De meeste films gaan over jonge mensen, maar mij maakt dat niet uit. Ik zie Suzhou River, een cultfilm uit Shanghai (te zien dankzij filmmuseum Eye), over de wanhopige liefde van twee jonge mannen voor twee jonge vrouwen. Of is het er één? Och, de plot doet niet zoveel ter zake. De sleetse haven van Shanghai echoot gedoemde hartstocht, de film verleidt me om die mee te voelen.
Nooit vroeg ik me af hoe dat werkt, met dat leeftijdsverschil. Tot vorige week op het Rotterdamse filmfestival, waar ik A Fading Man zag. Het is een Duitse film, eigenlijk heet hij Der verlorene Mann, en hij voert een oude man op die bij een oude vrouw aan de deur staat. Ze is al veertig jaar zijn ex. Maar dat is hij kwijt, hij lijdt aan alzheimer, en voor hem is zij zijn vrouw. Hij duwt haar opzij en gaat naar binnen.
Wat nu? Het sneeuwt. Ze wil van hem af maar ze kan hem toch niet zomaar de kou in sturen? Haar huidige echtgenoot (een leuke man, ze is niet voor niets al jaren met hem getrouwd) zegt, we nemen ‘m in huis, voor even. Eventjes is rekbaar. Nu heeft de vrouw twee mannen en dat gaat goed. Tot het niet meer goed gaat.
Still uit ‘A Fading Man’.
„Mooi he”, zeg ik tegen het groepje bekenden met wie ik hier optrek. Ze zijn minstens twee keer zo jong als ik. „Mwah…”, zeggen ze. Ze beamen mijn argumenten: die actrice is fenomenaal, de grappen zijn puik. De film is aangenaam surrealistisch. En ja, hij echoot ook nog eens Jules et Jim. De nouvelle-vagueklassieker uit 1962 over een driehoeksverhouding, nu met oude mensen. Ze zijn cinefielen, daar vallen ze voor. En toch: nee. Want „dit kan niet”.
Nou, zeg ik, in de bioscoop kan alles. Kan Jules et Jim dan wel?
Nee, maar dat is iets anders, zeggen ze.
In het theater kan iedereen zich verhouden tot personages op leeftijd: Moeder Courage, Kniertje, George en Martha in Wie is er bang voor Virginia Woolf, allemaal ouderen met wie ook een jong publiek moeiteloos meezeilt. Maar in films zijn acteurs van in de zestig onweerstaanbaar voor jonge vrouwen en worden grootmoeders gespeeld door actrices van rond de veertig. Slaat nergens op, maar die code heeft zijn effect. In A Fading Man zien de acteurs er niet slecht uit. Maar ze lopen zichtbaar tegen de zeventig en daar is de 35-jarige niet aan gewend. Mijn jonge vrienden waarderen deze film technisch en theoretisch, verder gaat hij aan ze voorbij. Ze herkennen niks. Ik volg de fantasie van A Fading Man. Ik herken alles.
Wie jong is, heeft de toekomst. Feestelijk idee, op de rode loper van het leven staat nog van alles te gebeuren. Wie oud is, heeft steeds minder toekomst. Jammer. Maar ik heb lekker veel verleden. En ik kan er benijdenswaardig rijkelijk uit putten.
Source: NRC