Ze houdt er niet van om die kant van zichzelf te laten zien, zegt haar zusje Michelle. „Xandra wil niet dat haar emoties haar prestaties beïnvloeden.” Buiten de baan is Velzeboer een flapuit, zegt haar vriendin Femke Kalis, maar dat zul je niet in de media terugzien. „Ze weet precies wanneer ze wat moet zeggen.”
Dat Velzeboer vorig seizoen toch het geduld kon opbrengen rustig op topniveau terug te keren – ze werd in Beijing afgelopen maart ‘gewoon’ weer wereldkampioen – komt omdat ze van dichtbij heeft gezien welke impact blessures kunnen hebben. Haar tante Monique liep een dwarslaesie op bij een val en zit sindsdien in een rolstoel, haar vriend Dennis moest stoppen na zijn rugblessure. „Ik heb daar nog altijd last van, ik denk omdat ik te snel weer belast ben”, zegt hij.
Toen Velzeboer pas net bij de nationale shorttrackselectie zat, ging het team in 2020 op trainingskamp in Zuid-Frankrijk. Daar overleed ploeggenoot Lara van Ruijven plots aan de gevolgen van een auto-immuunziekte. Otter herinnert zich de impact op het team, ook op de jonge Velzeboer. „Lara deed een rechtenstudie en had ook helemaal voor die goede opleiding kunnen gaan. Maar ze koos shorttrack.” De voormalige bondscoach denkt dat Xandra dat heeft opgepikt; ze geeft haar sport vooralsnog voorrang, omdat ze het nu nog het leukst vindt. Het afronden van haar studie en de maatschappelijke carrière die ze zo graag wil starten, komen later wel.
Richting deze Winterspelen was het desalniettemin lastig voor Velzeboer om dat plezier vast te houden. De toenemende druk en de hoge verwachtingen bliezen haar perfectionisme en controledrang nog verder op, zag Visser. „Alles moest lukken tijdens trainingen, ze was er constant mee bezig.” Hij hoopt dat Velzeboer niet vergeet ook te genieten in Milaan. „Een gouden medaille of niet moet haar carrière niet maken of breken.”
Volgens haar vriendin Kalis zal dat niet gebeuren; zij denkt dat Velzeboer prima zonder shorttracksucces kan. „Niet dat het nu speelt, maar ik denk dat als Xandra shorttrack niet meer leuk vindt, ze aan het eind van dat seizoen stopt. Dan wordt ze daarna gewoon ergens anders goed in.”
Source: NRC